|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Decorontwerp en vormgeving van de rekwisieten voor de romantische opera van Richard Wagner in 3 bedrijven voor het Tiroler Landestheater in Innsbruck op uitnodiging van de regisseur David Prins. Speellijst: 23 (première), 27 en 30 juni 2007 in de Grote Zaal van het Tiroler Landestheater in Innsbruck. Reprise: 1, 15, 20, 27 december 2007 en 31 januari, 27 februari, 27 maart en 25 april 2008 in de Grote Zaal van het Tiroler Landestheater in Innsbruck.
De Vliegende Hollander (Der Fliegende Holländer) is een romantische opera in drie bedrijven, geschreven door Richard Wagner. Wagner schreef het circa 2,5 uur durende werk zonder pauzes, een voorbeeld van zijn pogingen om met de heersende traditie te breken. De opera werd in 1841 voltooid en beleefde op 2 januari 1843 zijn wereldpremière in Dresden. Het werd een matig succes. Al na vier voorstellingen werd het stuk van het programma geschrapt. Ondanks het matige succes van de première brachten twee andere huizen het werk een half jaar later op de planken: Riga (3 juni 1843) en Kassel (5 juni 1843). Voorstellingen in Berlijn (1844), Zürich (1852), Praag (1856), Wenen (1860), München (1864), Rotterdam (1869) en Innsbruck (2007) volgden.
DE VERLOSSINGSDRANG VAN HET GOTHIC-MEISJE
Tiroler Tageszeitung, maandag 25 juni 2007
CULTUUR & MEDIA
"De Vliegende Hollander” in een nieuwe enscenering in het Tiroler Landestheater: de jongeren snappen meteen waar het om gaat.
INNSBRUCK (u.st.). Met zijn applaus gaf het premièrepubliek duidelijk de voorkeur aan het muzikale gedeelte van „De Vliegende Hollander“ boven het scenische – de oren hebben in dit mengsel van Lortzing, Marschner en Donizetti geen kompas nodig. Wat de tijd betreft, is het spookverhaal echter nauwelijks te rijmen met de smaak van een niet meer zo jong publiek: Het tijdperk waarin de ziel van meisjes in vuur en vlam raakte door griezelverhalen is voorbij, en hoe de esoterische overdrevenheid zijn weg heeft gevonden naar de hedendaagse gothic-scene, wordt door het grootste deel van het publiek niet opgemerkt. Regisseur David Prins, die koos voor een enscenering die geenszins modieus overdreven is, valt niet tegen te spreken wanneer hij het publiek laat zoeken naar de stille geesten.
Arnold Schalks (decor), Johann Kleinheinz (licht) en Michael D. Zimmermann brengen de „Vliegende Hollander“ – die volgens Wagners wens zonder pauze wordt gespeeld en daardoor balladesk gestroomlijnd is – naar onze tijd. Op de draaiende scheepsboeg is plaats voor de matrozen, maar ook voor de arbeidsters, die net als vroeger de spinners collectief dorpswerk verrichten, maar vervolgens de grijze schorten uittrekken om zich idyllisch te kleden in weidegroene vilten rokken en rode hoedjes. Ironie krijgt deze avond veel ruimte.
De boeg wordt omspoeld door metalen golven, waaruit het later bloedrode model van het schip van de Hollander oprijst. Senta, in haar ‘dark fashion’ een meisje van de Waves-Goths, geeft zich – net zo verslaafd aan verlossing als de Hollander – over aan de waanzin om de verdwaalde zeeman te bevrijden. Eeuwige trouw is daarvoor het middel – een trend die vandaag de dag brandend actueel is. Aleksander Markovic leidt het Tiroolse Symfonieorkest met een bijna verhalende dramaturgie van tempo en dynamiek door het stuk; het orkest klinkt doortastend, maar genuanceerd. Joachim Seipp in de titelrol is een echte duistere figuur, donker, demonisch.
Jennifer Chamandy’s jeugdig-dramatische sopraan met zekere hoge tonen heeft mooie gedempte klanken en ook scherpe accenten. Michael Dries voorziet de Daland van een slanke bas en Biedermeier-achtige komiek, Christian Voigt is overbelast met de rol van Erik, Shauna Elkin zingt de Mary. Krachtig, zij het niet onfeilbaar, is het koor. Een waar genot is Peter Sonns’ klankvolle stuurman.
STORMEN EN OBSESSIES
Der Standard, dinsdag 26 juni 2007
Muziektheater
Glinsterende golfplaten op het podium, stormachtig geraas in het orkest, gepassioneerde zang: Wagners „De Vliegende Hollander“, kort voor het einde van het seizoen in Innsbruck, vlot, dynamisch, slim en spannend gedirigeerd door Alexander Markovic en door David Prins geënsceneerd als een aangrijpend zielsdrama, wordt een tot uitputting toe geïntensiveerde, ononderbroken ballade die uitmondt in de triomf van de obsessie.
Dat geldt vooral voor de hoofdrolspelers: de indrukwekkende titelheld Joachim Seipp, fantoom dat wanhopig op zoek is naar verlossing; Jennifer Chamandy als Senta, een duistere verschijning net als haar droombeeld en vol obsessieve passie; en daarnaast de ongelukkige Erik, voor wie Christian Voigt dramatische klanken laat horen.
Ook Michael Dries als Daland en Peter Sonn als stuurman, evenals de bedrijvige Shauna Elkin als Mary in het spinnerijatelier, laten kwaliteitsstemmen horen. Arnold Schalks ironiseert het kleine rode schipje op de zilveren golven, de opzichtige kostuums van M.D. Zimmermann doen eerder denken aan een revue. Sterk het koor, wat zwakker de bagatelliserende slotoplossing. Groot applaus. (Hoepf)
Muziek en libretto: Richard Wagner; regie: David Prins; muzikale leiding: Aleksandar Markovic; decorontwerp: Arnold Schalks; kostuumontwerp: Michael D. Zimmermann; licht: David Prins & Johann Kleinheinz; assistentie decorbouw: Lisa Überbacher; vervaardiging decor, kostuums & productie: Tiroler Landestheater Innsbruck; muzikale uitvoering: koor en extrakoor van het Tiroler Landestheater, Tiroler Symphonieorkest Innsbruck. Rolverdeling: Joachim Seipp - Holländer; Susanna von der Burg/Jennifer M. Chamandy - Senta; Christian Voigt - Erik; Michael Dries - Daland; Peter Sonn - Steuermann; Shauna Elkin - Mary.