Kosmobiel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

INLEIDING / Kunstgebouw Rijswijk

Introductie van het meerjarig educatief tentoonstellingsproject 'Graven en bewaren, wat vertelt een voorwerp?' van Kunstgebouw, stichting Kunst en Cultuur Zuid-Holland.

Wat bewaren we, waarom en hoe? Dat wat waarde heeft, waaraan we een betekenis gegeven hebben, dát bewaren we. Bijvoorbeeld in ons hoofd als een herinnering, begraven in de grond, achter slot en grendel in een kluis, op CD-rom of op een geheime plek. Altijd weer worden er fragmenten uit het verleden gevonden. We kunnen daarover fantaseren en onze verbeelding laten werken. We kunnen onderzoek doen en zoveel mogelijk gegevens in kaart proberen te brengen. Stapje voor stapje groeit dan een verhaal.

 

Zeven voorwerpen uit evenzoveel musea in Zuid-Holland vormen de basis voor zeven kleine tentoonstellingen. In elke tentoonstelling komt naast het voorwerp dat als uitgangspunt diende (in mijn geval een zonnewijzer uit 1696), een verwant hedendaags exemplaar (een digitaal klokje), een exemplaar uit een andere cultuur (een scheurkalender uit India) en de interpretatie van dat voorwerp door een beeldend kunstenaar (het Kosmobiel).

 

Bij de tentoonstellingen verschijnt een handleiding. De tentoonstellingen zijn met name bedoeld voor groep 5 t/m 8 van het basisonderwijs, maar zijn zeker ook interessant voor een algemeen publiek.

 

De tentoonstellingen starten hun reis in 1999 in het museum dat het voorwerp, en dus het onderwerp aanleverde. In mijn geval was dat het Stedelijk Museum in Vianen. Ieder jaar schuiven de tentoonstellingen een plaats op, zodat aan het einde van een periode van zeven jaar elk museum zeven verschillende onderwerpen onder de aandacht heeft kunnen brengen. De basisscholen in deze zeven gemeenten werken ieder jaar met de groepen 5 t/m 8 aan dit project: een project waarbij cultuur, kunst, leren van de eigen omgeving en geschiedbeoefening samengaan. De lessen voor de groepen worden per niveau ingevuld. Leerkrachten, plaatselijke archeologen en historische verenigingen spelen een actieve rol.

 

De beeldend kunstenaars geven, nadat de leerlingen van de deelnemende scholen de tentoonstelling hebben bezocht, een aantal gastlessen. In blokken van een uur vertellen zij aan de hand van dia's over hun eigen werk en lichten ze toe hoe ze zich hebben laten inspireren door het voorwerp dat als uitgangspunt voor hun bijdrage diende.