|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Bijdrage aan het Resocialisatieproject met pupillen van het Jeugd Opvoedingsgesticht (JOG) van de Centrale Penitentiaire Inrichting Santo Boma op uitnodiging van de Surinaamse theatermaakster Alida Neslo. Projectperiode: 13 oktober - 1 december 2008.
Op woensdag 29 augustus 2007 ontving ArtRoPa-organisator Thomas Meijer de volgende brief van Alida Neslo: "Hallo Thomas, zou Arnold Schalks geïnteresseerd zijn om in een zeer ‘schaarse’ omgeving ergens buiten de stad te werken met een stuk of twintig mooie, gespierde jongemannen tussen 14 en 18 jaar? Ze zitten in de ‘jeugdgevangenis’ - of wat daarvoor doorgaat - voor uiteenlopende delicten. Ze worden begeleid door een team van jonge vrouwen (!): psychologen en social workers, en sinds kort heb ik me in het team gemengd met een plannetje voor een beetje kunst in hun leven. Dat is overgenomen door het ministerie van Justitie. Maar dat was het dan: geen geld. Gelukkig is er de UNESCO die wil helpen. Tot nu toe heb ik alle collega’s die hier aanmeerden gemobiliseerd om workshops te geven of gewoon een praatje te houden. [...] Je snapt het, ik heb weer een groep kinderen geadopteerd die te vuur en te zwaard verdedigd moeten worden. Ze zijn net als de Palestijnen: hun gedrag is niet altijd fantastisch, maar hun levensomstandigheden wil je niet weten, en: we moeten hen terug opnemen in de gemeenschap, want ze zullen niet in het niets verdwijnen. Ze blijven een deel van de toekomst van dit land.
Hartelijke groet, Alida"
--------------------------------
Van: Arnold Schalks
Datum: 17 september 2007 16:54:30 GMT+02:00
Aan: Alida Neslo
Onderwerp: Re: Project Suriname
Dag Alida, Thomas heeft je bericht aan mij doorgestuurd en mij je e-mailadres gegeven. Ik ben verrast en vereerd door je uitnodiging en het vertrouwen dat uit je woorden klinkt, zonder dat we elkaar ooit hebben gezien. Uit je beschrijving spreekt een ruimhartig engagement.
Dat werkt aanstekelijk. Als ik dan toch voet op onbekend terrein zet, waarom dat niet gelijk werken in een onalledaagse omgeving en omstandigheden. Je verzoek prikkelt mijn fantasie, en mijn nieuwsgierigheid is altijd een goede motor gebleken. Er is één twijfel, en die zit meer in mij: Ik heb enige ervaring met het werken met jeugdigen, maar die jeugd was gemiddeld 8 tot 12 jaar oud. Met een stuk of twintig mooie, gespierde jongemannen in de puberteit heb ik nog niet gewerkt. Ik werk meestal vanuit de improvisatie, wat verwarrend kan werken. Mijn niet altijd even rechtlijnige aanpak verschaft me niet de autoriteit van een ‘docent’. Daarnaast heb ik geen pedagogische scholing (wel wat ervaring) en kan in noodsituaties (???) niet terugvallen op een of ander logisch systeem. Kortom, als ik iets met de jongens doe, dan wil ik dat kunnen doen vanuit mijn kunstenaarschap en niet als opbouwwerker. Ik kan het van hieruit niet inschatten, misschien zie ik spoken. Ik wil het graag proberen. [...]
Laten we, als ik in Suriname ben, ter plaatse gaan kijken of we knopen kunnen doorhakken.
Groeten van Arnold
--------------------------------
Van: Alida Neslo
Datum: 23 september 2007 13:24:50 GMT+02:00
Aan: Arnold Schalks
Onderwerp: RE: Project Suriname
Dag Arnold, bedankt voor je mail, wat een verrassing! En, natuurlijk moet je in de eerste plaats handelen vanuit je kunstenaarschap, ik zou ook niet weten hoe het anders moest. Ik ben ook geen pedagoog of zo, maar ik volg gewoon overal en altijd mijn hart of mijn neus, als dat minder sentimenteel klinkt.
Er zijn bij de afdeling jeugddelinquentie een paar maatschappelijk werksters/psychologen die al lang met de jongens werken. Als ik iets wil vraag ik altijd hun begeleiding voor als ik iets 'verkeerds' zou doen. Bovendien is er ook een zogenaamd afdelingshoofd dat de jongens 'streng maar rechtvaardig' behandelt. Ze beschouwen hem als een vader en hebben absoluut ontzag voor hem. Hij is altijd in de buurt, een heel beminnelijk man, die er al dertig jaar werkt, maar toch nog niet cynisch geworden is, hoewel hij reden te over zou hebben!.
De omstandigheden waarin de jongens verkeren zijn naar Hollandse -en ook wel Surinaamse- begrippen abominabel. Het gebouw waarin ze verblijven is versleten en staat veeeeeeel te dichtbij de gebouwen van de echte zware jongens... de meerderjarige criminelen. Soms is er geen water en soms valt de stroom uit. Geen airco, alleen een recreatieruimte die open muren heeft, er staat een tv waar ze soms films mogen bekijken. Er is ook een tafeltennistafel, een basketveldje en een 'voetbalveld' (in de brandende zon!). Ze koken zelf hun kostje en mogen ook de tuin onderhouden. Dat is het zo'n beetje.
's Morgens zitten ze van 8 - 12 uur op school omdat ze nog leerplichtig zijn. Er wordt lesgegeven op lagere schoolniveau en er is een technische school, een soort ambachtelijke vmbo. Je wilt niet weten hoe de klaslokalen erbij staan: treurnis alom, zou je denken... . Maar het gekke is dat de stemming vaak oké is. De staf gaat heel gemoedelijk en met liefde met de jongens om en zij zijn op hun beurt (bedrieglijk!) timide...
Wat ik probeer te doen, en dat is hier niet gebruikelijk, is deze jongens te confronteren met 'ongewone' omstandigheden, waarin ze uitgaan van hun eigen creativiteit en waarbij ze liefst in contact komen met leeftijdgenoten die NIET dezelfde keuze gemaakt hebben als zij. Mijn engagement uit zich in het feit dat ik geloof in wederzijdse beïnvloeding op die leeftijd, meer nog dan van boven gedirigeerde verordeningen.
Vaak lopen de jongens op school achter, zijn ze drop-outs of iets dergelijks, en hebben ze dus een vreselijk complex ten opzichte van anderen die het 'beter getroffen' hebben. Dat wordt niet zo gauw besproken met vriendjes op een bepaalde leeftijd. Het wordt dus ver weggestopt onder meer of minder stoer gedrag (ha!), met alle noodlottige gevolgen van dien...
Ik heb dus het een en ander op papier gezet over een gestructureerde aanpak op creatief gebied en dat aan het ministerie aangeboden, en maar wachten op het geld..... . Uiteindelijk heeft het hoofd van de dienst het programma aan de UNESCO aangeboden, en die is akkoord om het eerste jaar te financieren. De boys krijgen dan beeldende kunst, drama, dans en zang op regelmatige basis, Daarmee mogen ze af en toe naar buiten komen, zodat ze ook positief in het nieuws komen. Ons project is dus nog niet echt begonnen, maar ik heb al een paar keer zaken georganiseerd, met behulp van de maatschappelijk werkers.
Bijvoorbeeld toen Hakim (de clown/cabaretier) in Suriname was voor optredens, heb ik hem naar Boma meegesleept voor een workshop. Een geweldig succes, vooral toen hij hen over zijn Algerijnse jeugd en zijn voorgeschiedenis als boefje vertelde. "Van boefje naar tv-ster", dat werkt altijd op de verbeelding van pubers.
Vorige week was er een groep hip hoppers/rappers uit Rotterdam op bezoek. Die hebben ook met hen gewerkt en ze kwamen ermee op tv! (Grote opwinding.)
En toen de voetballer Seedorf hier was hebben we kunnen bewerkstelligen dat hij een gaatje maakte in zijn tweedaags (!) programma en de jongens ontving. Ze mochten met hem op de foto en de Europacup aanraken! (Een jongensdroom!). Maar het belangrijkste vonden de jongens dat ze op de tribunes van het stadion mochten, tussen leeftijdgenoten en begeleid door cipiers in burger. Dat we hen vertrouwen hadden geschonken was voor hen het allerbelangrijkste.
Het volgende dat ik wil is een reclamecampagne in samenwerking met één van de bekendste modeketens hier in Suriname. De jongens zijn gek op mode en voor hen is omgang met zo'n 'elitaire' omgeving ondenkbaar in gewone omstandigheden. Bovendien mogen ze ook vanwege de Jeugdbescherming niet met hun gezicht in beeld komen (Stigmatisatie!). Het geheel zou dus interessant in beeld gebracht moeten worden door een creatieve cameraman.
De directeur van de modeketen is ook een beetje ondeugend type (wist ik). Vandaar dat hij er helemaal voor te porren is. We willen er een soort 'terug naar school' campagne van maken (in Suriname is september de vakantiemaand). Van crimineeltjes verwacht men hier absoluut NIET dat ze het boegbeeld zijn van een dergelijke campagne. We weten dus ook niet of het publiek dit zal pikken of niet. Suriname is soms 'kaste-gevoelig'... .
Ik schrijf je deze lange mail om je duidelijk te maken wat de omstandigheden zijn en de eventuele mogelijkheden. Het lijkt me beter dat jij je gedachten laat gaan over een project als dat voor jou mogelijk is in deze omstandigheden. Aangezien ik je (nog) niet echt ken lijkt me dat beter, wat denk je? O ja, bij een eventueel project moet de leiding van het ministerie van Justitie om toestemming gevraagd worden. We moeten dus op tijd zijn met een duidelijk omschreven voorstel, zodat we dat kunnen voorleggen aan de 'notabelen'.
Ik hoop dat ik je niet afgeschrikt heb!
Hartelijke groet, Alida
[...] De luikjes van de winkels klappen open, de vogelkooitjes worden aan de dakbinten in de nok gehesen. De regenval van gisteren heeft diepe voren getrokken in het wegdek van aangestampt zand.
Ik ben op weg naar het kantoor van de Justitiële Kinderbescherming (JKB) aan de Gongrijpstraat in verband met een bezoek dat ik samen met Alida Neslo aan het Jeugd Opvoedingsgesticht (JOG) in de Penitentiaire Inrichting Santo Boma zal brengen. Vandaag is daar vanwege kinderdag/Sinterklaas een cook-out, een kookwedstrijd voor de minderjarige delinquenten.
Ik meld me op de derde verdieping van het kantoor, maar wordt in de wachtstand gezet.
Het voor Paramaribo'se begrippen hoge gebouw kijkt uit op een vervallen kerkhof. De hemel daarboven laat alweer wat blauw zien. Het is 8 uur 48. De dienstbus met Penitentiaire Ambtenaren (PA's) waarin wij mee kunnen rijden, zal wat later vertrekken, dus gaan Alida Neslo en ik op het terrasje van 'Tempo Dulu' zitten en bestellen een koffie.
Om 9 uur 30 vertrekt de bus. Boven ons breken de wolken. De ruitenwissers kunnen de neerslag nauwelijks aan.
Voor ons zitten twee maatschappelijk werksters, die stage lopen in de inrichting: een Vlaamse en een Surinaamse vrouw. Onderweg stappen nog een paar geüniformeerde mannen in. Tijdens de instap houden ze hun aktetas boven hun hoofd als dakje tegen de regen. Als we tenslotte de oprit (Niet Parkeren!) naar de penitentiaire inrichting opdraaien is het droog. Een deur in de grijze staalplaten poort zwenkt open. We tonen onze paspoorten en schrijven ons in bij de wacht. Omdat we met het dienstbusje van de JKB zijn gekomen, is de controle coulant.
We lopen het gevangenisterrein op en slaan bij de burelen linksaf, richting Jeugd Opvoedingsgesticht. Rechts liggen de celblokken van de meerderjarige mannelijke criminelen. We worden op de wachtpost van het JOG ontvangen door de afdelingshoofden mevrouw Nora en meneer Struyken. Nadat we ook hier zijn geregistreerd mogen we 'naar achteren'.
De wereld die we betreden is uiterst spaarzaam gestoffeerd. Het gesticht ligt als een middeleeuws aandoend strafkamp van laagbouw tussen de moderner ogende cellencomplexen voor de volwassenen. Een kleine b(r)oze wereld temidden van de grote, nog bozere wereld van Boma. Kennelijk heeft de politiek het bestaan en de zin van deze dorre enclave vergeten of opgegeven. Anders dan in de sectoren voor de meerderjarige criminelen ontbreekt een geavanceerd camerasysteem. Hier vertrouwt de leiding blijkbaar op het analoog waakzame oog van de PA.
Voor ons ligt de binnenplaats met links en rechts een rij bakstenen barakken waarin de cellen zijn ondergebracht. Deuren met hangsloten, daken van gebutst golfplaat. Achter de getraliede, glasloze ramen: stapelbedden. Twee jongens, door de leiding beminnelijk 'pupillen' genoemd, delen een cel: een ruimte van 2,5 x 2,5 meter die, in datzelfde beminnelijke jargon, 'kamer' heet. Om spanningen tussen de pupillen te voorkomen wordt er een roulatiesysteem gehanteerd. Eens per maand verkassen de pupillen naar een andere cel, een ander bed. De celwanden zijn kaal. Het aanbrengen van posters of andere wandbedekking is verboden. De jongens zouden daarachter ongezien een vluchtgat kunnen maken. Waar ze na een uitbraak heen moeten is mij een raadsel. We bevinden ons binnen minstens drie grimmige schillen ommuring met roestig prikkeldraad.
Achter ons, bij de muur van een betonnen toiletblok, is een groepje jongens van een jaar of 15 bezig met een tuinslang bestek en servies af te wassen. Aan de overkant van de onverharde binnenplaats ontleedt een ander groepje met een machete een pallet die als stookhout wordt gebruikt. Onderling wordt er Sranantongo gesproken. Uit hun kleding valt niet op te maken dat ze gevangenen zijn: geen streepjescode maar kleurige merkshirts (orichinees?) jeans, sportschoenen, rasta-armbanden en opmerkelijk veel kettingen met kruisjes. Hun hoofden zijn kortgeschoren, maar zelfs daarin onderscheiden ze zich niet van de 'vrije' jongens die ik dagelijks in de binnenstad van Paramaribo tegen het lijf loop.
We lopen naar de overdekte verhoging op de binnenplaats, voor ingewijden: 'de zaal'. Hier zijn banken en tafels opgesteld. Op deze plek wordt normaal gesproken, gegeten, gewerkt en gerecreëerd. Op een omheind terrein direct daarachter zijn zeven stookplaatsen ingericht. Er wordt vuur gemaakt. We overzien het wedstrijdtoneel. Achter de met prikkeldraad afgezette muur rijzen de gebouwen van de vrouwenafdeling op.
De veertig pupillen zijn over zeven groepen verdeeld. Elke groep heeft een leider die duidelijk zichtbaar een naamkaartje draagt. Elke groep heeft een menu samengesteld. De rauwe ingrediënten zijn voorgesneden op zeven tafeltjes uitgestald. De leiders staan met een wok of koekenpan in de aanslag bij hun opgerakelde houtvuurtjes. Het koken kan beginnen.
Er wordt gebraden en gefrituurd. Er wordt (te) royaal gezouten en gepeperd. Een portie kippenpoten wordt gecremeerd. Kooksels worden afgegoten boven een putje bij een grote waterton. De rook beneemt de adem. Drie PA's beoordelen de bedrijvigheid groepsgewijs en noteren cijfers op hun staatjes in de kolommen: 'taakverdeling', 'participatie groepsleden' en 'performance leider'. De groepen gaan gelijk op.
Een fluitsignaal van mijnheer Struyken beëindigt de kooktijd. De groepen scheppen hun spijzen over in het schaarse serviesgoed en plaatsen hun creaties op de tafels van de 'zaal'. Een panel van maatschappelijk werkers en PA's zal straks de resultaten keuren.
Als iedereen zijn plaats aan tafel heeft ingenomen, leidt elke groep zijn gerecht in. De voertaal is nu Nederlands. Eerst noemt de leider de naam van de groep en legt, niet altijd even welbespraakt en luid, uit waar die naam vandaan komt. Na elke spreekbeurt joelen de rivaliserende groepen. Mijnheer Struyken treedt corrigerend op. Nadat de leiders de ingrediënten in het bereide gerecht hebben opgesomd mogen de panelleden proeven.
De bami van groep N. wordt als beste beoordeeld. (Wat is de hoofdprijs? De eer? Een positieve aantekening in het dossier?)
Na de keuring mogen de jongens hun maaltijden opeten. Bij de verdeling van het eten speelt de testosteronspiegel parten: het komt tot gedrang en stemverheffing. Mijnheer Struyken is streng: Hij marcheert de pupillen in twee groepen af: de eerste groep naar de barak voor pupillen die kort gehouden moeten worden, de andere naar de tegenovergelegen barak waar het regime wat losser is.
Wij pakken onze spullen en worden met het busje naar de stad teruggebracht. De Domineestraat staat over de volle breedte blank. [...]
Ik sta vroeg op om me voor te bereiden op de theaterworkshop die ik vandaag zal geven in het Jeugd Opvoedingsgesticht. De bedoeling is, dat ik de tien pupillen van de theatergroep help met het ensceneren van het door hen bedachte kerstverhaal. De voorstelling zal over twee weken worden gepresenteerd op de interne kerstviering in de recreatiezaal van het JOG.
Ik weet niet precies wat me te wachten staat of wat er van mij wordt verwacht. Om straks niet met lege handen te staan koop ik bij Sanousch papier en potloden. Bij de bazaar op de hoek koop ik een rol touw, plakband, vijf zonnebrillen en een paar nepgouden sierraden. Mochten ze niet van pas komen dan kan ik ze altijd als geschenk achterlaten.
Rond half twaalf ga ik op weg ik naar de hoek van de Schietbaanweg en de Tourtonnelaan. Om 12 uur 55 heb ik daar een afspraak met Lena, een Vlaams maatschappelijk werkster, die stage loopt op het JOG. Als alles volgens plan verloopt, worden we daar om 13 uur opgepikt door de dienstbus van de Justitiële Kinderbescherming. De bus is twintig minuten te laat, en eenmaal onderweg verliezen we nog meer tijd omdat er overal PA's moeten worden opgehaald.
De controle aan de poort is nu strenger. Lena wordt ondervraagd. Ze moet haarfijn uitleggen wat ze komt doen. Ik voel hoe die wolken zich ook boven mijn persoon samenpakken, maar de bui trekt over: mijn paraaf volstaat. We mogen naar binnen. We kopen allebei een flesje water bij de kantinedienst voordat we 'naar achteren' gaan.
In het JOG komen we aan op een lege binnenplaats. De jongens mogen nog niet 'van kamer', omdat de wacht wordt gewisseld. Afdelingshoofd mevrouw Nora is streng. Lena wil nog wat persoonlijke gesprekken met de jongens voeren, maar krijgt geen toestemming. Als de nieuwe wacht is geïnstalleerd gaan de sloten van de deuren en melden de toneelgroep en de muziekgroep zich voor appèl. De groepen worden gesplitst. De muziekgroep mag elders op het terrein zelfstandig oefenen. De theatergroep komt onder mijn hoede.
Het verhaal dat de groep heeft bedacht is eenvoudig: Bij de ingang van een supermarkt staat een bedelaar. Hij vraagt het winkelende publiek om een aalmoes voor de aanschaf van een kerstbrood. Een rijke man passeert. Als de bedelaar de man aanspreekt leest de rijkaard hem de les: als hij wat minder lui was geweest, als hij wat beter had opgelet op school, als hij zijn vrienden met meer zorg had gekozen, als...., dan had hij daar nu niet gestaan. Een pater hoort het betoog van op een afstand aan. Als de rijke man zijn weg wil vervolgen, spreekt de pater hém op zijn beurt aan. Hij vraagt de rijke man of hij aan God gelooft. Als hij dat beaamt, wijst de pater hem op zijn christenplicht. De rijke man komt tot inzicht, koopt voor de bedelaar en zichzelf een kerstbrood.
We hebben drie personages, maar tien spelers. De twee jongens die het stuk hebben bedacht, spelen de dragende rollen: de rijke en de pater. Blijven er nog acht over. Van die ene bedelaar maken we er drie. Drie BLINDE bedelaars, wel te verstaan. Zij claimen drie van de vijf zonnebrillen.
Bij een rijke man horen bodyguards: drie anderen jongens claimen de twee laatste zonnebrillen en de nepgouden ring. Ze weten de gorilla-pas van de penoze feilloos te treffen. De stukjes touw die vanaf hun oorschelpen via hun hals in hun t-shirts verdwijnen, stellen de in de security-branche courante 'oortjes' voor.
De overgebleven twee jongens zullen het stuk afsluiten met een eind-rap. Ze figureren zolang als winkelende omstanders.
De cast is rond. De set is pover. We staan in de brandende zon op een zanderige binnenplaats. We zoeken de schaduw van het golfplaten dak. Daaronder bepalen we de positie van de bedelaars en de pater en de route van de rijke man met zijn gevolg. De twee rappers maken ondertussen bankbiljetten van het meegebrachte papier.
We spelen een eerste versie. Er ontstaat onenigheid over de verdeling van de zonnebrillen en een nepgouden ring. Eén van de bedelaars wil toch liever bodyguard worden, vervolgens profeet en tenslotte helemaal niks meer. Lena onttrekt hem aan het verkeer. Pupil N. zet een overtuigende pater neer. Het is een forse jongen van een jaar of 17. Aan zijn gezicht te zien moet er onder meer Javaans bloed door zijn aderen stromen. Zijn bijbelkennis is verbluffend; zijn retorisch talent wekt ontzag; de jongens zien tegen hem op. De groep onder zijn leiding won gisteren ook al de cook-out.
We strompelen twee keer door het stuk en dan is het over. Geen tijd meer voor de eind-rap. De jongens moeten terug op cel.
Voordat hij achter slot en grendel verdwijnt, spreek ik pupil N. aan en vraag hem waar hij zo goed koken geleerd heeft. Hij vertelt dat hij, voordat hij in Boma terechtkwam, in een internaat elke dag voor 60 kinderen moest koken. Hij werd daar op het roken van marihuana betrapt en daarom zit hij nu hier, onder streng regime. Hij moest zijn opleiding afbreken en genoegen nemen met het veel lagere onderwijspeil op de gestichtsschool. Blijft hij zich goed gedragen, dan mag hij overdags 'naar buiten' om onderwijs te volgen op een 'normale' school tussen 'normale' kinderen. Als hij weer vrij is wil hij theologie gaan studeren en tenslotte priester worden. Hij spreekt rustig, schijnt zijn straf te accepteren, maar is vastbesloten later nog iets van zijn leven te maken. Ik ken zijn dossier niet, maar laat mijn bewondering blijken voor zijn ongebroken verlichting in dit duistere oord. Lena is minder meegaand en herinnert N. eraan dat je niet voor een wissewasje in de meest beruchte gevangenis van Suriname belandt...
In het wachthok stapel ik het meegebrachte materiaal op het bureau van mevrouw Nora. Ze vraagt me er een lijst van te maken. Een aantal potloden ontbreekt, de zonnebrillen heb ik niet ingenomen en de ring is om een vinger blijven steken. Ik neem afscheid, vertel dat ik voorlopig niet weerom kom. Het vaarwel is hartelijk. Het is 17 uur.
Het verlaten van de inrichting verloopt soepel. De terugweg leggen we af met een taxi, omdat het JKB-dienstbusje pas om 19 uur vertrekt. Lena had de taxicentrale al ge-sms't dat we vervoer nodig hadden en jawel: hij staat er al. Lena stapt voorin, ik achterin in. Er is niet meer zoveel behoefte om te praten. We zijn allebei een beetje op. [...]
Arnold Schalks (theater/spel)
DAG 1 / maandag 13 oktober 2008 / met Sunil Puljhun (beeldende kunst) / Groep 3
Bij warenhuis Kirpalani koop ik 40 schriften en balpennen. Ik wil ze aan de jongens en meisjes uitdelen, zodat ze notities van de lessen kunnen maken. Vandaag werk ik met groep 3. Ik deel alvast schriften uit aan hen. Meisje L*. voegt zich bij ons. Om collega-docent Sunil niet bij zijn lessen te storen, besluit ik de andere groepen hún schrift volgende week uit te reiken.
Groep 3 beloofde vorige week huiswerk te doen en over hun theaterstuk na te denken. Ik vraag naar de stand van zaken. Gezien mijn beperkte kennis van Sranantongo kiezen we Nederlands als voertaal.
Pupil A. voert het woord, maar zijn verhaal vertoont weinig samenhang. Bovendien schuiven voortdurend leden van 'andere' groepen aan, om hun schrift te claimen. Het is al met al zeer onrustig. Als iemand zonder te vragen de TV inschakelt, trek ik de stekker eruit. Twee jongens gaan op de vuist vanwege een meningsverschil over de TV.
Pupil Z. biedt zich als notulist aan. Hij maakt een lijst van de personages en noteert een voorlopige rolverdeling. Er komt een prille versie van dialogen op papier. Terwijl Sunil en ik onze spullen pakken, ontstaat er ruzie over een paar schriften. Ik had ze misschien beter in één keer kunnen uitdelen. Nu laat ik de 30 overgebleven schriften en pennen achter bij de PA (Penitentiaire Ambtenaar, cipier).
* om de privacy van de pupillen niet te schenden kortte ik hun namen af.
DAG 2 / donderdag 16 oktober 2008 / met Herman Snijders (muziek II) / Groep 1
Collega docent Herman Snijders krijgt het voor elkaar, dat we in het schoolgebouwtje mogen werken. De schriften die ik had willen uitdelen, liggen achter slot en grendel en alleen het afdelingshoofd, mijnheer Struyken, heeft de sleutel. Hij is afwezig. Vandaag werk ik met Groep 1. Pupil R. heeft de rolverdeling en de tekst die we op 9 oktober hebben opgeschreven bij zich. Ik besluit in de beperkte ruimte van het lokaal een grove enscenering te maken op grond van hun notities. Groep 1 verbeeldt de eerste dag van het leven van Jezus Christus vanaf de Tocht naar Bethlehem tot aan de Geboorte van het Christuskind. Pupil D. souffleert de wat onwennige cast. Er wordt nauwelijks verstaanbaar gesproken. Groep 1 sluit het verhaal collectief af met een rap-variant op 'er is een kindeke....'. Pupil R. soleert.
maandag 20 oktober 2008 / geen cursus i.v.m. Chinese feestdag
DAG 3 / donderdag 23 oktober 2008 / met Herman Snijders (muziek II) / Groep 2
Als we om 12 uur 30 naar 'achter' mogen, zijn nog niet alle jongens uitgegeten. Ondanks mijn verzoek kan de PA nu alweer niet bij de schriften. Vandaag werk ik voor de eerste keer met Groep 2. Tot nu toe was mij onbekend, welk gedeelte van het levensverhaal van Jezus zij kozen om te verbeelden. Nu blijkt, dat de verhalen van groep 2 en 3 elkaar grotendeels overlappen. Beiden kozen voor de episode vanaf het Laatste Avondmaal tot aan de Kruisiging. Zekerheidshalve stellen we toch een lijst op met personages, maken een rolverdeling en wisselen van gedachten over wat er in beeld gebracht moet worden. Het was onrustig, omdat gelijktijdig in een ander gedeelte van de 'zaal' (overdekte eet- en werkruimte op de JOG binnenplaats) de reggae-versie van 'I wish you a Merry Christmas' gestalte kreeg. Pupil D. bleef ongestoord notities maken. De neergutsende regen vulde weldra de slotgracht rond de 'zaal'.
PS. Aanvulling verslag door Alida Neslo: De heer Schalks ontfermt zich weer over een groep; er ontbreken enkele pupillen vanwege schoolbezoek buiten Santo Boma. De heer Schalks geeft verder vorm aan de Kerstopdracht door de pupillen een duidelijker scenario te laten bedenken. Dit gaat heel moeizaam, maar ze moeten het echt zelf doen.
DAG 4 / maandag 27 oktober 2008 / met Sunil Puljhun (beeldende kunst) / Groep 2
Alweer kunnen we pas om 12 uur 45 beginnen. De meisjes zijn wat later van de partij. Vandaag krijg ik de schriften eindelijk te pakken. Ik verdeel ze onder de jongens en meisjes. Ik roep vertegenwoordigers van alle drie de groepen bijeen, om tot een evenwichtiger verdeling van het Christus-verhaal te komen. Mijn voorstel is, een tussenepisode in te lassen, die grofweg van Johannes de Doper tot aan het Laatste Avondmaal loopt. Ik roep de pupillen A. en D. (Groep 1), F. en C. (Groep 2) en A. en Z. (Groep 3) om de tafel. We overleggen welke groep welk deel voor zijn rekening neemt.
Wat betreft groep 1 was het eigenlijk al duidelijk: zij doen de voetreis van Jozef en Maria naar Bethlehem tot aan de geboorte van het Kindeke. Helder. Ik heb groep 2 voorgesteld, het verhaal op te pakken bij Johannes de Doper, om via zijn arrestatie, zijn opvolging door Jezus, via de wonderen die Jezus verricht met de lamme, de blinde en de redding van de overspelige vrouw (een rol van meisje L.) bij het begin van het laatste avondmaal te eindigen. Pupil D. en C. gaan nadenken over een uitwerking van deze episode. Ik heb pupil N. aangesproken en hem geprezen om zijn uitmuntende kennis van de bijbel. Hij heeft toegezegd de groepen zo nu en dan met zijn Bijbelkennis bij te staan. Overigens is D. zelf ook niet onbelezen.
Groep 3 voegt bij het avondmaal weer in en verhaalt over verraad, ontkenning, veroordeling, gemeen volk en stuitende rechtsgang die tot de kruisiging leidt. Het tweede meisje (haar naam weet ik niet) wil graag Maria, de moeder van Jezus spelen.
Ik vind dat groep 3 van alle het meest wispelturig is. Ik wil aanstaande donderdag met hen gaan werken aan een vorm van enscenering. Daarvoor wil ik wat simpele rekwisieten meenemen. Muntstukken, een emmer, wat borden, een stuk touw, een doornenkroon, twee helmen.
Een groepje jongens, dat geen zin meer had in tekenen of toneel krijgt toestemming om de instrumenten te halen en muziek te maken. Het werd een vrolijke, aanstekelijke boel.
DAG 5 / donderdag 30 oktober 2008 / met Herman Snijders (muziek II) / Groep 2
Ook vandaag kunnen we pas om 12 uur 45 beginnen. Ik wil vandaag met Groep 3 aan de episode van het Laatste Avondmaal tot aan de Kruisiging werken. Ik overhandig Groep 3 de rekwisieten die ik de afgelopen dagen heb gekocht of gemaakt: 3 borden, 30 sluitringen (zilverlingen), 3 army caps, 2 zonnebrillen, 3 army sjaals, stukken touw, reflectievest, blauwe doek (Maria) en een doornenkroon. Ze krijgen 20 minuten om zelf een simpele doorloop voor te bereiden. De concreetheid van de rekwisieten zou ze kunnen prikkelen tot concreet spel. Maar kijken wat er gebeurt.
Ik wil de tussentijd benutten om met de andere groepen door te nemen welke vooruitgang zij hebben geboekt met het schrijven van dialogen.
Groep 3 geeft echter aan, geen toneel meer te willen spelen. De jongens concentreren zich voortaan liever op de muziek. Zij voegen zich bij de les van Herman in het schoolgebouwtje. Ik verruil hen voor Groep 2, en stel hen voor, om de episode van Groep 3 te spelen. Ze moeten omschakelen. Pupil F. tuurt verloren in zijn notitieboekje. Ik geef ze dezelfde spelopdracht met de rekwisieten en help ze op weg. We beginnen met drie bordjes op tafel te zetten en plaatsen Jezus, Judas en Petrus daarachter. Er wordt een tekst geïmproviseerd. Zo werken we de scènes één voor één door, gebruiken telkens andere rekwisieten. De groep krijgt er plezier in. Er tekent zich iets bruikbaars af.
Om 13 uur 15 sluiten we de les af, om naar de presentatie van Groep 1 te kijken en aansluitend naar de reggae-versie van 'Kristneti' in het schoolgebouw te luisteren. De door mij aan de drie groepsleiders uitgereikte pakjes rastakraaltjes blijken een druppel op de gloeiende plaat. Volgende week neem ik meer mee! Het is al met al een bruisende dag.
DAG 6 / maandag 3 november 2008 / alleen / Groep 1 & 2
Vandaag wederom pas om 12 uur 45 begonnen. De jongens en de 2 meisjes hadden zich na het eten netjes verzameld in de zaal. Ik heb de muzikanten (Groep 3) met de instrumenten naar het schooltje gestuurd om daar aan de opdracht van Herman Snijders verder te werken. Ze kregen er een PA bij!
Ik heb nieuwe rekwisieten voor Groep 1 meegenomen. Ik wil aan een grove enscenering van de reis van Maria en Jozef naar Bethlehem tot aan de geboorte van Jezus werken.
Het blijkt telkens weer een enorme klus om de jongens en meiden op gang te krijgen. Tijdens de aanvankelijke chaos van het warmlopen ben ik vaak de wanhoop nabij. Alles praat door elkaar. Ik vang flarden verstaanbaars op, maar de strekking van de gesprekken ontgaan me. Ik laat ze eerst maar betijen en na wat strenge ingrepen en duidelijk uitgesproken instructies kunnen we van gedachten wisselen en mondt het uurtje toch elke keer weer uit in iets ontroerends. Om kort te gaan: Groep 1 heeft een geweldige doorloop van hun verhaal gepresenteerd, waarbij de baring van het Christuskind door meisje K. in ademloze stilte plaatsgreep. Er bleek overigens wel een voetbal onder haar opgebolde jurk tevoorschijn te komen en niet de blanke pop, die ik bij Kirpalani had gekocht.
Het drama werd afgerond met een rap door pupil R. en D. trommelend op het tafelblad. Groep 2 mocht daarna presenteren, maar ze hadden zich toch bedacht: niet het Paasverhaal werd uitgebeeld, maar een roof, gevolgd door arrestatie en een rechtszaak. Het ontaardde in veel geloop, weinig focus. Erg vaag dus. Dat betekent niet dat hun insteek niet bruikbaar is. Ik ga er aanstaande donderdag met hen aan werken.
DAG 7 / donderdag 7 november 2008 / met Edgar Fraenk (dans) / Groep 2
Vandaag kunnen we om 12 uur 15 beginnen! Helaas kunnen de meisjes er niet bij zijn vanwege personeelsgebrek. De muziekgroep verdwijnt met de instrumenten in het schooltje. Dansdocent Edgar Fraenk gaat met de mensen van Groep 1, die eigenlijk al heel ver zijn met hun aandeel in de kerstviering, werken aan de choreografie van hun eind-rap. Ik werk vandaag met Groep 2 aan de uitwerking van hun laatste voorstel voor een toneelstuk. Het verhaal begint met de beroving van een supermarkt en eindigt met een berouwlied. Ondanks mijn verzoek om iets lichters te bedenken, blijven de heren bij hun keuze. Ik stel wel als eis, dat ze een rol voor een meisje (L.) inbouwen. Er werd driftig geïmproviseerd met behulp van rekwisieten. Pupil A. geeft als een soort 'vliegende kiep' goede aanwijzingen, en speelt wat rolletjes voor.
Ik heb met de OD (Onderdirecteur) gesproken over het verzoek om op maandag 10 en donderdag 13 november gebruik te mogen maken van de recreatiezaal. Op het toneel wordt alles anders. Ik hoop dat de ruimte de pupillen op nieuwe ideeën brengt.
DAG 8 / maandag 10 november 2008 / met Alida Neslo (theater/spel) / Groep 1 en 2
Alvorens op de bus te stappen haal ik de door Herman Snijders klaargelegde adapters voor de keyboards op bij de Muziekschool. Theaterdocente Alida Neslo belt me op, dat ze vandaag weliswaar aanwezig zal zijn, maar dat ze op eigen gelegenheid naar Boma zal reizen. In de Ware Tijd lees ik, dat Edgar 'Boergo' Burgos van de Surinaamse feestband Trafassi een workshop zal geven in de Penitentiaire Inrichting. Edgar is in het land vanwege zijn aandeel in 'SuriVlaams', een muziekvoorstelling die hier binnenkort op de planken van Theater Thalia zal staan. Hij pakt een werkbezoek aan de jongens en meisjes van Boma even mee.
De SuriVlaams-delegatie arriveert ruim op tijd aan de poort. Edgar Burgos kan zich niet legitimeren en belt zijn broer om spoorslags zijn paspoort langs te brengen. We kunnen op tijd naar 'achteren', waar de met de delegatie meegekomen keyboardspeler zijn instrument op één van de tafels in de zaal opstelt. Ook de meisjes zijn aanwezig. Alida stelt de gast-artiesten voor en leidt de les in.
Ik stel voor om de muziekgroep met de SuriVlaams-delegatie in de 'zaal' achter te laten en voor het eerst met de theatergroepen 1 en 2 in de geboekte recreatiezaal te repeteren. Beide groepen verzamelen de dozen met rekwisieten en stellen zich op voor de afmars. In het gelid begeven we ons naar de recreatiezaal alwaar we eerst het podium ontruimen.
We beginnen met groep 1. Meisje K. is nu definitief bij groep 1 ingedeeld. Zij neemt de rol van Maria over van pupil M., die zich nu beraadt op een nieuwe rol. Groep 1 werkt het draaiboek, inclusief de slot-rap, wat onwennig af. De harde akoestiek van de zaal en het rumoer van het door groep 2 gevormde publiek stelt hoge eisen aan de concentratie. Desondanks is de fysieke ervaring van de speelvloer, hoe rudimentair ook, een belangrijke stap in het leerproces.
Vervolgens is groep 2 aan de beurt. Hun deze week bedachte, profane stukje is ongeraffineerd, luidruchtig en chaotisch. Ik heb de indruk dat de ruimte hen, anders dan groep 1, verrast, dat ze zich daarin stuurloos voelen en confuus zijn van de galm van hun overbedrijvigheid. Ik stel voor om komende donderdag exclusief te besteden aan de uitwerking van de ideeën van groep 2. Meisje L. is inmiddels definitief in groep 2 opgenomen en ontpopt zich in de sketch -opmerkelijk- als de rechterlijke macht.
Groep 1 is op grond van de zojuist opgedane ruimtelijke ervaring geïnspireerd geraakt, en vraagt toestemming om nog even iets op het podium uit te proberen. Daarvoor is helaas geen tijd. In gelid lopen we terug naar de binnenplaats, waar Edgar Burgos de laatste hand legt aan de tekst van één van de jongens.
Pupil D. (de 'verteller' in het toneelstuk van groep 1) staat op de binnenplaats met een gekortwiekt vogeltje op zijn wijsvinger. Dat beeld wil ik in onze enscenering van het kerstverhaal inbouwen (zie: maandag 24 november).
DAG 9 / donderdag 13 november 2008 / met Alida Neslo (theater/spel) en Sunil Puljhun (beeldende kunst) / Groep 2
Vandaag rijdt de NVB (Nationaal Vervoersbedrijf)-bus naar Helena Christina niet. Alida Neslo en ik nemen de PWBL-bus en komen nog steeds ruimschoots op tijd op de Inrichting aan. Vandaag heb ik wederom de recreatiezaal besproken. Daar wil ik alleen met groep 2 gericht werken aan de enscenering van hun stuk.
Beeldende kunstdocent Sunil installeert zich in de zaal met een klein groepje tekenaars.
Er is via de SuriVlaams-connectie een compleet drumstel gearriveerd, dat de jongens in bruikleen krijgen. Een opgewonden colonne muzikanten stelt zich met de onderdelen van de drumkit op, om naar de door mij gereserveerde recreatiezaal op te trekken. De combinatie muziek en theater op één locatie lijkt me onwerkbaar. Ik stel voor om de muziekgroep in het schoolgebouw te laten oefenen. Meneer Struyken, het afdelingshoofd van het JOG, maakt bezwaar. Hij heeft onvoldoende personeel om op drie plekken tegelijk toezicht te houden. Alida Neslo biedt uitkomst: zij neemt de verantwoordelijkheid en ontfermt zich over de muziekgroep.
In de recreatiezaal werk ik met groep 2. Het wordt een intensief uurtje, waarbij ik het spel om de haverklap onderbreek om commentaar en correcties te geven. De jongens zijn licht geïrriteerd door mijn voortdurende interrupties, maar ik ben van mening dat het beter is om in een pril stadium hard te snijden, dan later ingesleten gewoontes moeizaam af te moeten leren. Mijn ingrepen hebben vooral met zichtbaarheid en verstaanbaarheid van de spelers te maken. Pupil F. brengt in een schriftje de aanwijzingen op het gebied van enscenering in kaart.
Op zaal overhandigt pupil W. me een schriftje met twee gedichten, die hij graag geprint en gekopieerd zou willen hebben. Hij wil de kopiën na afloop van de Kerstviering onder het publiek verdelen. Ik neem het schriftje mee naar huis voor verdere verwerking, maar kom tot de conclusie dat er eerst een flinke redactie (kan ik niet zelf) overheen moet, voordat het publicabel is.
DAG 10 / maandag 17 november 2008 / alleen / Groep 1
De NVB-bus naar Helena Christina rijdt weg zonder de dansdocent Edgar Fraenk* aan boord. De dienstdoende wacht van de Inrichting weet niets van een resocialisatieproject, belt het JOG en kijkt me ondertussen wantrouwig aan.
Ik word pas om 12 uur 45 doorgelaten. Meneer Struyken heeft met personeelstekort te kampen. Ook de meisjes kunnen vandaag niet aan de activiteiten deelnemen. Ik had gehoopt, op drie afzonderlijke locaties te kunnen werken: de muziekgroep zelfstandig werkend in de school, theatergroep 2 met Edgar op de binnenplaats en theatergroep 1 met mij in de recreatiezaal. Nu Edgar niet aanwezig is, moet ik de activiteiten op 2 plekken concentreren. Meneer Struyken zwicht voor mijn pleidooi om de verantwoordelijkheid te delen en geeft mij toestemming om zonder PA met de relatief kleine groep 1 (negen jongens) in de recreatiezaal te werken.
En dan gooit de regen roet in het eten. Het gutst en gorgelt machtig. De jongens blijven op kamer. Ik loop langs de deuren en spreek met de pupillen F., P., R., D. en N. We stellen een verlanglijstje op van nog te bezorgen rekwisieten. Onverrichterzake keer ik naar Paramaribo terug.
* Midden in de voorbereiding van het kerstprogramma overleed bewegingsdocent Edgar Raymond Fraenk onverwachts op 28 november 2008. Hij werd op 8 augustus 2012 begraven op de Begraafplaats Nieuw Vrede en Arbeid in Paramaribo. Edgar werd 42 jaar oud.
DAG 11 / donderdag 20 november 2008
Vandaag moet ik verstek laten gaan, omdat de constructie van het podium voor het spreekkoor voor Someni tongo première op zaterdag 22 november prioriteit heeft. Alida Neslo vervangt me.
DAG 12 / maandag 24 november 2008 / alleen / Groep 1
Vandaag loopt er het nodige mis. Ik sta er wederom alleen voor. Het schema vermeldt, dat ik vandaag met Alida Neslo zal samenwerken, maar Alida is volgens mijn informatie nog in Nederland.
Ik mag pas om 12 uur 30 naar achteren, en eenmaal daar aangekomen blijkt, dat er acht jongens op isolatie zitten, een ander aanzienlijk deel zit nog op school en een laatste deel is nog niet klaar met eten.
De meisjes L. en K. wachten in het wachthok op instructies. Mij worden uiteindelijk netto 25 minuten werken gegund met groep 1 op de binnenplaats en niet in de door mij écht besproken recreatiezaal. Teleurstellende omstandigheden, sippe gezichten. Toch is het hoopgevend wat de jongens en het meisje van groep 1 in die korte tijd neerzetten.
Helaas is pupil D. vandaag niet beschikbaar omdat hij in isolatie zit. Hij heeft een sleutelrol: hij speelt de verteller die, rechts op het toneel vóór het voordoek staand, het kerstverhaal vertelt. Ik had hem voorgesteld het verhaal te vertellen aan het vogeltje op zijn vinger, terwijl zijn beschrijving achter hem op het toneel wordt verbeeld. Helaas, een poes blijkt het vogeltje te pakken te hebben gekregen. Weg beeld.
Ik spreek bij mijn vertrek met de PA's over de frequente slechte communicatie met betrekking tot de beschikbaarheid van de recreatiezaal; een noodzakelijke faciliteit met het oog op het huidige stadium van het project. Mij wordt aangeraden om een verzoekschrift in te dienen bij de directeur.
Om komende donderdag reeds van de zaal gebruik te kunnen maken -wat ik wil- moet ik de brief aanstaande woensdag persoonlijk op Boma komen afleveren, alwaar die direct behandeld zal worden (wordt beweerd). Ik stel een conceptbrief op, die ik ter keuring aan Alida mail. Ik wil hem niet afgeven zonder haar goedkeuring.
DAG 13 / donderdag 27 november 2008 / met Liesbeth Peroti (muziek I) / Groep 1 en 2
Ik vertrek uit de Celinastraat met een tas vol bestelde rekwisieten: zonnebrillen, rasta-sjaaltjes, kettingen met kruisjes en speelgoedpistolen. Bij Lincoln Trading haal ik de afgezoomde poncho's (de bon vermeldt: 'hoofdlakens') op en loop naar de bus. Ik arriveer weer vroeg op de inrichting, maar benut de vrije tijd onder andere om mijn afscheid van aanstaande maandag voor te bereiden. Ik bestel 50 flesjes frisdrank bij de kantine en betaal vooruit. Dan wil ik de verzoekbrief voor het gebruik van de recreatiezaal persoonlijk aan de gevangenisdirecteur, de heer Blijd, afgeven. Dat blijkt niet te kunnen. Ik geef de enveloppe met de brief af bij de wacht.
Muziekdocente Liesbeth Peroti arriveert aan de poort en mag met haar auto naar achteren rijden. Ik stap in. We pakken haar instrumenten uit op de binnenplaats en splitsen de verzamelde jongens in twee delen. Ik neem groep 1 en 2 mee naar de recreatiezaal voor een doorloop als opmaat voor de presentatie van aanstaande maandag.
Het wachten is op de meisjes, die pas om 12 uur 45 arriveren. Inmiddels heeft groep 1 al een deel van het kerststuk achter de rug. Pupil D. (de verteller) heeft weinig energie en moet er als sleutelfiguur met de haren bijgesleept worden. Hij had zich achterin de zaal verscholen. Pupil M., die eerst moeder Maria speelde, speelt de aartsengel Gabriel in zijn zilveren poncho. Een riem om zijn middel zou de suggestie van een vleugelslag met zijn wiekende armen kunnen versterken. Pupil F. en K. spelen glansrollen. Tot mijn verrassing houden de meeste spelers zich aan de afgesproken enscenering en de spreekrichting (richting publiek). Nieuw is het gebruik van het voordoek, dat vlak voor de bevallingsscène discreet gesloten wordt. Het zwarte gordijn knarst en piept over de rail, maar sluit wel. Als het doek vervolgens weer geopend wordt heeft Maria een kindje in de arm. De twee koningen verschijnen dit keer in hun koninklijk roofdierengewaad. Het ziet er feestelijk uit. Door de vertraging die we hebben opgelopen met het wachten op de meisjes is er geen tijd meer voor het slotlied van groep 1. Dan start groep 2 met hun toneelstuk. Het begin heeft vaart. De berovingscene is aanzienlijk bekort, de dialogen zijn puntiger, verstaanbaarder en de nieuwe rekwisieten vinden direct toepassing. Maar al snel wordt het toneelbeeld rommeliger.
Achter de schermen wordt er voortdurend aan het touw van het voordoek heen- en weer getrokken. Spelers die off-stage zouden moeten zijn, staan on-stage te hangen. Meisje K. van groep 1 blijkt plotseling ook een rolletje te hebben bij groep 2. Welke wordt mij niet duidelijk. De spelers onderbreken hun spel voortdurend voor onderling overleg. Het publiek verliest belangstelling en begint te kletsen. Mijn stemverheffingen hebben maar beperkte invloed op de gang van zaken. Pupil D. komt naar me toe om namens Groep 1 te zeggen, dat de groep zich heeft bedacht en toch liever een ander stuk wil spelen. Voor mij komt zijn bericht als een volslagen verrassing, zeker als ik terugblik op het zojuist getoonde enthousiasme in hun kerstspel. Ik uit mijn teleurstelling, maar ik weet dat ik gezien mijn ene nog resterende bezoek weinig tijd heb om ze op andere gedachten te brengen. De onrust blijft, het toneelstuk van groep 2 hort en stoot voort. Ik stel voor dat Groep 2 betere afspraken maakt over het verloop van de voorstelling, zodat de verhaallijn wat beter overkomt. De PA's laten ons tot mijn verbazing dit keer tot 14 uur doorwerken. We moeten snel inpakken, want ook Liesbeth blijkt de tijd vergeten te zijn.
SCHRIFTELIJK VERZOEK OM HET GEBRUIK VAN DE RECREATIEZAAL
Arnold Schalks
beeldend kunstenaar
p/a Celinastraat 6
Paramaribo
cell: 852 851 6
aan: Centrale Penitentiaire Inrichting Boma Polder t.a.v. de directeur, de heer R. Blijd
betreft: verzoek om toestemming gebruik recreatiezaal voor repetities in het kader van het resocialisatieproject JKB - theater en beeldende kunst
Paramaribo, 26 november 2008
Geachte heer Blijd,
Door middel van deze brief wil ik uw toestemming vragen om gebruik te mogen maken van de recreatiezaal van het JOG voor repetities in het kader van het resocialisatieproject JKB - theater en beeldende kunst, een initiatief van mevrouw Alida Neslo. De dagen waarop om toestemming wordt verzocht zijn:
donderdag 27 november 2008 van 12:15 - 13:30 uur
maandag 1 december 2008 van 12:15 - 13:30 uur
donderdag 4 december 2008 van 12:15 - 13:30 uur
maandag 8 november 2008 van 12:15 - 13:30 uur
donderdag 11 december 2008 van 12:15 - 13:30 uur
maandag 15 november 2008 van 12:15 - 13:30 uur
donderdag 18 december 2008 van 12:15 - 13:30 uur
Op de bovengenoemde dagen werken telkens twee bij het project betrokken docenten gelijktijdig met een groep pupillen aan een deelproject. Het zou de concentratie van de pupillen en het lesresultaat ten goede komen als de docenten op twee aparte plekken tegelijk kunnen werken: bijvoorbeeld één op de ‘zaal’ en één in de recreatiezaal.
Het repeteren op een werkelijk toneel zoals dat van de recreatiezaal maakt zowel voor de twee theatergroepen als voor de muziekgroep een belangrijk deel uit van het leerproces: de pupillen ervaren de ruimte van het podium en wennen aan de akoestiek van de zaal waarin de Kerstviering tenslotte zal plaatsvinden.
Absolute voorwaarde voor het slagen van deze verbrede opzet is wel, dat er op bovengenoemde dagen voldoende PA’s beschikbaar zijn om op beide plaatsen tegelijk toezicht te houden. Ik vraag u mijn verzoek en de daarvoor vereiste personele bezetting in overweging te nemen.
namens het resocialisatieproject JKB
Hoogachtend, Arnold Schalks.
DAG 14 / maandag 1 december 2008 / met Alida Neslo (theater/spel) / Groep 1 en 2
Vandaag is mijn laatste dag op Santo Boma. Om mijn afscheid te vieren koop ik 50 zakjes zoutjes bij Ragnies Rotishop aan de Heiligenweg alvorens in de bus te stappen. Op de inrichting aangekomen blijkt, dat de verleden week donderdag door mij bestelde 50 flesjes frisdrank toch niet voorradig zijn. Er is geen kantinepersoneel om die alsnog te leveren. Na warrig overleg krijg ik het door mij vooruitbetaalde bedrag terug. Een bevriende vrouwelijke PA, die vaak dienst heeft op het JOG, is bereid met haar eigen auto naar een supermarkt te rijden om de frisdrank alsnog te bezorgen.
Alida Neslo arriveert met de taxi, na een drukke ochtend lesgeven op het IOL. We bespreken het programma van vandaag. Navraag wijst uit, dat ons verzoek om gebruik te mogen maken van de recreatiezaal vanwege personeelsgebrek wederom op losse schroeven staat. Het door mij ingediende verzoekschrift en de daarop officieel gegeven goedkeuring blijkt niet tot alle organisatieniveaus doorgedrongen te zijn. Alida en ik halen verhaal bij de Onderdirecteur, die ons uitermate hoffelijk ontvangt en de zaak met één telefoontje rechtzet.
De muziekgroep (groep 3) krijgt verlof om op de binnenplaats zelfstandig te werken aan de opdrachten van Liesbeth Peroti en Herman Snijders. Alida en ik begeven ons met groep 1 en 2 en een lading rekwisieten naar de recreatiezaal voor de tussentijdse presentatie van de ontwikkelingen van het theaterproject.
Pupil D. spreekt me aan en zegt, dat Groep 1 hun verleden week aangekondigde plan om de voorstelling helemaal om te gooien, heeft laten vallen. Dat lucht me op. Helaas kan meisje K., dat in Groep 1 Maria speelt, vanwege hospitaalbezoek niet aanwezig zijn. Meisje L. vervangt haar. Pupil F. is daardoor gedwongen wat matter tegenspel te bieden. Maar ondanks de handicap van het ontbreken van Maria laat Groep 1 een compact stuk zien, dat zijn kracht voornamelijk aan de beelden van de spelers op het toneel, de 'tableau vivants' en wat minder aan de dialogen zal ontlenen. Het stuk wordt met het Kerstlied afgesloten, waarbij de herinnering aan de choreografische aanwijzingen van dansdocent Edgar Fraenk nog eens flink moet worden opgehaald.
Groep 2 stelt zich op voor hun bijdrage. Omdat de voertaal van het stuk Sranantongo is blijft een groot deel van de gesproken tekst voor mij slecht verstaanbaar, maar aan de reacties uit het publiek en Alida is af te lezen dat de dialogen spits en levendig zijn. De kernspelers van Groep 2 staan steviger in hun rol, wellicht omdat de door hun gespeelde personages (kleine criminelen) beter aansluiten op hun persoonlijke verleden. De enkele correcties die ik nog geef hebben telkens betrekking op de positie van de spelers op het toneel. Vooral pupil F. spreekt (in zijn enthousiasme) onverbeterlijk met zijn rug naar het publiek. Het stuk van Groep 2 duurt, anders dan dat van Groep 1, lang. Groep 2 heeft meer tijd nodig om tot de boodschap (misdaad > berouw > vergiffenis) te komen. Maar juist dat maakt de combinatie van de twee uiteenlopende bijdragen zo geslaagd. Beiden groepen geven op volstrekt eigen, bij het karakter van de groepsleden passende wijze, vorm aan een Kerstboodschap van verzoening en hoop. We hebben samen heel wat in de grondverf kunnen zetten!
Nadat we de recreatiezaal hebben ontruimd en de rekwisieten hebben weggeborgen, begeven we ons met z'n allen naar de binnenplaats voor een afscheidswoord en het verdelen van de versnaperingen. Ik ben niet de enige van wie vandaag afscheid wordt genomen. Op 28 november overleed collega docent Edgar Fraenk, die de jongens danslessen gaf, na een kort ziekbed. De jongens staan ter nagedachtenis als één blok op en nemen een moment stilte in acht. Het maakt indruk om ze zo eensgezind te zien staan. Eén van hen zal nog een tekst schrijven die op de begrafenis zal worden voorgelezen.
De frisdrank en de zoutjes vinden hun weg naar de jongens, die tenslotte op 'kamer' worden gestuurd. Ik krijg een stevige hand van F., die ik met een brasa beantwoord. 'Onze' PA-bus is inmiddels vertrokken. Alida en ik pakken een taxi voor onze terugreis naar de stad.
PROGRAMMA
9.00 - Openingsgebed door pupil X.
9.05 - Samenzang
9.20 - Toneelopvoering / De geboorte van Christus / Groep 1: 'Pikin fu Gado'
9.30 - Toespraak waarnemend hoofd JKB
9.35 - Toespraak Directeur Centrale Penitentiaire Inrichting
9.40 - Toneelopvoering / Recht en Waarheid / Groep 2: 'Ayo'
10.00 - Muziek / Groep: 'Ondrofeni'
10.20 - Muziek / Groep: 'The Lion Family'
1 minuut stilte voor wijlen Edgar Fraenk, voormalig dansdocent
10.40 - Samenzang
11.00 - Pauze (hapje/drankje)
11.20 - Slotgebed door pupil J.
11.25 - Dankwoord door pupil N.
vanaf 11.30 - Gezellig samenzijn
De Kerstviering vindt plaats in het bijzijn van de familieleden van de pupillen. Dankzij de inspanningen van de maatschappelijk werksters en overige medewerkers van het JKB, ziet de zaal er gezellig uit, ook de catering is goed verzorgd. Alle bezoekers krijgen een lintje en een brandende kaars tijdens het zingen van Stille Nacht.
Opvallend is wel dat niemand van de genodigden van Justitie aanwezig is. Het is natuurlijk zondagmorgen en een hele opoffering, maar de maatschappelijk werksters zijn er en het waarnemend hoofd van het JKB, de directeur van het CPI en de commandant, de PA's en de docenten natuurlijk. De pupillen laten het niet aan hun hart komen. Dankzij de mensen die op een bewonderenswaardige manier, ondanks alle fricties onderling liefde blijven koesteren voor een schijnbaar 'verloren zaak', om het eens 'juridisch' uit te drukken, vieren zij hun feestje, waar er gelachen en gehuild wordt, zelfs door de meest 'stoere' pupil. Zelfs kleine Ch., de 'stille' doet mee, en dat is weleens anders geweest.
Het is belangrijk om de kleine veranderingen in de pupillen in het oog te houden - de stappen die gemaakt worden zijn klein, maar ontroeren en maken dit werk zeer de moeite waard. In het begin merkte ondergetekende niks, maar na een tijdje wensten de pupillen haar 'wel thuis', daarna kreeg ze een zelfgemaakte ketting cadeau, en soms krijgt ze vragen waarvoor ze de pupillen moet verwijzen naar een echte deskundige, zij is slechts een kunstenaar die mensen met andere ogen wil laten kijken naar de werkelijkheid.
Het vertrouwen in eigen kunnen groeit, soms een beetje scheef, maar toch, en dat is het voornaamste doel waar we met z'n allen naartoe werken. Dank aan allen die het afgelopen jaar dit programma mogelijk maakten. Volgend jaar gaat alles hopelijk nog beter, er zijn reeds tekenen van meer samenwerking met andere groepen/personen gegeven, de directeur van het uitwisselingsprogramma ArtRoPa van kunstenaars uit Rotterdam en Paramaribo heeft laten weten dankbaar te zijn dat één van de uitgezonden kunstenaars (Arnold Schalks) mocht meedoen met ons programma.
Laten we samen verder werken aan een traject dat een les kan zijn voor zowel de pupillen (in de eerste plaats), als de medewerkers van alle rangen.
Een gelukkig Nieuwjaar voor u allen. Er volgt een kleine onderbreking van de lessen. Liesbeth Peroti en Sunil Phuljun zullen begin van het jaar in het buitenland vertoeven en er moet een vervanger gezocht worden voor de bewegingsles.
Alida Neslo, december 2008
Derde deel van het vijfdelig verslag van mijn wederwaardigheden in de West met als verzameltitel 'WANSMA KONDRE (Iemandsland). Deel 3 is het verslag van de theaterworkshop in het kader van het Resocialisatieproject met pupillen van het Jeugd Opvoedingsgesticht (JOG) van de Centrale Penitentiaire Inrichting Santo Boma op uitnodiging van de Surinaamse theatermaakster Alida Neslo in de periode van 13 oktober - 1 december 2008. Ringband, laserprint, afmetingen (b x h): 210 x 297, 26 pagina's. © 2008, Rotterdam, Arnold Schalks.
Derde deel van het vijfdelig verslag van mijn wederwaardigheden in de West met als verzameltitel 'WANSMA KONDRE (Iemandsland). Deel 3 is het verslag van de theaterworkshop in het kader van het Resocialisatieproject met pupillen van het Jeugd Opvoedingsgesticht (JOG) van de Centrale Penitentiaire Inrichting Santo Boma op uitnodiging van de Surinaamse theatermaakster Alida Neslo in de periode van 13 oktober - 1 december 2008. © 2008, Rotterdam, Arnold Schalks.