|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Decorontwerp voor de oerversie van de 3 uur durende opera van Dmitri Sjostakovitsj in 4 bedrijven (9 taferelen) uit 1932. Speellijst 2004: 20 juni (première), 23, 30 juni en 2 juli 2004. Reprise 2005: vanaf 6 maart 2005, Grote Zaal van het Tiroler Landestheater in Innsbruck.
De intrige van Sjostakovitsj' opera 'Lady Macbeth van Mtsensk' is ontleend aan de gelijknamige novelle van Nikolai Leskov. Sjostakovitsj begon aan de compositie te werken in oktober 1930, en schreef een deel van het libretto zelf. Hij voltooide het werk in december 1932 en droeg het aan zijn echtgenote op.
Op 22 januari 1934 ging de opera in première in het Maly Theater in Leningrad. Hoewel de kritieken niet onverdeeld positief waren, werd de opera een groot succes. Twee jaar later was de opera 83 maal in Leningrad en 97 maal in Moskou opgevoerd. Op 26 januari 1936 woonde Stalin een voorstelling in het Bolsjoi-Theater bij. Na het derde bedrijf verliet Stalin het theater zonder de componist in de regeringsloge te hebben ontboden. Op 28 januari 1936 publiceerde het staatsblad de Pravda een artikel met de titel 'Chaos in plaats van muziek' waarin Sjostakovitsj' opera werd aangevallen. Het artikel was niet ondertekend, waardoor het de status van een officieel partijstandpunt kreeg. Aanleiding voor de veroordeling was de veranderde partijpolitiek aangaande muziek. Op 17 januari 1936 waren Stalin en een aantal operakenners bijeen gekomen om de criteria vast te stellen waaraan een Sovjetopera moest voldoen: een socialistisch libretto, een realistische muzikale taal met de nadruk op het nationalistische idioom en de weergave van een socialistische held. 'Lady Macbeth van Mtsensk' voldeed aan geen van deze voorwaarden.
28 januari 1936, Pravda
"Tegelijk met de algemene culturele groei in ons land groeide ook de behoefte aan goede muziek. Nooit en nergens hebben componisten zo een dankbaar gehoor tegenover zich gehad. De volksmassa's wachten op goede liederen, maar ook op goede instrumentale werken, goede opera's.
Enige theaters bieden het nieuwe, cultureel ontwikkelde sovjetpubliek als iets nieuws, als een verworvenheid, de opera van Sjostakovitsj Lady Macbeth van Mtsensk aan. De opera wordt door de gedienstige muziekkritiek hemelhoog geprezen en luid bejubeld. De jonge componist krijgt in plaats van zakelijke en serieuze kritiek die hem in zijn verdere werk zou kunnen helpen, alleen maar geestdriftige complimenten te horen.
Van de eerste minuut af verbluft deze opera de luisteraar door de opzettelijk niet-harmonische chaotische stroom van klanken. Brokstukken van een melodie, kiemen van muzikale frases verdrinken, ontsnappen en verdwijnen weer in gekraak, geknarsetand en gekrijs. Het is moeilijk om deze 'muziek' te volgen, het is onmogelijk om die te onthouden.
Bijna de hele opera blijft dat zo. Op het toneel is het gezang vervangen door geschreeuw. Als de componist eens toevallig op de weg van eenvoudige en goede muziek zit, dan werpt hij zich ijlings, alsof hij geschrokken is van zoiets rampzaligs, weer in de doolhof van muzikale chaos, die hier en daar overgaat in regelrecht kakofonie. De door de luisteraar verlangde expressie is vervangen door een woest ritme. Het muzikale geweld moet hartstocht uitdrukken.
Dat komt allemaal niet doordat de componist geen talent heeft, maar doordat hij niet in staat is eenvoudige en krachtige gevoelens in muziek uit te drukken. Dit is muziek die bewust 'op zijn kop' is gezet, zodat niets herinnert aan de klassieke operamuziek en niets erin iets gemeen heeft met symfonische klanken, met eenvoudige, algemeen toegankelijke muzikale taal. Dit is muziek die gebouwd is volgens datzelfde principe van ontkenning van de opera, waarop ook de ultralinkse kunst in het algemeen in het theater de eenvoud, het woord ontkent. Dit is transpositie in verhevigde vorm van de meest negatieve trekken van het 'Meijerholdisme' naar de opera, naar de muziek. Dit is ultralinkse chaos in plaats van natuurlijke, menselijke muziek. Het vermogen om door goede muziek de massa's te boeien valt ten offer aan de kleinburgerlijke formalistische inspanningen, de opzet om iets origineels te scheppen alleen om dat origineel doen zelf. Dit is spelen met duistere dingen, dat heel slecht kan aflopen.
Het gevaar van een dergelijke richting in de sovjetmuziek is duidelijk. De ultralinkse wanstaltigheid in de opera ontspringt aan dezelfde bron, waar ook de wanstaltigheid in de schilderkunst, poëzie, pedagogie en de wetenschap aan ontspringt. Deze kleinburgerlijke 'vernieuwingsdrang' leidt tot een breuk met de authentieke kunst en wetenschap en authentieke literatuur.
Om aan zijn helden die 'hartstocht' te geven, heeft de componist van Lady Macbeth aan de jazz dat nerveuze, krampachtige, epileptische ontleend.
In een tijd dat onze kritiek - waaronder de muziekkritiek - zweert bij het socialistisch realisme, brengt het toneel in het werk van Sjostakovitsj ons het grofste naturalisme. Iedereen, zowel kooplieden als volk, wordt in dezelfde toon, in bestiale gedaante, ten tonele gevoerd. De aasgier-koopmansvrouw, die door middel van moord tot grote rijkdom en macht weet te komen, wordt ten tonele gevoerd als een 'slachtoffer' van de bourgeois-maatschappij. Aan de levensschets van Leskov wordt een gedachte vastgeknoopt die er niet in zit.
En het is allemaal grof, primitief, vulgair. De muziek krast, kreunt, zucht en hijgt om de liefdesscènes zo natuurlijk mogelijk uit te beelden. En de 'liefde' is op de meest vulgaire wijze over de hele opera uitgesmeerd. Een tweepersoons-koopmansbed neemt in de uitvoering de centrale plaats in. Daar worden alle problemen 'opgelost'. In die grof naturalistische stijl worden de vergiftigingsdood en de wond bijna op het toneel getoond.
De componist heeft zich duidelijk niet ten taak gesteld rekening te houden met wat het sovjet-auditorium verwacht en in muziek zoekt. Hij heeft opzettelijk zijn muziek in zo'n code geschreven en alle klanken erin zo door elkaar gegooid, dat zijn muziek alleen die estheten-formalisten bereikt die alle gezonde smaak hebben verloren. Hij is voorbijgegaan aan de behoefte van de sovjetcultuur om de grofheid en de woestheid uit alle hoeken van het sovjetbestaan te verjagen. Deze lofzang op de koopmanswellust noemen enkele critici een satire. Maar van satire kan hier geen sprake zijn. met alle mogelijke muzikale en dramatische expressiemiddelen probeert de componist sympathie te wekken voor de grove en vulgaire verlangens en daden van de koopvrouw Katerina Izmajlova.
Lady Macbeth heeft bij het bourgeois-publiek in het buitenland succes. Prijst het bourgeois-publiek die opera juist omdat die zo chaotische n absoluut onpolitiek is? Of omdat die opera de decadente smaak van het bourgeois-gehoor kietelt met zijn verwrongen, neurasthenische muziek?
Onze theaters hebben er heel wat werk aan besteed om de opera van Sjostakovitsj nauwgezet op te voeren. De acteurs tonen een groot talent in het overstemmen van het lawaai, geschreeuw en geknars van het orkest. Ze hebben geprobeerd de melodische armoede door hun spel goed te maken. Maar helaas, daardoor kwamen de grofnaturalistische trekken nog duidelijker aan het licht. Het talentvolle spel verdient erkenning, de verspilde inspanning medelijden."
In de daaropvolgende maanden verschenen meerdere artikelen die de componist en zijn muziek veroordeelden, enkele geschreven door vroegere vrienden. Een van de aanmerkingen op het werk had betrekking op de sexuele inhoud, met name op de manier waarop de handelingen in de muziek worden verklankt. De muziekrecensent van de New York Sun noemde het 'pornofonie' en Stravinski beschreef de opera als 'bedroevend provinciaal', de muzikale uitbeelding als 'primitief realistisch'.Het werk werd in de Sowjetunie verboden, totdat in 1961 de herziene versie, waarin de erotische passages waren verbloemd, onder de titel 'Katerina Ismajlova' werd goedgekeurd door de Vakbond van Componisten. 'Katerina Ismajlova' werd voor het eerst uitgevoerd in december 1962 en beleefde opnieuw successen in binnen- en buitenland.
SJOSTAKOVITSJ: DE WILDE KLANK VAN DE RUSSISCHE ZIEL
22 juni 2004 / Kurier
Lady Macbeth van Mzensk, opera van Dmitri Sjostakovitsj, beleefde zondagavond een veelgeprezen première in het Landestheater, die met een staande ovatie werd beloond.
Samenvatting van het verhaal: De schoonvader (Joachim Seipp) wordt vermoord met rattengif. De echtgenoot ook. Katerina Ismailova, de echtgenote, wendt zich tot de vrouwenversierder Sergej. Want zij wil macht, seks, geld, lust. Alles invoelbaar, maar als het even kan zonder een moord te plegen.
Terwijl het paar met hun mede-verschoppelingen op weg is naar Siberië, verspeelt Katerina alles wat ze bezit. Zelfs haar kousen die, zoals alles, rood zijn: rood als Rusland, rood als bloed, rood als de agressieve, maar intens beleefde hartstocht van de liefde, die eindigt in het dorre kreupelhout van emotionele leegte en eenzaamheid (decor: Arnold Schalks, kostuums: Michael D. Zimmermann). De kousen worden van haar afgetroggeld door haar minnaar Serge, die ze vervolgens aan zijn nieuwste speeltje: Sonjetka (Isabel Seebacher) doorgeeft. Het eindigt op typisch Russische en operateske wijze: Katerina gaat te water. Een drama, een satire, een slapstickachtige persiflage, een kritisch onderzoek van het genre 'opera': David Prins heeft even fenomenaal geregisseerd als Georg Schmöhe de muziek heeft ingestudeerd met het Tiroler Symphonie-Orchester Innsbruck. Een levendige, fantasische, bizarre wereld: alles wat (onder meer) deel uitmaakt van het leven, het spirituele, het meditatieve, het hartstochtelijke, het dissonante, het platvloers-seksuele, de angst en teleurstelling – de muziek van Sjostakovitsj heeft het allemaal in zich. Omdat de componist met zijn stemmingen de muziek doorbreekt, zijn ook de (bizarre) breuken in de enscenering een perfect onderdeel van een integraal Gesamtkunstwerk. In het Große Haus staat niet alleen een uitstekende zangeres en actrice centraal, maar ook een vrouw met een enorme uitstraling. Susanna von der Burg maakt van de avond een evenement van meer dan regionale betekenis. Een zangeres die boeit door haar volledige toewijding en haar integer vertolkte menselijkheid. Met het grootste gemak beheerst ze de moeilijke partij.
Dan Chamandy speelt een geloofwaardige Sergej, Jennifer Chamandy geeft haar rol als aangerande huishoudster accenten van zelfopoffering. Dale Albright schittert als “Schäbiger”.
Een sensationele avond waaraan, naast het ensemble, ook het koor op briljante wijze bijdraagt.
Winfried W. Linde
RUSSISCH ROOD KONDIGT LIEFDE EN BLOED AAN
22 juni 2004 / Oostenrijks persbureau
Innsbruck viert een triomf met Sjostakovitsj' opera ‘Lady Macbeth van Mtsensk’
INNSBRUCK, 2 juni 2004.- Het Tiroler Landestheater is erin geslaagd een sensationele operaproductie op de planken te brengen met Dmitri Sjostakovitsj' avant-gardistische “Lady Macbeth van Mzensk” uit 1932 in de originele versie: muziek en toneel versmolten tot een opwindend Gesamtkunstwerk en werden door het publiek tijdens de première gisteren met een ovatie beloond.
Zodra je de zaal binnenkomt, word je betoverd door het ‘Russisch rood’ van het voortoneel. Vier slagwerkers hebben daar hun omvangrijke arsenaal aan percussie-instrumenten opgesteld om het muzikale verloop zichtbaar en hoorbaar te accentueren. Maar uit de orkestbak haalt de dirigent Georg Schmöhe een overweldigende klankenrijkdom tevoorschijn, die de geniale partituur van Sjostakovitsj in al zijn dynamische en sensuele aspecten belicht: van heel intieme, tedere lyriek via sarcastische tonen tot enorme explosieve ontladingen. Dit is niet alleen Russische muziek die de toenmalig 26-jarige Sjostakovitsj componeerde, dit is wereldmuziek waarin alle stromingen van deze turbulente en van creativiteit bruisende tijd zijn vervat, kortom, Europese avant-garde. Iedereen die de satire en sociale kritiek in dit werk herkent, begrijpt dat Stalin een hekel had aan deze opera, het werk verbood en de componist onder zware politieke druk zette.
Dat zag ook regisseur David Prins, die de harde kantjes van het werk meedogenloos en spannend uitbeeldt, de satire ondubbelzinnig naar voren brengt en alleen de centrale figuur Katerina eerlijke gevoelens toestaat. Zij is de enige die rood draagt, de kleur van liefde en bloed, temidden van een wereld van zwart, wit en grijs. Hier hebben decor- en kostuumontwerpers nauw samengewerkt: fascinerend zijn de linosnede-achtige, grafische beelden en ruimtes van Arnold Schalks, die contrasteren met de rode vlakken, een effect dat zich herhaalt in de kostuums: de kolchose-arbeiders zien eruit als de met zwarte tekens bedrukte meelzakken die ze sjouwen. De regie mobiliseert het enorme koor voor indrukwekkende ensceneringen, terwijl Claudio Büchler de door hem muzikaal perfect in het gareel gehouden koorleden tot indrukwekkende klankeffecten weet te beweggen.
Susanna von der Burg is een gepassioneerde hoofdrolspeelster: ze zingt, ze acteert, ze vertolkt Katerina Ismailova met hart en ziel; haar eenzaamheid, haar frustratie, de liefdesroes, de moord, de schuldgevoelens en ten slotte de bitterheid van iemand die bedrogen uitkomt. Haar stem en haar spel lijken in hun tomeloze lichamelijkheid geen grenzen te kennen. Een schitterende prestatie. Joachim Seipp zet de bruutheid en stiekeme wellust van schoonvader Boris op briljante wijze neer, net als Dan Chamandy de gladde versierder Sergei. De karikaturen van de domme Sinovi (Marwan Shamiyeh), de onverbeterlijke dronkaard (Dale Albright), de rentmeester en priester (Yury Shklyar), de politiechef (Sebastien Soules) en de politieagent (Frederic Grager) zijn tot in de puntjes verzorgd; Isabel Seebacher geeft de eerloze Sonjetka op passende wijze gestalte. Alles, inclusief de bijrollen, klopt.
Het ensemble, met name de hoofdrolspeelster en het artistieke team, werd terecht bejubeld.
Jutta Höpfel
SEKS EN MISDAAD UIT LIEFDESHONGER
22 juni 2004 / Tiroler Tageszeitung
Dmitri Sjostakovitsj's “Lady Macbeth van Mzensk” geweldig onder Georg Schmöhe en David Prins
Sjostakovitsj's sex-and-crime-opera als veelgeprezen uitsmijter van het seizoen van het Landestheater.
INNSBRUCK. Katerina haalt bij een Don Juan-achtige arbeider wat ze bij haar man tekort komt. De jonge koopmansvrouw lost problemen op door moord. Maar Sjostakovitsj vergoelijkte de praktijken van haar schijnbaar alleen via seks en misdaad bereikbare zelfverwezenlijking met enorme muzikale inspanning en hekelde Katerina's milieu in het tsaristische Rusland op scherp wijze. De operawereld van deze vrouw op zoek naar liefde, waardigheid en vrijheid maar zonder hang naar sociale hervormingen, is in verval geraakt.
GESAMTKUNSTWERK
Het is de dirigent Georg Schmöhe, regisseur David Prins, decorontwerper Arnold Schalks en kostuumontwerper Michael D. Zimmermann gelukt om in het Tiroler Landestheater een fantastisch Gesamtkunstwerk neer te zetten. Be buitensporige wisselbaden in de muziek worden visueel op hoog-theatrale wijze in zwart-wit-rood ondersteund. Toch ontrolt het stuk – de aangescherpte oerversie – zich met precisie zonder al te zwaar beladen te zijn.
Boven de orkestbak rijst een revueachtig voortoneel op, met een trap die naar Katerina's domein leidt. Daar zijn de kleding van de arbeiders gemaakt van de ruwe stof van hun meelzakken; daar paraderen de politieagenten in buitenmaatse jassen en mutsen. Prins geeft een choreografische draai aan de door Claudio Büchler perfect voorbereide koren, wat het schijnende slotscène van het gevangenenvervoer bijna oratorisch verzacht.
MET KATERINA'S BLIK
Als de stervende heer des huizes om een priester vraagt, wordt snel een arbeider verkleed. Realisme gaat over in scherpe ironie, geen verismo om de schone schijn te dienen. Moedertje Rusland is bruut, geil en kwaadaardig.
We beluisteren de muziek met Katerina's oor en zien de wereld met haar blik. De als een lappenpop opgevoerde kokkin lijkt tijdens de verkrachting te beantwoorden aan het primitieve ideaalbeeld van de uitgehongerde arbeiders, de brute muziek wordt herhaald in de mechanische, bizarre geslachtsgemeenschap van Katerina en Sergej.
De excessieve lyrische klanken van leed, grotesk gehijg en gerochel die Georg Schmöhe in grimmige vaart uit het orkest wist te halen, werkte ontketenend en beklemmend en werd al voor de pauze luid toegejuicht.
Er is applaus voor iedereen van het voortreffelijke huisensemble, vooral voor de Katerina van Susanna von der Burg, die zichzelf vocaal, speltechnisch en qua intensiteit niets heeft bespaard. De nergens te dik aangezette viriele Boris van Joachim Seipp volgt haar op de voet. Dan Chamandy heeft de juiste uitstraling en stem voor de minnaar Sergej, Marwan Shamiyeh moet als Sinowi weer eens de zwakste zijn. In de kleinere verweven bijrollen is iedereen op zijn plaats: Isabel Seebacher, Yury Shklyar, Jennifer Chamandy, Sebastien Soules, Dale Albright, Frederic Grager, Heinrich Wolf, Michael Lukavec, Ronald Nelem en Stanislav Stambolov.
Ursula Strohal
KLASSE VAN DE AVANT GARDE
22 juni 2004 / Kronenzeitung
Première van Sjostakovitsj in het Große Haus een triomf
Triomf als afscheid! Bij de première van Sjostakovitsj's “Lady Macbeth van Mzensk” haalde Georg Schmöhe op de bok nog een keer alles uit de kast, en maakte hij de avond met grandioze zangers, de decorontwerper en het koor tot een Gesamtkunstwerk.
De weg van Katarina Ismailova is met lijken bezaaid. Meedogenloos bevrijdt ze zich van de heerschappij van de man. Haar schoonvader, haar echtgenoot en uiteindelijk ook haar rivale moeten het ontgelden. “Lady Macbeth” is een zedenschets van passie, van grenzeloosheid, van de gevoelens van een vrouw. David Prins slaagt erin om de monumentaliteit van het werk in ontnuchterende helderheid en toch vol passie neer te zetten. De personages zijn messcherp getekend, het decor (Arnold Schalks) en de kostuums (Michael D. Zimmermann) zijn adembenemend.
De Katarina van Susanna von der Burg is erotisch en verleidelijk. Joachim Seipp boeit als tirannieke schoonvader. Ook Marwan Shamiyeh en Dan Chamandy presteren vocaal grandioos. Maar de rest van het ensemble en het koor verdienen tevens alle lof. Het orkest onder leiding van Georg Schmöhe speelt uitmuntend. De soms simpele melodieën van Sjostakovitsj nemen wilde wendingen die tot dissonanten worden vervormd. Schmöhe zorgt voor dramatische, intense klankuitbarstingen. Met zijn hoog volgehouden tempo onderstreept hij de problematiek van de opera en maakt hij van zijn afscheidsavond een zegetocht!
Moni Brüggeler
Muziek: Dmitri Sjostakovitsj; libretto: Alexander Preis & Dmitri Sjostakovitsj; regie: David Prins; muzikale leiding: Gerhard Schmöhe, Claudio Büchler; decorontwerp/-uitvoering: Arnold Schalks; kostuumontwerp: Michael D. Zimmermann; lichtontwerp: David Prins & Johann Kleinheinz; decorbouw, uitvoering kostuums & productie: Tiroler Landestheater Innsbruck; uitvoerende ensembles: Koor en Extra Koor van het Tiroler Landestheater, Tiroler Symphonieorchester Innsbruck. Rolverdeling: Susanna von der Burg - Katerina Lwowna Ismailowa; Marwan Shamiyeh - Sinowi Borissowitsj Ismailow; Joachim Seipp - Boris Timofejewitsj Ismailow & de geest van Boris Timofejewitsj Ismailow; Dan Chamandy - Sergej; Jennifer M. Chamandy &endash; Axinja & dwangarbeidster; Dale Albright - de sjofele arrbeider; Yury Shklyar - rentmeester & pope; Isabel Seebacher - Sonjetka; Sébastien Soules - politiechef; Frederic Grager - politieagent; Heinrich Wolf - 1e ploeghoofd & leraar; Michael Lukavec - 2e ploeghoofd; Ronald Nelem - 3e ploeghoofd; Stanislav Stambolov - molenaarsknecht.