terug naar projecten & exposities

UNTERHALTUNG FÜR DEUTSCHLAND (Vermaak voor Duitsland)

Op zoek naar een eigenaardige kultuur.

Luisterboek met hoorstukjes, verontschuldigingen, een bosloop, een sample-schakel-toespraak (samengesteld uit voordrachten van Willy Brandt, Otto Schilly, Werner Herzog, F.J. Strauss en Rudolf Augstein), muziek, een woordspel, een prijsuitreiking en nog veel meer....

Bijdragen van Martin Baltscheid, Ceer Schulz, Klaus Sievers en Arnold Schalks. Audio CD: 55 min, ISBN 3-9807699-2-5. "dizzy..." Verlag Hoffeldstraße 56, Düsseldorf / März 2002.

ICH WEISS NICHT, WAS SOLL ES BEDEUTEN... / Nederlanders speculeren over de betekenis van een hen onbekend Duits woord.

Eén van de vijf tekstbijdragen von Arnold Schalks, voorgelezen door Landa van Vliet:

 

DIE KUNSTPAUSE

(= voor het effect ingelaste, niet noodzakelijke pauze in een toespraak)

 

Dat woord spreekt toch voor zich!

Ik vat het op als een onderbreking van het cultuurcontinuum.

Het gaat hierbij vermoedelijk om een of andere tijdelijke vorm van filmstop, poëziepoverte, muziekmisère, romanrust, scheppingsluwte, sculptuurstilte, auteursverlof of schilderslapte.

Een korte flauwte in de kreatieve kringloop.

Een volstrekt natuurlijk verschijnsel.

Een begrijpelijke noodzaak.

Zoals elke vocalist een adempauze nodig heeft om de volgende frase kunstig vorm te kunnen geven, zo zijn er vast nog meer kunstdisciplines waarin men een vergelijkbare aanloop nodig heeft om de sprong naar de volgende creatie te kunnen maken.

Dat zou toch een plausibele verklaring van het begrip kunnen zijn, of niet?

....

....

Maar achteraf lijkt me dat woord toch een tikje te stijf om een moment van 'zich artistiek schrapzetten' te beschrijven.

....

Het heeft iets bureaucratisch.

....

Iets zuinigs.

Iets chagrijnigs, zoals een van hogerhand uitgevaardigd decreet.

....

Heb ik onbewust een uitroepteken in het woord gehoord?

Zoals in 'Hou op met schilderen!' of 'Leg neer die pen!'?

....

Het klinkt alsof jullie cultuurtrek een verzadigingspunt heeft bereikt.

Zou de uitspraak van Joseph Beuys dat ieder mens een kunstenaar is tot artistieke overproduktie hebben geleid?

Zou een stopstipendium als ontmoedigingsprijs voor zoveel kunstenaars dan niet het aangewezen instrument zijn om de dreigende kunstvloed in te dammen?