Cultuur is een smeltkroes van verschillende opvattingen van individuen (bijvoorbeeld beeldende kunstenaars) die weigeren de objectieve werkelijkheid klakkeloos te accepteren en daarvoor een persoonlijk alternatief aanbieden. Kunstenaars bewegen zich binnen het domein van de vrije verbinding, vrije associatie en synthese. Ze verzamelen, analyseren, onderzoeken en stellen ten slotte een nieuwe ordening voor. Kunstenaars zijn mobiel. Ze verlaten hun atelier op zoek naar bronnen en plekken voor hun unieke, plaatsgebonden werken. Ze zijn vormgevers van buitenruimtes. Kunst verrast en overrompelt doordat ze in een nooit voorspelbare context opduikt. Sinds kunstenaars zich marktconforme strategieën eigen hebben gemaakt, zijn ze in staat om vanuit ‘levensechte’ marktposities te opereren. De verwarring die dit bij het publiek teweegbrengt, opent een nieuw afzetgebied.
Zowel de reclame als de kunst maken gebruik van verleiding en beloften. Kunst en reclame suggereren en manipuleren. Maar waar het streven van de reclame eruit bestaat om het consumentengedrag direct en op meetbare wijze te beïnvloeden, beoogt de kunst een langetermijneffect (affect) op de kwaliteit van het handelen, de waarneming en het bewustzijn van de ontvanger. Kunstenaars vertegenwoordigen in de eerste plaats het detail, het fragment, het onopvallende, de samenhang, het immateriële. Zij houden zich bezig met het blootleggen van poëzie in een prozaïsche omgeving. In het openbaar ontwikkelen ze zich, spelenderwijs, tot ‘detail-zifters’. Hun kunstwerken willen liever reflecteren dan communiceren: ze spiegelen de toeschouwers (iets voor). Zo vestigen ze de aandacht van voorbijgangers op de kunst, en zo dragen kunstenaars bij aan het sociale perspectief en bewijzen ze een dienst.
Om opgemerkt te worden, dient de kunstenaar over kameleontische eigenschappen en -vaardigheden te beschikken. Kunstenaars moeten wendbaar zijn en blijven en hechten daarom geen belang aan een praktische of theoretische specialisatie. De intellectuele alleseters onder de hedendaagse kunstenaars hebben de meeste overlevingskans. Specialisatie kan tijdelijk nuttig zijn als ze projectspecifiek is. Specialisatie heeft alleen zin als het de scherpte van het uiteindelijke ‘beeld’ ten goede komt. Als kunstenaars zich al specialiseren, dan is het op het gebied van het cultiveren van hun eigen verbazing.