terug naar de plank

SLAAPGELEGENHEID ONDER ZEIL ONDER DE ZODEN

(bij wijze van voorproef)

Slapen en inslapen, begrippen die in de literatuur vaak als metafoor voor de dood en sterven worden gebruikt. Deze tot de verbeelding sprekende analogie is het uitgangspunt voor mijn bijdrage aan Motel Mozaïque.

Onder zeil onder de zoden is een speelse poging het gat te dichten dat gaapt tussen slapen en ontslapen. Het is een simulator waarin twee personen op gerieflijke en lichtvoetige wijze een voorproefje krijgen van de weg van al het tijdelijke.

De slaapgelegenheid bestaat uit een tweepersoons matras die wordt omzoomd door een door kunstgrastegels gevormde groenstrook. Op de matras liggen twee eenpersoons dekbedden. De dekbedovertrekken zijn aan de bovenzijde met een grasmatmotief bedrukt. De slopen van de twee hoofdkussens zijn gemaakt van donkerbruine stof. Het hoofdeinde wijst naar het oosten. Aan het hoofdeinde liggen twee rotsblokken van verschillende grootte.

Zodra de gasten onder hun zoden hebben plaatsgenomen verschijnt de Voorlezer. Aan de gasten wordt de keuze gelaten of de Voorlezer tijdens het voorlezen een stropdas of een vlinderstrik met grasmotief draagt.

Garderobe van de Voorlezer

(Couturière: Barbara Witteveen)

Correct gekleed zal hij vervolgens, gezeten op een van de rotsen, zijn gasten bij kaarslicht uit het boek As I lay dying voorlezen totdat hun slaap intreedt. De uit 1930 stammende roman werd geschreven door de Amerikaanse auteur William Faulkner. De titel van de Nederlandse vertaling luidt: Terwijl ik al heenging.

De ik uit de titel is Addie Bundren, een stervende vrouw die haar man laat beloven haar lijk, zo snel als ezels kunnen lopen, naar haar geboorteplaats in Jefferson, Mississipi, te brengen en haar daar te begraven. Tijdens de zesdaagse omzwervingen met het lijk worden de man en zijn vijf kinderen geteisterd door noodweer, vuur en innerlijk drama. Het verslag van deze Odyssee is een lappendeken van 59 monologen die worden toegeschreven aan vijftien verschillende ooggetuigen, waaronder de op sterven liggende Addie.

Om een behouden terugkeer naar de wereld van de levenden te garanderen zullen de slapers de volgende morgen door passende geluiden uit het radiotoestel worden gewekt.

Als aandenken aan de overnachting ontvangen de gasten de gegevens van de voorleessessie en het voorleesboek om het later elders te kunnen herlezen of uitlezen.

Arnold Schalks, Motelier en Voorlezer

 

Klik hier om de 'HANDLEIDING BIJ HET INSLAPEN' in pdf formaat te downloaden./ Bestandsgrootte: 44 KB / © 2002, Rotterdam, Arnold Schalks.

 

(Foto: Joost van den Broek)

 

Gegevens van de Voorleessessies

de nacht van 5/6 april 2002

Accessoire: stropdas

Aanvang: 03:11 uur

Einde: 03:37 uur

De Voorlezer is gekomen tot pagina 26 / regel 29.

 

de nacht van 6/7 april 2002

Accessoire: vlinderstrik

Aanvang: 03:26 uur

Einde: 04:37 uur

De Voorlezer is gekomen tot pagina 40 / regel 8.

 

De Voorlezer in de wachtstand.

 

Fragment uit een reportage door Merlijn Schoonenboom die op 8 april 2002 verscheen in de Volkskrant:

"Thijs (27) wilde gewoon érgens slapen. Hij wilde neerploffen op een bed na het concert van Tom Barman. Hij schreef zich dus in voor 'slapen in kunst', zoals de overnachtingsmogelijkheid tijdens popfestival Motel Mozaïque was genoemd. Vorig jaar was hij ook geweest en toen was er niets om je zorgen over te maken: vooral gewone matrassen lagen er in Centrum Beeldende Kunst TENT Dit jaar ging het anders.

Om half vier 's nachts, terug van het concert, hing Thijs ingepakt in een slaapzak-pak aan touwen in de lucht. Hij sliep, of probeerde althans te slapen in Nyctitropism van kunstenaar/ingenieur Wim Schermer, een vernuftig systeem van hengsels en gewichten.
Meer dan vorig jaar had TENT. flink uitgepakt. Mede dankzij extra gemeentelijke subsidie waren er, naast een aantal bestaande kunstbedden, maar liefst vijftien kunstenaars uitgenodigd een bed te ontwerpen. Van tevoren konden festivalgasten een bed reserveren, maar de meesten wisten niet waarin ze terecht zouden komen.
Nog in het begin van de vrijdagavond legden de kunstenaars ijverig de laatste hand aan hun werk. Wim Schermer oefende met hangen, Arnold Schalks keurde zijn bed annex grafheuvel 'Onder zeil/ onder de zoden'. Buiten trok Dré Wapenaar de touwen van zijn gigantische boomtenten in de vorm van een druppel nog eens strak.
De kunstenaars zagen het als een serieus project, als onvervalste belevingskunst. En ach, zó vreemd was het nu ook weer niet. Het past in feite prima in de uitgaanstrend. Kunstenaars werken in clubs als VJ en als foodjockey, of creëren wonderlijke performances. Dus waarom geen 'kunstbedden' tijdens een popfestival?
[...]
In TENT. zagen de festivalgangers in de loop van de nacht in dat hun slaapplek méér was dan een veredelde jeugdherberg. Een stelletje nestelde zich rond drie uur in het grafheuvelbed van Arnold Schalks. Zij lagen er nauwelijks in of Schalks, kwam, strak in pak, aanlopen. Hij vertelde dat het begrip 'inslapen' op twee manieren kan worden opgevat en las hen William Faulkner voor. Verhalen over de dood, en na een uur sliep het paar tevreden in. [...] "