Arnold Schalks, Noud Heerkens, 'de mobilisatie', over het dengedeelte #4, de Gele Rijder, Arnhem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OVER HET DENKGEDEELTE / Mirjam Kuitenbrouwer

Arnold Schalks, Mirjam Kuitenbrouwer, 'de mobilisatie', over het dengedeelte #4, de Gele Rijder, Arnhem

DENKDELEN

Het vierde kwartaal van De Gele Rijder wil geen filosofische verhandeling zijn. 'Over het denkgedeelte' heeft betrekking op dàt werk waarin het denken met het handelen samenvalt, zodat het werk dat daaruit volgt een vormulering genoemd zou kunnen worden.

Het verhaal over het denkgedeelte is heel groot en heel klein tegelijk.

'Over het denkgedeelte' lijkt aan te geven dat het deel dat benoemd wordt, het denk-deel, onderdeel is van iets. Ik zou het willen hebben over het denkgedeelte van het maken en het zien van werk, van kunst. Dat wat zich in het denken afspeelt bij het maken in de persoon die de maker is.

Vraag is of het denkgedeelte een tastbare vorm heeft of krijgt, namelijk door het werk ge(re)presenteerd; of het zich kan verzelfstandigen, losmaken uit de maker en vestigen in het werk. [Als denkbeeld]

Hoe ziet een denk eruit? - Welke vorm heeft de gedachte? Bestaat de gedachte alleen in of door de taal? Herinneringen zijn een soort familie van de gedachte. Ze huizen ook in het hoofd. Als je denkt aan herinneringen hebben die veel meer vorm dan een gedachte: een herinnering kan uit beeld, geluid en reuk bestaan - hoewel nooit werkelijk uit materie: alles uit het hoofd, in gedachten. En erg individueel. Je kunt wel een herinnering aan iets met iemand delen. Je hebt dan niet ieder een helft, maar twee misschien bijna gelijke delen die niet in- of uitwisselbaar zijn. 'De herinnering is levenslang' schreef Rudy Kousbroek ergens (in zijn essay 'Brandkast zonder sleutel'). Een gedachte is daarentegen altijd voortvluchtig. De herinnering raak je niet gemakkelijk kwijt terwijl dat de gedachte voortdurend overkomt. En waar blijft de gedachte als je er niet aan denkt?

In het denkgedeelte gaat het over werk dat zonder het denken niet kan ontstaan, er niet buiten kan. Het denken is het voertuig van de vorm. Middels het denken krijgt het werk gestalte. Het verwarrende is dat in de waarneming van het werk dat zo ontstaan is, de kennis van de gedachte er niet toe doet. Terwijl het werk zelf ook weer uitnodigt tot denken. Groot en algemeen en vaag klinkt dit, omdat het misschien ook algemeen ís, niet specifiek. Er is geen voorbeeld.

Denken is een werkwoord. Een woord in uitvoering. Denken is iets dat duurt en stuurt: het brengt je van het ene idee op het andere. In die zin is het denken dus een gereedschap. Je kunt ermee sleutelen. Het denkgedeelte is de inductie van de handeling.

25 oktober 1997

De tentoonstellingsserie DGR #4 'Over het denkgedeelte' werd samengesteld en georganiseerd door Mirjam Kuitenbrouwer en Jaap Kroneman.