|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Tekstbijdrage aan de publicatie verschenen te Rotterdam ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum van stichting Kunst en Complex. Bijdragen van Hans Walgenbach, Mohamed Sheriff, Jozef van Rossum, Joannes Hoes, Arnold Schalks, Peter Lindhout en Marianne Fontein. Verschijningsdatum: 7 april 2001, Rotterdam.
Een persoonlijke reflectie op de twintigste verjaardag van een ateliergemeenschap aan de hand van de middelen tot rookvorming.
VOOR hen die vanaf 1989 op zoek gingen naar het atelierpand van Kunst en Complex aan de Keileweg, was de fabrieksschoorsteen aan de ingang van het terrein een handig baken, een opgestoken wijsvinger van pakweg veertig meter lang. Zijn verjongend silhouet was vanuit de wijde omtrek te zien. Aan de noordoostkant waren manshoge witte kapitalen aangebracht, losjes gespatieerd tussen de stalen klembanden die de massa van de kolom bedwongen. I-N-V-E-R-P-A-K las je verticaal. Vroeger was de pijp spreekbuis van de gelijknamige emballagefabriek. Toen de verbinding tussen rookkanaal en brander werd verbroken werd de schoorsteen een relict, een hol gebaar tegen de onder de sloophamer dalende horizon, een niet-roker.
De schoorsteen was al enige jaren buiten werking toen wij in 1988 met de renovatie van de verlaten fabriek begonnen. Sindsdien zijn er verschillende initiatieven genomen voor de revalidatie van de monoliet. Op grond van een ervaring uit het verleden werd besloten van Volledig Eerherstel af te zien. Die ervaring betrof ons voormalig ateliercomplex op de Müllerpier, dat beschikte over een soortgelijke, kleinere schoorsteenpijp. Om van de groeiende vuilnisbelt af te komen werd het stookgat eens volgestouwd met grofvuil en sloopresten. De scheut benzine en een lucifer maakten het verbrandingsproces onherroepelijk. Vanuit het topje van de pijp werd een vette loodgrijze rups het azuur in gepompt. Blussen kon niet meer. Overstuur greep de Havenpolitie in omdat het dichte rookgordijn het scheepvaartverkeer op de Nieuwe Maas het zicht benam.
Een 'voorzichtige' poging tot hergebruik van de schoorsteen aan de Keileweg werd in 1988 genomen door stichtingslid Peter Lindhout, dat hem opwaardeerde tot eenstoksstatief. Hij besteeg tweemaal achtereen de reeks roestige sporten om een overzichtsfoto van het ateliercomplex te maken. Een keer om vast te stellen dat de lenshoek van zijn camera niet toereikend was voor een totaalopname. De tweede keer om het met zijn groothoeklens nog eens te proberen.
(Peter: "Ik herinner mij van de klim naar boven dat het - in tegenstelling tot wat men ons vaak wil doen geloven - beter is omlaag te kijken dan omhoog. Als je omlaag kijkt zie je de grond, dat geeft een prettig gevoel van onder en boven; maar als je omhoog kijkt gebeurt hetzelfde als wanneer je langs een kerktoren omhoog kijkt. Door het bewegen van de wolken raak je ervan overtuigd dat je aan het omvallen bent. Het duizelingwekkende zit hem in het omhoog kijken. Kijk vooral niet omhoog!")
In 1995 kwam er een heus plan op tafel. In dat jaar werd de aangrenzende tippelzone in gebruik genomen. Als onderdeel van een omvangrijker project werd voorgesteld de schoorsteen te gebruiken als lanceerinrichting voor het openingsvuurwerk. Een roze spot op de bodem van de schacht moest de stijgende rook van onderaf aanlichten. Het opschrift INVERPAK zou door vervanging van twee letters worden veranderd in het toepasselijker INTERPIK. Het project werd wegens gebrek aan politieke steun afgeblazen.
De pijp bleek zich ook op minder spectaculaire wijze verdienstelijk te kunnen maken. Zijn voetstuk bood geruime tijd onderdak aan een zwart konijn. Op een dag verruilde het dier zijn tochtige hol op een naburig bouwterrein voor het beroete gewelf aan de ingang van het rookkanaal. Het ontruimingsbevel werd ontvangen op de ochtend dat het eerste puin op de bodem van de schacht uiteenspatte.
Al eerder ontvingen we van hogerhand bewijzen voor de aftakeling van ons beeldmerk. De bouten van de klembanden roestten door en knapten. Bandijzer plooide zich na een vrijeval van tientallen meters over het stichtingshek. Het had een geparkeerde auto op een haar na gemist. De schoorsteen transformeerde van hol gebaar tot hol gevaar. Het spontaan neerdalende staal gaf de doorslag voor het grondbedrijf, dat een sloopvergunning verleende.
Op een zonnige lentemorgen in 1996 draaide een busje en een kraanwagen van Van der Linde Sloopwerken de Keileweg op. Het konvooi hield halt aan de voet van de pijp. De slopers haakten een hangbakje aan de takel, stapten erin en lieten zich naar het topje hijsen. Een lange kunststof slang voerde perslucht aan. Een gehelmde gestalte zette zijn pneumatische beitel aan de voeg van het bovenste metselwerk en in een wolk van gruis brak hij de steencirkel in een neerwaartse spiraal af. De luchtpijp werd stortkoker. Na een maand werd de strijd om de langste adem beslist in het voordeel van de compressor. Zo werd een markante stip van de kaart van Nieuw Mathenesse geveegd.
Het grondvlak waarop de pijp rustte, is nu bestraat. Er worden aanhangers gestald, kinderen schommelen. Op gezette tijden rookt er een barbecue. Zo wordt de traditie op kleinere schaal voortgezet. Behalve een incidentele windhoos die wat dorre bladeren in een tollende zuil omhoog zuigt, herinnert niets aan de machtige trek van de kolos die hier eens oprees. Bezoekers van het KenC-gebouw worden vriendelijk verzocht zich in het vervolg te oriënteren op de 125 meter metende schoorsteen van de naburige energiecentrale aan de Galileïstraat.
In de directe omgeving is de afgelopen jaren stevig doorgerookt, met name door vuurhaarden zonder deugdelijke afvoer: In het noorden vraten de vlammen zich een weg door Van Berkel's weegschaalfabriek. In het oosten kon een uitslaande brand bij overslagbedrijf Berco Bulk nog maar net worden voorkomen. In het zuiden legde een chemisch inferno de loodsen van Container Master International in de as en onlangs duidde een zwarte wolk aan de westerkim erop dat het niet pluis was in een meubelopslag. Wij, op het nulpunt van het assenstelsel, sloegen alarm en gade, zaten er warmpjes bij. Het gebouw werd gespaard door de telkens afpandige wind.
In het kader van de herinrichting van de haven worden bedrijven met een hoge risicofactor naar de randen van de stad verbannen. De nieuwe loodsen rond de Keilehaven zijn vrijwel alle voor fruitopslag en -overslag bestemd. Nagenoeg onbrandbare waar (Heeft u ooit een banaan vlam zien vatten?). Op aanvullende stralingsbronnen van buitenaf hoeven we voorlopig niet te rekenen. De aandacht wordt naar binnen verlegd.
Zodra de R in de maand is, vereisen temperatuurdaling en stijgende vochtigheidsgraad in het ateliercomplex een efficiënt stookregime (thermocratuur). Om te voorzien in de individuele behoeften van de gebruikers, werd de warmtehuishouding gedecentraliseerd. De gezichtsbepalende collectieve fabrieksschoorsteen werd afgelost door een wijdvertakt systeem van dunwandige kachelpijpen. Rondom schoven buizen uit het gebouw als scheuten van een gewas dat zich via rozetten en dakdoorvoeren een weg naar buiten baande door vensterglas en bitumen. De lengtes gegalvaniseerde pijp houden het hoogstens drie stookseizoenen uit. Langzaam smelten ze weg onder de zure adem van de allesbranders. Met onregelmatige tussenpozen maakt men zich op voor dak- of geveltoerisme ter vervanging van het buizenpark.
In het boekjaar 1995 waaide er een schrale wind rond het KenC-gebouw. Externe bronnen fluisterden over de ontwaarding van de term 'ateliergemeenschap'. Het spectrum van het alternatieve circuit was inmiddels verbreed met de waardevaster termen 'kunstenaarscollectief' en 'kunstenaarsinitiatief'. In verband met het aan de status verbonden financiële perspectief rees er twijfel over de positionering van de stichting.
Was de acute behoefte aan atelierruimte ooit het motief geweest voor de oprichting van de ateliergemeenschap (AG), het kunstenaarscollectief (KC) ontstond uit de behoefte aan een collectieve tentoonstellingsstrategie. Bij beide organisatievormen stond het eigenbelang voorop. Het kunstenaarsinitiatief (KI) daarentegen is een samenwerkingsverband van kunstenaars met een eigen ruimte dat zich wil profileren door een podium te bieden aan vakbroeders van buitenaf.
Was KenC nu een AG, een KC of een KI? Intern beraad leverde een even diplomatiek als elegant antwoord op: Kunst en Complex is een beetje van alle drie tegelijk. De stichting is een collectief van kunstenaars dat is ondergebracht in een ateliergemeenschap die evenveel initiatieven als kunstenaars telt. Opgelucht meldde de stichting zich aan als lid van de Vereniging van Kunstenaars Initiatieven. Voor de meteropnemer is het aantal initiatieven in het gebouw af te lezen aan het aantal buizenstelsels waaruit rook opkringelt.
De vierentwintig atelierruimtes van de vaste leden worden op bedrijfstemperatuur gehouden door een bont leger van kachels. Zij leven op hout, olie of kolen. Sommige spreken via een grijs wolkje, anderen via een zinderend waas. Wie heeft hen spreken geleerd? Wie wekt ze tot leven? Wie hanteert het houtblok, de oliekan, de briket? Hoe kan, tot besluit, de complexiteit van het stookbedrijf binnen de muren van Kunst en Complex worden weerspiegeld? De vraag naar de juiste uitsnede diende zich aan. Geïnspireerd door het gezegde 'de hond spiegelt de baas', besloten we de stoker te verbeelden met een foto van zijn of haar middel tot rookvorming. Voor het veldwerk werd een handzame optiek gekozen: de zoeker van een spiegelreflexcamera. Het gekantelde kader van zijn ene oog begrenst uw blik in de keuken van het verzet tegen het hier heersende thermische regime. Voor u werd de rooksluier even opgelicht. Ik verzoek u een sjaal om te slaan en de Thermo-Dynamische Fotogalerij te betreden.
Rotterdam, maart 2001.
HOE breng je een industriële mastodont op temperatuur? Vanwege de hoge aansluit- en installatiekosten kwamen aardgas en propaan niet in aanmerking voor de verwarming van het fabriekspand aan de Keileweg. De onverwacht vroeg invallende winter van 1988 dwong de KenC-ers ertoe de van de Müllerpier meeverhuisde hout- en kolenkachels maar weer in stelling te brengen. Het daaropvolgende najaar kon immers rustig naar andere warmtebronnen worden gezocht. Voor hen die het gesjouw met kolen of het ontleden van pallets beu waren, was huisbrandolie een aantrekkelijk alternatief. Maar waar haalt een kleinverbruiker onder de rook van Europoort zijn olie vandaan? Groothandel Sint Maartensdijk gaf te kennen het niet de moeite waard te vinden om het handjevol 200 litervaten met petroleum te vullen en verwees de KenC-ers door naar Olie- en Gashandel Van der Zouwen.
Niet veel later schreef Olievrouw Hennie ons adres ten eerste male bij in het Grote Olieboek. In de dertien daarop volgende jaren draaiden we minstens drie keer per maand het nummer van de Oliemannen: Peter-oleum en Ant-olie van der Zouwen.
Bij nacht en ontij kon op vader en zoon van der Zouwen worden gerekend. Toen zoon Peter eens een flinke griep had opgelopen weigerde hij thuis te blijven om fatsoenlijk te herstellen. Een klant die tevens huisarts was, onderzocht en behandelde de klappertandende zoon op de bestuurdersstoel van de tankwagen terwijl vader Anton de vaten vulde. Betrouwbaarheid is het devies van deze uitstervende familiebedrijfstak.
Na vele omwegen is de firma, die op 13 mei 1923 in Schiedam met de verkoop van petroleum startte, neergestreken op het Vlaardinger bedrijventerrein 't Scheur. Vader Anton zet koffie in het kantoor en geeft een rondleiding door de zaak: het gasdepot, het wagenpark, het magazijn en de zolder. Te midden van antieke comfoors en oliepitten lijkt de tijd even stil gezet. Tussen oude jerrycans en gebutste petroleumkannen ontdek ik een klassiek model telefoon met draaischijf. Zou dat het toestel zijn waarop de stichting in de herfst van 1989 haar eerste bestelling doorgaf?
De tijd gaat niet voorbij aan blokken graniet: vader Anton heeft op 11 augustus 2000 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Op 1 januari 2001 is Olie- en Gashandel Van der Zouwen gefuseerd met de Wateringse firma Hatek. Zoon Peter mag zich sindsdien mededirecteur van de combinatie noemen. Hij zal binnenkort een chauffeur in dienst moeten nemen en zijn eerste arbeidsovereenkomst sluiten met een werknemer van buiten de familiekring. Maar vooralsnog is hiërarchie een vies woord in dit huis. De familie is rond het hardhouten bureau in de directiekamer verzameld en drinkt koffie. Bestellingen sijpelen mobiel-telefonisch binnen. Vanuit de borstzak van Anton's felblauwe overall klinkt regelmatig de 6-Volts versie van het clublied van een Rotterdamse voetbalvereniging. Hij staat dan op en maakt een paar danspasjes alvorens op de spreekfunctie over te schakelen. Zijn bas raspt: "Met van der Zouwen..." (twee maten rust) "stookt u de hele winter door!" De koude noordooster heeft de oliebuffer van menige klant voortijdig uitgeput. Langzaam dicteert hij de bestellingen aan zijn vrouw Hennie.
Het is tijd voor het Staatsieportret. Onwennig neemt de Oliefamilie een positie in voor de tankwagen met het firmalogo. Olievrouw Hennie verlaat na één opname de gelederen om de eer aan haar Oliemannen te laten. Ik zal ze huldigen als Hofleverancier van stichting Kunst en Complex. Bij het overschrijden van de drempel van het bedrijfsterrein hef ik als groet majesteitsschennend het 'Wilhelmus van der Zouwen' aan. Ik bel snel weer.
Rotterdam, maart 2001
Met dank aan het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, Rotterdamse Kunststichting, Stichting Bevordering van Volkskracht, Erasmusstichting.
Tweetalige (nl/gb) publicatie, verschenen ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum van stichting Kunst en Complex. Vormgeving: Arnold Schalks en Jozef van Rossum. Verschijningsdatum: 7 april 2001, Rotterdam. Offset, afmetingen (b x h): 130 x 210 mm, 68 pagina's, zwart-wit afbeeldingen, genaaid. Oplage: 2001 exemplaren. © april 2001, Rotterdam, Arnold Schalks
Tweetalige (nl/gb) publicatie, verschenen ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum van stichting Kunst en Complex. Vormgeving: Arnold Schalks en Jozef van Rossum.