|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Decorontwerp voor de kameropera van Willem Dragstra (1956) op tekst van Ger Bertholet, gecomponeerd in opdracht van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Speellijst 2003: 8 (wereldpremière), en 9 november, Glaspaleis, Heerlen; 13 november, Odeon, Zwolle; 19 november, Parktheater, Eindhoven; 22 november, Theater Zwembad De Regentes, Den Haag; 30 november, Stadsschouwburg Utrecht; 3 december, Stadsschouwburg Sittard; 6 december, Munttheater, Weert; 11 december, Theater a/h Vrijthof, Maastricht.
Steenkool- / Steenkolen-
...ader, ...as, ...bedding, ...bekken, ...briket, ...depot, ...energie, ...engels, ...gas, ...groeve, ...gruis, ...handel, ...handelaar, ...houdend, ...industrie, ...korst, ...laag, ...long, ...leem, ...loods, ...magazijn, ...mijn, ...ontginning, ...periode, ...productie, ...teer, ...veld, ...verbruik, ...vorming, ...wagen, ...wasserij, ...werker, ...winning, ...zwart,
Dit is de wereld van Marthe. De bewoners van deze opera zitten tot hun nek in de Steenkool. Dat is raar, want die steenkool is nergens te bekennen. Hij is hun afgenomen. De laatste mijn is al een tijd geleden gesloten. Schoorsteen, koeltoren en schachtgebouw zijn vakkundig gesloopt. Maar het motorische geheugen laat de bewoners van dit gebied nog om de verdwenen gebouwen heenlopen, laat ze bij felle zon de schaduw zoeken van de loods die er niet meer staat. Het zijn verdwaalden, geïsoleerden in een wereld die alleen in hun herinnering nog leeft. Niet begrepen door hun kinderen, genegeerd door de 'nieuwkomers'.
Marthe werd in 1995 gecomponeerd en nog voor de eerste noten konden klinken, kwam in 2002 de herziene versie tot stand. Dit typeert de muziek van de Nederlandse componist Dragstra die een rusteloos zoeken uitdrukt: voortsnellende stemmen die plotseling tot stilstand komen en dralend wachten om er weer van door te gaan. Citaten van muziek-stijlen die hij als kosmopoliet overal in de wereld ondervond, eigenzinnige instrumentatie en een ongebruikelijke rolverdeling (zeven vrouwen en één man) leveren een niet zondermeer onder te brengen muziekwerk op. De nog nooit uitgevoerde noten op flarden impressionistische teksten van Ger Bertholet inspireerden David Prins tot een heel eigen kijk op de vergane en toch levende wereld van de mijnen in Zuid-Limburg. Marthe, het kind van de rekening, wordt gevolgd in scènes die niet op het eerste gezicht – en theater is niet meer dan een 'eerste gezicht' – in causale verhouding tot elkaar staan. Iedere scène geeft een beeld van Marthe en haar omgeving. Ook muzikaal is dit tot uitgangspunt gemaakt. De muzikale leiding is in handen van René Gulikers. Voor de vormgeving van de reeks losse, sterk vergrote beelden werkt David Prins samen met beeldend kunstenaar Arnold Schalks en kostuumontwerpster Marrit van der Burgt. De eerste twee voorstellingen zijn op locatie in het Glaspaleis en er volgens nog 7 voorstellingen in schouwburgen en theaters.
Het Glaspaleis werd in 1932 ontworpen door Frits Peutz (1896-1974). De ontwerpen van deze Nederlandse architect die inmiddels in één adem wordt genoemd met Le Corbusier en Walter Gropius, waren hun tijd ver vooruit en omstreden. Uit het oeuvre van Peutz spreekt ambachtelijke overlevering, maar ook een hardnekkig gevoel voor nieuwe materie. Het ontwerp van Peutz laat aan de buitenkant geen dragers zien, maar biedt een eerlijke kijk op de constructieve binnenkant. De witte paddestoelzuilen vormen het imponerende binnenwerk van het Glaspaleis. Het doorgaande transparante omhulsel ervan sluit met grote glazen gevelvlakken op elkaar aan. Het Glaspaleis vertelt de nieuwste geschiedenis in glas, staal en beton. Na een ingrijpende restauratie werd het gebouw hèt cultureel centrum van Heerlen en Parkstad Limburg.
MARTHE VERBORGEN ACHTER DE MUZIEK
MDe Limburger, maandag 10 november 2003
Gezien: première opera Marthe. Locatie: Glaspaleis Heerlen
Voor de opera in het algemeen geldt dat voor juiste muzikale verhoudingen en de verstaanbaarheid van de tekst een uitgekiende balans van de vocale expressie met de instrumentale dynamiek van eminent belang is.
Bij de première van Marthe, een steenkoolopera op een libretto van Ger Bertholet en muziek van Willem Dragstra - afgelopen weekeinde in het Glaspaleis te Heerlen - domineerde het naast het kleine podium gezeten instrumentale ensemble de voorstelling. Daardoor zaten lange passages, wat het vocale aandeel van de opera betreft, achter krachtige instrumentale klanken verborgen. De niet direct te vatten teksten bleven dientengevolge in de lucht hangen.
Van een echte libretto-intrige is geen sprake. Daar helpt de tekstsplitsing in drie bedrijven (Ochtend, Middag en Avond) geen moedertjelief aan. Marthe, de losgeslagen dochter van een mijnwerkersechtpaar, met verve vertolkt door zangeres Claudia Patacca, heeft in José Scholte als Beate, een stadsplanologe en k(l)eurig gekleed in een Schunck-combinatie, een gepast sobere tegenspeelster. De twee meiden stippen in een reeks korte, aangeschakelde fragmenten de problemen aan van de eerste jaren na de mijnsluiting in Limburg. Dan kun je je afvragen of de Marthe-figuur, zoals Ger Bertholet en componist Willem Dragstra die in het hoofd hadden, dezelfde is als de ordinaire del in de aankleding van Mieke Koenen en in de regie van David Prins. Wel worden de ouders van Marthe terecht opvallend sterk tegen de dochter afgezet; Marion van den Akker en Henk Smit maken er indringend twee 'fossielen uit het mijnverleden' van.
Maar wat net zo goed de aandacht trekt als de vaak amper te horen vocale invulling van de diverse rollen is de niet bij de een of andere stijlperiode onder te brengen muziekstructuur van Willem Dragstra. Zijn eigentijdse, dissonante klanken, als tekenen van de moderne klassieke muziek, worden onderbroken door een heuse rap, een stukje Argentijnse tango en de aardige faria-faria-parodie van het patente koorkwartet. Schijnbaar als los zand aan elkaar hangende instrumentale motieven en lijntjes binden de muziek tot een groot geheel.
De steenkoolopera duurt 'slechts' zeventig minuten: net lang genoeg om de concentratie van de hedendaagse gemaksmens te kunnen vasthouden. Voor die grote, gespannen boog is uiteraard dirigent René Gulikers verantwoordelijk. Hij gaat met duidelijke gebaren het spits spelende Doelenensemble voor in een aansprekende vertolking, al kan de componist nu weer beginnen met het schaven aan de partituur. Dempers op trompet en trombones bijvoorbeeld.
OPERA ‘MARTHE’: DE MIJNEN DICHT, DE EMOTIES OP HOL
Haagse Courant, 10 november 2003
Door Aad van der Ven
Hoe de verhoudingen liggen binnen het gezinnetje van vader Sjeng en moeder Monnica wordt al snel duidelijk. De ex-mijnwerker Sjeng is werkloos, kort aangebonden en bespringt af en toe zijn dochter Marthe, die - het is de kat op het spek binden - rondloopt in een gevaarlijk leren pakje. En Monnica zit te breien, loopt rond met pannensponsjes en kampt waarschijnlijk met de overgang.
Moeder Monnica leeft in haar herinneringen. Zij denkt voortdurend aan de tijd waarin de mijnen nog open waren en haar echtgenoot haar niet de hele dag voor de voeten liep. 'Marthe, een steenkoolopera' van Willem Dragstra (muziek) en Ger Bertholet (libretto), laat zien hoe haar fantasie met haar op de loop gaat.
Nee, dit is geen nieuwe Herman Heijermans. Dit is geen sociaal drama, maar een theatraal psychogram van zowel moeder als dochter, de een vastgeklonken door haar geïdealiseerde herinneringen, de ander getraumatiseerd en losgeslagen. De teloorgang van de mijnen is dan ook niet veel meer dan een pittoreske achtergrond in de vorm van de mijnwerkershelm, die 'de grijze man', zoals vader Sjeng voortdurend wordt aangeduid, als een trofee met zich meedraagt.
De toon van het libretto maakt al duidelijk, dat we hier de dagelijkse realiteit zijn ontstegen. Zo roept de over haar toeren geraakte Marthe: 'Kom! Vrij met mij! Min mij! Mijn steenberg voor elke leipe dwaas vol holten als een gatenkaas, hóhóhó, die heerlijk stinkt en romig is.' Om het isolement waarin de personages verkeren te onderstrepen moet Henk Smit (Sjeng) met een Gronings accent praten (lukt hem aardig) en Marion van den Akker met een Limburgse tongval (kost iets meer moeite), terwijl Claudia Patacca (Marthe) 'gewoon' ABN spreekt en José (vriendin Beate) af en toe iets in het Duits roept.
De productie heeft een waarlijk luxueuze vocale bezetting gekregen, waarvan minder intensief gebruik wordt gemaakt dan men zou verwachten. In vocaal opzicht - maar ook anderszins - heeft Marion van den Akker het interessantste aandeel. En daar maakt zij ook werkelijk iets van. Vanwege haar rol en haar prestatie had de opera best 'Monnica' mogen heten. Waarmee overigens niets negatiefs is gezegd over Claudia Patacca als Marthe. Regisseur David Prins zorgde voor een levendige enscenering, waarin de grove kwast het wint van het fijne penseel en waarin het bizarre niet wordt geschuwd. Iedereen doet onzettend zijn best.
En dan de muziek van Willem Dragstra, een tegenwoordig in Barcelona docerende componist, die blijkens zijn biografie de Rus Edison Denisov als enige leraar beschouwt die het waard is genoemd te worden. Deze partituur lijkt te zijn geschreven door een leerling van een leerling van Schönberg. De nerveuze gestiek tracht emotionele woelingen uit te drukken. Met haar overladenheid en gewichtigheid blijft de muziek ver verwijderd van het ietwat groteske, vervreemdende van wat er op het toneel gebeurt. Dirigent René Gulikers en het Rotterdamse Doelenensemble hebben er hun handen vol aan en leveren goed werk af.
De première in Heerlen was een attractie op zichzelf. Die had plaats in het onlangs met veel architectonische zorgvuldigheid gerenoveerde Glaspaleis, een voormalig warenhuis midden in het winkelcentrum van deze Limburgse stad. Het gebouw doet zijn naam alle eer aan en aangezien de opvoering zich in de entreehal voltrok was er niet alleen betalend publiek. Enkele hangjongeren konden meegenieten. Het leren pakje van de voortdurend over het toneel rollende Marthe scoorde hoog.
Muziek: Willem Dragstra; libretto: Ger Bertholet; regie: David Prins; muzikale leiding: René Gulikers; decorontwerp: Arnold Schalks; kostuumontwerp: Marrit van der Burgt; choreografie: Scott Blick; decorbouw: Vorm & Decor, Rotterdam; uitvoering kostuums: Marieke Koster; productie: Art Buro Limburg i.s.m. Stichting Intro en Annemarie Reitsma Producties. Bezetting: Marion van den Akker (Monnica), Claudia Patacca (Marthe), José Scholte (Beate), Henk Smit (de grijze man), Hester Henzepeter (1e vrouw), Christine Groeneveld (2e vrouw), Karin Strobos (3e vrouw), Kristine Gether (4e vrouw), Michel Marang (dokter), begeleid door het Doelenensemble.