terug naar podiumprojecten

STORISCH

Paul Van Soest (links) en zijn medewerker Arnold Schalks.

STORISCH

De Rotterdammer Paul van Soest bewees in zijn eerste twee solo-programma's 'Merde!' en 'Merde! Zwei!' een volstrekt eigen positie binnen het Nederlands theater in te nemen. De algemene verwarring die hij veroorzaakte, werd het meest duidelijk door de onmacht der critici hem onder één van de geijkte theaternoemers te brengen. Het nieuwe soloprogramma ‘Storisch’ completeert en perfectioneert zijn drieluik. Met veel en weinig woorden in een grillige samenhang en een onvoorspelbaar décor voert van Soest een man ten tonele die zich op de rand van de samenleving bevindt. Hij is voortdurend in gevecht met het systeem, verstrengeld in alle regels. Er worden teksten gebruikt van Sophocles, Beatrix of Reagan, Goethe, Stan Laurel en Paul van Soest. De kleine, naar het schijnt onsamenhangende verhaaltjes zijn grillig, ingetogen en bovenal humoristisch, en vrijwel allemaal terug te voeren op de vraag hoe de simpele, kleine levensfilosofie zich verhoudt tot de harde struktuur. Van Soest maakte samen met de beeldend kunstenaar Arnold Schalks, die ook een klein rolletje speelt, décorstukken die zich kenmerken door materiaal dat zich helemaal niet leent voor het produkt dat ermee gemaakt wordt. Zoals een tafel van electriciteitspijpen en schakeldozen.

 

"Storisch" publiciteitsmateriaal: affiche (A3 kopie) en info.


PAUL VAN SOEST

de Amersfoortse Courant, 28 januari 1985

Paul van Soest is doende met een aantal try-outs van zijn nieuwe soloprogramma “Storisch”. Op 19 februari is de première in de Lantaren in Rotterdam. Wat hij brengt, is moeilijk als cabaret te omschrijven. Het heeft veel meer weg van bevreemdend theater. Een vage term, dat wel. Maar Paul van Soest is er wat trots op dat recensenten hem in zijn produkties niet onder één noemer kunnen brengen. Na “Merde!" en “Merde Zwei” is dit zijn derde solovoorstelling.

Dit keer werkt hij met een vreemdsoortig décor en met tal van attributen. Terwijl het speelvlak zo goed als duister is gehouden, komt hij gezeten op een speelgoedwagentje met een daarachter tingelend aanhang het toneel opgereden. Hij ziet eruit als een verstrooide, morsige man. Zijn blauwe kostuum is uit model. Na zijn voertuig geparkeerd te hebben onder een tentvormige afbakening staat hij temidden van de meest uiteenlopende voorwerpen. Via een toiletpot communiceert hij met een niet nader aangeduid persoon. Hij vertelt een paar grappen, die zogenaamd niet worden begrepen. De herhaling en de uitleg die hij daarom moet geven moet, verhogen de absurditeit van zijn hoedanigheid als grappenmaker. Deze excentrieke man is moe van het voortdurend stelling te moeten nemen tegen de ongerijmdheden in het dagelijks bestaan, maar toch laat hij op de één of andere manier zijn protest daartegen doorklinken. De voortschrijdende bureaucratisering en automatisering, waardoor al het menselijke verdwijnt, wordt door hem bespot in het fragment, waarbij een menselijke stem hem dicteert hoe en wanneer hij een brief mag posten. Deze droevige figuur van Paul van Soest bedient zich niet altijd van volzinnen. Zo nu en dan brabbelt hij wat en gaan zijn zinnen op een a-logische manier in andere over. Wat verstaanbaar is, roept op associatieve wijze stemmingsbeelden op. Hij eist alle aandacht van het publiek op. Steeds ontregelt hij de gemakzuchtige denktrant en ingeburgerde gewoontes. Terwijl er helemaal geen pauze is, brandt er op een gegeven moment een lichtbord met de letters pauze erop. De eerst onder een kleed verscholen hoofden van poppen hebben een blijmoedige blik over zich, evenals het lief gemodelleerd jongenskoppie onder een schijnwerper, die echter meer belangstelling heeft voor popmuziek dan voor poëzie. Met een verwijt aan politici dat ze zich achter de feiten verschuilen met hun onduidelijk gepraat en opportunistische beleid verlaat hij het theater zoals hij gekomen is. Paul van Soest heeft een interessante vormgeving gevonden voor een hekeling, die traditionele cabaretiers met een liedje en een praatje tot uitdrukking brengen. Hij gaat veel subtieler en artificiëler te werk en dat is een enorm pluspunt.




 

PAUL VAN SOEST FIJNTJES

Eddy Geerlings / Algemeen Dagblad, 23 februari 1985

ROTTERDAM – Paul van Soest heeft deze week in theater De Lantaren zijn derde soloprogramma ten doop gehouden. De speelse titel ‘Storisch’ is voor meer dan één uitleg vatbaar. Hij vertelt inderdaad verhaaltjes, hele korte, om naar te luisteren en naar te kijken. Daarmee stoort hij het alledaagse denken en handelen, maar ook dat doet hij heel voorzichtig. Het is allemaal klein, maar fijn. In een veel te ruim kostuum lijkt Paul van Soest een kruising tussen goochelaar, clown en ouderwetse kantoorbediende. In een opzettelijk armoedige belichting scharrelt hij rond in een soort uitdragerij, waarin bij nader inzien alles met precisie is uitgekozen en op z’n plaats gezet.

Filosofisch
Meer dan in z’n twee vorige programma’s Merde en Merde Zwei, maakt hij gebruik van de meest uiteenlopende attributen, inclusief een wat norse jongeman (Arnold Schalks) die af en toe in het decor rondloopt en hem assisteert. Die entourage geeft van Soest de gelegenheid een fors aantal visuele grappen te verkopen, waarbij hij geen woorden nodig heeft. Het verbale geweld is daardoor wat afgenomen, maar blijft wel steeds op fijnzinnige manier filosofisch het dagelijks leven betrappen. Daar vindt van Soest zijn inspiratiebronnen, als de gewone man in gevecht met wat hij deze keer opvallend vaak ‘het systeem’ noemt.

Vuurwerk
Alles in z’n handelen komt vanuit de vraag “Wat moet je nou als mens?”, een zin waarmee hij een knallende scène maakt. Dat soort vuurwerk zou je af en toe vaker wensen om het soms kabbelende tempo te doorbreken. Soms ook stoort het ontbreken van ieder verband tussen vondsten en invallen, waardoor de vaak knappe teksten als te vluchtig voorbijschieten. Niettemin tovert acteur Paul van Soest met Storisch op de gezichten van zijn publiek een glimlach, die er de hele voorstelling niet meer is af te branden, omdat hij hem ergens binnenin laat ontstaan.

 


Gebrek aan samenhang bepaalt “Storisch”

Peter Liefhebber / De Telegraaf, 23 februari 1985

Iedere gelijkenis met andere theatermakers berust in het geval van Paul van Soest op puur toeval. Ook in zijn derde programma “Storisch” scharrelt hij op zeer eigenzinnige wijze over het toneel, losjes tekstflarden en moppen mompelend, omringd door een uitdragerij van curieuze voorwerpen die hij gebruikt voor zijn visuele grappen. Het heeft geen zin een naam te bedenken voor wat Van Soest precies doet; het onttrekt zich simpelweg aan bestaande categorieën. Vermoedelijk is het nog het dichtst bij de waarheid om vast te stellen dat het over niets specifieks in het bijzonder en over alles in het algemeen gaat. Van Soest stopt zijn teksten in de dove oren van poppekoppen, praat in een toiletpot, tegen een onbenoemde medeplichtige, die zo nu en dan het toneel opwandelt, tegen zichzelf en toevalligerwijs ook nog tegen het publiek. Met zijn grillige fantasie heeft hij zo een uurtje theater bij elkaar gespit, dat het niet moet hebben van samenhang maar van het gebrek daaraan. Voor aan tradities gehechte theatergangers is aan het optreden van van Soest vermoedelijk kop noch staart te ontdekken, maar voor anderen zal daarin juist de charme gelegen zijn. Zelf vind ik het niet onaardig wat hij doet, hoewel “Storisch” weinig evenwichtig is, maar dat lijkt bijna inherent aan de manier waarop Van Soest bezig is.

 

STORISCH SPEELLIJST

8 februari / Theater Bis, Den Bosch.
9 februari / Papenstraattheater, Zwolle.
16 februari / Theater Achterom, Hilversum.
17 februari / Theater de Kikker, Utrecht.
19 februari / De Lantaren, Rotterdam. (première)
20 t/m 23 februari / De Lantaren, Rotterdam.
12 maart / De Blauwe Kei, Veghel.
15 maart / De Speeldoos, Zaandam.
22 & 23 maart / Theater Pepijn, Den Haag.
12 april / De Oranjerie, Roermond.
31 mei / Theater Sirkel, Sittard.
7 juni / Waagtheater, Delft.
11 t/m 15 juni / Shaffy Theater, Amsterdam.
22 juni / Midzomerfestival, Zwolle.
25 & 26 oktober / Werftheater, Utrecht.