Arnold Schalks, 'Traumstationen', Kloster Arnsburg bei Lich

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VERANTWOORDING/ Arnold Schalks

DE ORDE

De Orde der Cisterciënzers werd in 1098 door abt Robertus van Molesme gesticht in het Franse Cîteaux. De Cisterciënzerorde van de Strenge Observantie onderscheidt zich van die van de Gewone Observantie door een strengere tucht en een uiterst sobere levenswijze. Het kloosterleven richtte zich naar Benedictus' leefregel "ora et labora!" (bid en werk!). De Cisterciënzers gaven deze oude maxime een nieuw accent door zich intensief bezig te houden met het in cultuur brengen van de bodem, met bosbeheer en landbouw. De kloosterlingen vergaarden diepgaande kennis op het gebied van graansoorten, fruitrassen en geneeskrachtige kruiden. In 1174 stichtte de orde klooster Arnsburg bij Lich (D).

HET DORMITORIUM

Arnold Schalks, 'Traumstationen', Kloster Arnsburg bei Lich

Aanvankelijk was de onverwarmde slaapzaal van de Cisterciënzers ongedeeld. In de loop van de middeleeuwen werden houten scheidingswanden tussen de bedden geplaatst. Zo ontstonden open compartimenten: cellen, die eerst door middel van een gordijn en sedert de 15e eeuw door een houten paneel met kijkgat konden worden afgesloten. De kloosterregel schrijft voor, dat de monniken geheel gekleed, strak omgord en met pantoffels aan dienen te slapen. De nachtrust van de monniken varieerde van 4,5 uur in de zomer tot 9 uur in de winter.

DE WERKING

De intensiteit van het kloosterleven heeft ongetwijfeld een diepe indruk nagelaten op de gedachtenwereld van de broeders. Dagelijkse spirituele en fysieke ervaringen moeten onbewust in hun slaap hebben doorgewerkt. Flarden van die indrukken kunnen als grondstof hebben gediend voor hun dromen.

HET WERK

"Traumstationen" bestaat uit twaalf 'haltes'. Elke halte bestaat uit een met de naam van een inheems kruid voorziene kijkdoos, een titelbord met de naam van een kruiswegstatie en een paar pantoffels. De pantoffels verwijzen naar de nachtrust van de monniken en de functie van de tentoonstellingsruimte. De twaalf houten kistjes met kijkgat zijn in het noordelijk deel van het dormitorium in de vensternissen geplaatst. Het instromende daglicht belicht, door een kleurfolie heen, het inwendige van de 'cel'. In de kijkdozen worden de afzonderlijke kruiswegstaties aan de hand van plantaardige elementen verbeeld. Door droomkarakteristieke associatie van de traditionele kruisweginhouden met de tot de verbeelding sprekende plantennamen en de microbiologische vormentaal ontstaat een voorstel voor een gedroomde kruisweg met twaalf staties. De dertiende en veertiende statie ontbreken, omdat de aan de monniken gegunde nachtrust te kort bleek om de gehele kruisweg ten einde te dromen.

Rotterdam, maart 1998.