|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Community art project van de Rotterdamse beeldend kunstenaar Arnold Schalks, waarbij poëzie en voordracht centraal staan. Het maakte deel uit van het Nederlands-Surinaams uitwisselingsproject ArtRoPa, een initiatief van het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam. Speellijst: Someni tongo werd twee keer 'live' uitgevoerd: op zaterdagmiddag 22 november 2008 om 12:00 uur in de STVS-studio in Paramaribo en op zaterdagochtend 29 november 2008 om 11:00 uur in de Palmentuin, Paramaribo. De videoregistratie werd in het kader van de kunstmanifestatie 'ParamariboSPAN 'van vrijdag 26 februari (opening) tot en met zondag 14 maart 2010 vertoond in tuin van de Surinaamsche Bank in Paramaribo; van 10 september tot 7 november 2010 in het kader van de groepstentoonstelling 'PARAMARIBO PERSPECTIVES' in CBK-TENT. Witte de Withstraat 50, Rotterdam; op 17 september 2022 in het kader van 'Powema Tori' van het Rotterdams Leeskabinet in het Gemaal op Zuid, Rotterdam en in het kader van 'Keti-Koti'-programma van 30 juni tot zaterdag 1 juli 2023 in Theater Zuidplein, Rotterdam.
‘Someni tongo’ (zoveel aan talen) is een regel uit het gedicht ‘Wan’ (Eén) van de legendarische Surinaamse dichter en voordrachtskunstenaar R. Dobru. Schalks vatte de zin ‘someni tongo’ als een gebiedende wijs op en liet Dobru’s gedicht in vijftien, in Suriname gesproken talen vertalen, namelijk in: Arowak, Aukaans, Engels, Hindi, Ivriet, Javaans, Kariña, Libanees, Mandarijn, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami, Spaans, Sranantongo en Trio. Schalks verwerkte de zestien vertalingen in een vijfdelig arrangement voor spreekkoor. In elk deel zijn de vertalingen zodanig vervlochten, dat het thema van het gedicht: “eenheid in verscheidenheid” / “verscheidenheid in eenheid” telkens op een andere wijze wordt belicht. In elk deel spreken de zestien stemgroepen (voor elke taal één) hun versies gelijktijdig uit. Het door 43 Surinamers gevormde, gemengde spreekkoor staat onder leiding van de dirigent Eldridge Zaandam en werd begeleid door de percussionist Ernie Wolf.
WAN / EEN
‘Someni tongo’ (zoveel aan talen) is een regel uit het gedicht ‘Wan’ (Eén) van de legendarische Surinaamse dichter en voordrachtskunstenaar R. Dobru. Schalks vatte de zin ‘someni tongo’ als een gebiedende wijs op en liet Dobru’s gedicht in vijftien, in Suriname gesproken talen vertalen, namelijk in: Arowak, Aukaans, Engels, Hindi, Ivriet, Javaans, Kariña, Libanees, Mandarijn, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami, Spaans, Sranantongo en Trio. Schalks verwerkte de zestien vertalingen in een vijfdelig arrangement voor spreekkoor. In elk deel zijn de vertalingen zodanig vervlochten, dat het thema van het gedicht: “eenheid in verscheidenheid” / “verscheidenheid in eenheid” telkens op een andere wijze wordt belicht. In elk deel spreken de zestien stemgroepen (voor elke taal één) hun versies gelijktijdig uit. Het door 43 Surinamers gevormde, gemengde spreekkoor staat onder leiding van de dirigent Eldridge Zaandam en werd begeleid door de percussionist Ernie Wolf.
WAN / EEN
Wan bon / Eén boom
someni wiwiri / zovele bladeren
wan bon. / één boom.
Wan liba / Eén rivier
someni kriki / zoveel kreken
ala e go na wan se / alle op weg naar één zee
Wan ede / Eén hoofd
someni prakseri / zovele gedachten
prakseri pe wan bun mu de. / gedachten om één soort heil.
Wan Gado / Eén God
someni fasi fu anbegi / verscheiden te aanbidden
ma wan Papa. / maar één enkele Vader.
Wan Sranan / Eén Suriname
someni wiwiri / zoveel soorten haar
someni skin / zovele huidskleuren
someni tongo / zoveel aan talen
Wan pipel. / Eén volk
R. Dobru 1965 / vertaling: Edgar Cairo
Van: Arnold Schalks
Datum: 23 augustus 2008 12:28:49 GMT+02:00
Aan: Alida Neslo
Onderwerp: nieuws
Dag Alida,
Er is nieuws te melden: de vlucht naar Suriname is geboekt!! Ik vlieg op zaterdag 4 oktober naar Zanderij. Het CBK ondersteunt met name het project in Santo Boma. We moeten in Suriname maar zien hoe we dat gaan inzetten.
Ik heb bovendien een wat groter project in mijn hoofd, dat zou kunnen worden uitgevoerd in de openbare ruimte: de palmentuin. Het is een veeltalige live performance, een simultane voordracht van vertalingen van het gedicht 'Wan bon' van Dobru. Werktitel is 'Someni bon', vandaar de locatie van de palmentuin. De tekst van Dobru's gedicht zou moeten worden vertaald in alle talen die er in Suriname gesproken worden, en de zinnen in een soort georkestreerde setting gelijktijdig kunnen worden uitgesproken door (vrouwelijke?) native speakers. Ik moet het allemaal nog wat concreter formuleren. [...]
--------------------------------
Van: Arnold Schalks
Datum: 10 oktober 2008 3:29:22 GMT+02:00
Aan: Dobru Stichting
Onderwerp: verzoek om een afspraak
Geachte mevrouw Yvonne Raveles-Resida* en Nadia Raveles,
Mijn naam is Arnold Schalks. Ik ben een beeldend kunstenaar uit Rotterdam. Sinds november 2007 ben ik betrokken bij het Surinaams-Nederlandse uitwisselingsproject ArtRoPa. Nu verblijf ik tot 2 december voor de tweede keer in Paramaribo om onderzoek te verrichten voor een groot project. Het betreft een georkestreerde en geënsceneerde voordracht van poëzie in de openbare ruimte. Het uitgangspunt daarvan wordt gevormd door het gedicht 'Wan' van Dobru.
Ik zou graag met u persoonlijk willen spreken om het project toe te lichten en met u van gedachten te wisselen over de uitvoering van het project. Ik heb afgelopen woensdag een eerste afspraak gehad met de heer Henk Tjon en met hem over het project gesproken.
Is het mogelijk op korte termijn een afspraak met u te maken?
Met vriendelijke groeten,
Hoogachtend, Arnold Schalks.
* Mevrouw Raveles-Resida is de weduwe van de dichter Robin Raveles alias 'Dobru'
--------------------------------
van: arnold schalks
beeldend kunstenaar
p/a celinastraat 6
paramaribo
aan: het bestuur van de R. Dobru Raveles stichting t.a.v. mevrouw Yvonne Reine Raveles-Resida
betreft: verzoek om toestemming gebruik gedachtengoed R. Dobru
Paramaribo, 29 oktober 2008
Geachte mevrouw Raveles,
Door middel van deze brief wil ik u en het bestuur van de R. Dobru Raveles-stichting officieel toestemming vragen om het gedicht ‘Wan’ van de dichter R. Dobru op de in het aangehechte projectvoorstel omschreven wijze te gebruiken voor het community-project ‘Someni tongo’, waaraan ik werk in het kader van het Surinaams-Nederlands cultureel uitwisselingsproject ArtRoPa, een initiatief van het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst (CBK) en de Federation of Visual Artists in Suriname (FVAS).
Hoogachtend, Arnold Schalks.
--------------------------------
Bijlage: PROJECTVOORSTEL SOMENI TONGO
‘Someni tongo’ (zoveel aan talen) is de titel van een project, waarbij poëzie en voordracht centraal staan. De titel is een regel uit het gedicht ‘Wan’ (Eén) van de legendarische Surinaamse dichter en voordrachtskunstenaar R. Dobru. Ik las Dobru’s dichtregel ‘someni tongo’ als een gebiedende wijs, en vatte de zin op als een opdracht om zijn gedicht 'Wan' in zoveel mogelijk in Suriname gesproken talen te laten vertalen. Heden beschik ik over 16 versies van het gedicht, namelijk in het:
1. Arowak (vertaling: Arman Karwofodi)
2. Aukaans (vertaling: Tolin Alexander)
3. Chinees (Mandarijn) (vertaling uit de krant Kong Ngie Tong Sang)
4. Engels (vertaling: R. Dobru)
5. Frans: (vertaler onbekend)
6. Hindi (vertaling: Jagdish Biere)
7. Ivriet: (vertaling: B. Lionarons)
8. Javaans (vertaling: Sapto Sopawiro)
9. Kariña (vertaling: Nardo Aloema)
10. Libanees (vertaling: Georges Issa)
11. Nederlandse (vertaling: Edgar Cairo)
12. Portugees (vertaler onbekend)
13. Saramakkaans (vertaling: Dorus Vrede)
14. Sarnami (vertaling: Jagdish Biere)
15. Spaans (vertaling: David Cherician)
16. Het origineel van R. Dobru in het Sranantongo
Ik werd met de vertalers in contact gebracht door mevrouw Alida Neslo, de heer Henk Tjon, mevrouw Wonny Karijopawiro van Cultuurstudies, de heer James Ramlall, en tenslotte mevrouw Ismene Krishnadat van de Schrijversgroep 77.
Het project neemt de vorm aan van een simultane (gelijktijdige) voordracht van de verschillende vertalingen in de openbare ruimte. Bij de uitvoering wordt, net als bij een regulier concert, gebruik gemaakt van een partituur en partijen. De voordracht bestaat uit vijf delen, waarin de zeventien vertalingen van het gedicht zodanig worden gearrangeerd, dat het thema "eenheid in verscheidenheid / verscheidenheid in eenheid" telkens op een andere wijze wordt belicht. De delen zijn achtereenvolgens: 1. Biginpisi, 2. Moksipisi, 3. Fayapisi, 4. Teripisi en 5. Bakapisi.
Om de verschillende talen bij het simultaan spreken akoestisch te kunnen onderscheiden en om de balans in het klankbeeld te garanderen zijn er minstens drie sprekers/spreeksters - indien mogelijk native speakers - per taal nodig. Met het huidige totaal van 17 talen bestaat het spreekkoor dan uit minimaal 51 personen.
Het spreekkoor staat onder leiding van een dirigent. Voor het dirigentschap heb ik, op advies van de heer Herman Snijders, de heer Eldridge Zaandam benaderd. Om de maatvoering voor de sprekers te vergemakkelijken zal de heer Zaandam een begeleidende drumpartij componeren. Door deze toevoeging krijgt de voordracht een "requiem-achtig karakter zoals in de Poverty Requiem of de Missa criolla van Ariel Ramirez", aldus de heer Zaandam.
Als locatie voor de voordracht stel ik een betrekkelijk open plek in de Palmentuin voor, waarop het spreekkoor schouder aan schouder in een halve boog tussen de bomen wordt opgesteld, met de rug naar de Suriname-rivier gekeerd. De aanlandige wind kan zo de akoestiek en de klankoverdracht op het publiek bevorderen. In het middelpunt van de koorboog staat de dirigent op een verhoogd podium. Het publiek stelt zich in de breedte, direct achter de dirigent, op. De ruimte voor het gehoor is beperkt. In het geval van een overweldigende belangstelling kan de voordracht diezelfde dag nog worden herhaald.
Als datum voor de voordracht stel ik zaterdag 22 november 2008 voor. Het is op 17 november 2008 weliswaar 25 jaar geleden dat Dobru overleed, maar het daaropvolgende weekend is gunstiger met het oog op de beschikbaarheid van de sprekers en de potentiële publieke belangstelling.
De kledingkeuze van het spreekkoor wordt zoveel mogelijk aan de individuele sprekers/spreeksters overgelaten. Voor de uniformiteit krijgt het voltallige spreekkoor wel hetzelfde tekstmapje uitgereikt voor het bewaren van de tekstpartijen.
Aan de voorzijde van alle door de sprekers ter beschikking gestelde kleding wordt op borsthoogte door middel van een lettersjabloon en textielverf het opschrift: 'wan sma' (iemand) aangebracht. Met deze simpele belettering wordt het thema "eenheid in verscheidenheid" letterlijk verbeeld en 'leesbaar' gemaakt.
Arnold Schalks
Paramaribo, 25 oktober 2008.
--------------------------------
Van: Arnold Schalks
Verzonden: di 28-10-2008 22:59
Aan: Alida Neslo
Onderwerp: Someni Tongo!
[...] Wat betreft het Someni Tongo project: Ik stuur je in de bijlage mijn concept, zoals ik dat ook aan mevrouw Raveles heb gestuurd. Zij heeft inmiddels haar goedkeuring mondeling gegeven, maar morgen zal zij dat officieel doen: om 10 uur in de foyer van hotel Torarica. Ik heb gelijk Henk Tjon gebeld om hem het goede nieuws te brengen, en hem te bedanken voor zijn wijze raad en steun in de aanloop naar dit heugelijke feit. En wat blijkt: Hij is morgen ook bij de plechtigheid! Yvonne Raveles heeft hem ook uitgenodigd. Ik hoop stilletjes dat we bij de verdere ontwikkeling kunnen samenwerken. Someni tongo zou best eens een megaproject van nationale allure kunnen worden! Maar eerst nog even bescheiden blijven [...]
--------------------------------
van: arnold schalks
beeldend kunstenaar
p/a celinastraat 6
paramaribo
aan: het directoraat Cultuur t.a.v. de heer Lucien Dubois
betreft: verzoek om toestemming gebruik gedeelte Palmentuin op 22 november 2008
Paramaribo, 30 oktober 2008
Geachte heer Dubois,
Door middel van deze brief wil ik u en het directoraat Cultuur officieel om toestemming vragen om een gedeelte van de Palmentuin op zaterdag 29 november 2008 te gebruiken voor de uitvoering van het project Someni tongo. Het betreft de simultane voordracht van het gedicht ‘Wan’ van de op 17 november 1983 overleden dichter R. Dobru door een spreekkoor van 42 personen. Het koor zal worden geleid door de heer Eldridge Zaandam. Welk gedeelte in aanmerking komt voor de voordracht wordt door de heer Zaandam later bepaald. De aanvangstijd van de eenmalige voordracht circa 14.00 uur zijn.
Bij de realisatie van dit project wordt ik gesteund door de R. Dobru-stichting. Als zelfstandig beeldend kunstenaar ben ik betrokken bij het Surinaams-Nederlands cultureel uitwisselingsproject ArtRoPa, een initiatief van het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst (CBK) en de Federation of Visual Artists in Suriname (FVAS).
Hoogachtend, Arnold Schalks.
--------------------------------
SPREKERS (M/V) GEZOCHT VOOR HET PROJECT SOMENI TONGO
Someni tongo is een project van de beeldend kunstenaar Arnold Schalks, waarbij het gedicht 'Wan' van de op 17 november 1983 overleden dichter R. Dobru in 16 verschillende talen gelijktijdig wordt voorgedragen. Het betreft de volgende talen:
1. Sranantongo
2. Saramakkaans
3. Aukaans
4. Kariña
5. Arowak
6. Chinees (Hakka)
7. Hindi
8. Sarnami
9. Javaans
10. Libanees
11. Ivriet
12. Spaans
13. Portugees
14. Frans
15. Nederlands
16. Engels
Voor de uitvoering, die gepland staat op 22 november in de Palmentuin, wordt een spreekkoor gevormd. Het koor bestaat uit sprekers, die twee talen machtig zijn: het Sranantongo en één van de andere 16 bovengenoemde talen. Om de verschillende talen bij het gelijktijdig spreken akoestisch te kunnen onderscheiden en om de balans in het klankbeeld te garanderen zijn er minstens drie sprekers/spreeksters - indien mogelijk native speakers - per taal nodig. Dat betekent, dat het spreekkoor uit 3 x 16 = 48 personen bestaat. Om voor elke taal over een zo rijk mogelijk klankspectrum te kunnen beschikken heeft de combinatie van 1 man, 1 vrouw en 1 jeugdig iemand de voorkeur. De sprekers hoeven geen noten te kunnen lezen. Alleen een helder en krachtig stemgeluid is van belang.
Het spreekkoor staat onder leiding van de dirigent Eldridge Zaandam. Hij is bezig om een partituur te schrijven voor dit ingewikkelde stuk. Om de maatvoering voor de sprekers te vergemakkelijken componeert de heer Zaandam een begeleidende drumpartij.
De repetities voor dit bijzondere project beginnen op aanstaande maandag 3 november 2008 in NAKS. Sprekers/spreeksters ontvangen voor de gehele repetitieperiodeen de uitvoering een vergoeding.
Alle repetities vinden plaats in NAKS, Thomsonstraat 8, Paramaribo.
Arnold Schalks, 1 november 2008
VERTALINGEN
Het gedicht ‘Wan’ is nu in de volgende 14 talen beschikbaar: Arowak, Chinees, Engels, Frans, Hindi, Javaans, Kariña, Libanees, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami en Spaans. Aan vertalingen in het Aukaans (Tolin Alexander), Ivriet (Jules Donk) en Trio (Charles Chang) wordt nog gewerkt. Ik hoop die teksten voor maandag aanstaande beschikbaar te hebben. Ik heb reeds voorhanden vertalingen via e-mail aan de Surinaamse componist Eldridge Zaandam gestuurd, die ze in zijn partituur zal verwerken. Eldridge zal ook het spreekkoor dirigeren.
VOORDRACHT
Voor elke taal worden drie sprekers gezocht. Om over een zo rijk mogelijk klankspectrum te kunnen beschikken heeft de combinatie van 1 man, 1 vrouw en 1 jeugdig iemand per taal de voorkeur. Ik heb alle vertalers verzocht, hun netwerken aan te spreken bij het vinden van geschikte personen. Ik heb van hen tot op heden nog geen concrete toezeggingen ontvangen. Het daarom ongewis of het spreekkoor op eerste repetitieavond voltallig zal zijn. Eldridge zal desondanks op 3 november met de beschikbare personen beginnen te repeteren.
PUNT VAN AANDACHT 1
Op dit ogenblik is het moeilijk native speakers te vinden van: Trio, Javaans, Frans, Portugees en Spaans.
REPETITIES
Het Afro-Surinaams cultureel centrum NAKS (Na Afrikan Kultura fu Sranansma) stelt, bij monde van voorzitster Elfriede Baarn, de benodigde repetitieruimte gratis ter beschikking.
Eldridge Zaandam stelt voor de repetities het volgende schema voor:
1. maandag 3 november / aanvang 18:30 - 21.00 uur
2. woensdag 5 november / aanvang 18:30 - 21.00 uur
3. maandag 10 november / aanvang 18:30 - 21.00 uur
4. woensdag 12 november / aanvang 18:30 - 21.00 uur
5. maandag 17 november / aanvang 18:30 - 21.00 uur (het bestuur van de Dobru-stichting wordt uitgenodigd bij deze repetitie aanwezig te zijn)
6. woensdag 19 november / aanvang 18:30 - 21.00 uur
7. vrijdag 21 november / aanvang 18:30 - 21.30 uur / GENERALE REPETITIE
8. zaterdag 22 november / aanvang 12:00 uur / PREMIÈRE in de Palmentuin
FINANCIERING UITVOERING
De 8 betrokken personen, die een vertaling hebben geleverd ontvingen daarvoor van mij een vergoeding. Voor de drie nog te verwachten vertalingen heb ik een bedrag gereserveerd.
Eldridge Zaandam heeft mij voor de volgende werkzaamheden een factuur ingediend: repetities, productie partituur en directie uitvoering. Ik zal zijn kosten volledig uit mijn Someni tongo-budget dekken.
Eldridge Zaandam zal, om de maatvoering voor het spreekkoor te vergemakkelijken, voor eigen rekening een drumbegeleiding componeren. Voor de uitvoering is de heer Ernie Wolf benaderd. Zijn honorarium is mij nog niet bekend. Ik zal voor de dekking van zijn kosten mijn privé-kapitaal aanspreken. Ik kan op dit moment de 48 sprekers/spreeksters een bescheiden, niet meer dan symbolische tegemoetkoming bieden voor hun deelname: 7 repetities van 2,5 uur + 1 uitvoering.
PUNT VAN AANDACHT 2
Ik probeer in Nederland actief fondsen te werven om dit bedrag te verhogen. Voor de vergoeding van reiskosten van/naar of versnaperingen tijdens de repetities heb ik geen budget. Ik hoop dat de moeite immaterieel ruimschoots gecompenseerd wordt door de ervaring en het plezier van deelname aan dit bijzondere project met een groot publicitair potentieel. Misschien kan ik via de Dobru-stichting een sponsor vinden voor de voorziening van een drankje en een hapje tijdens de repetities?
LOCATIE
Op vrijdagochtend 31 oktober 2008 heb ik een brief voor de heer Lucien Dubois afgegeven bij het directoraat Cultuur. Daarin verzoek ik officieel om toestemming om een deel van de Palmentuin mogen te gebruiken op zaterdag 22 november 2008. Ik heb een beknopte beschrijving van het Someni tongo-project als bijlage bij de brief ingesloten.
Eldridge en ik zijn er aanvankelijk van uitgegaan, dat de voordracht in akoestische vorm, dus onversterkt plaats zal vinden. Dat legt beperkingen op aan de omvang van het publiek. Om de klankruimte goed te ervaren is een maximum van circa 50 personen realistisch. In het geval van overweldigende belangstelling kan de voordracht later voor een nieuw publiek herhaald worden. Een mogelijkheid is, de première exclusief voor genodigden uit te voeren, gevolgd door een openbare tweede uitvoering voor het overige publiek.
PUNT VAN AANDACHT 3
De heer Herman Snijders opperde de mogelijkheid van elektronische versterking, waardoor een aanmerkelijk groter publiek de (dan éénmalige) uitvoering bij kan wonen. Per taal/drie sprekers zou 1 microfoon kunnen volstaan. Dat komt met de huidige bezetting neer op een geluidsinstallatie van 17 microfoons voor de sprekers + 1 microfoon voor de drumbegeleiding, een mengtafel met evenzovele kanalen, benodigde luidsprekerkasten, een ervaren geluidstechnicus en een uitvoerige sound check voorafgaand aan de uitvoering op 22 november. Hiervoor is geen budget beschikbaar, maar wellicht kan via de Dobru-stichting een audio-bedrijf gevonden worden, dat het project door middel van deze technische voorzieningen wil sponsoren?
PUNT VAN AANDACHT 4
Omdat de voordracht circa 15 minuten in beslag zal nemen, kan grotendeels worden volstaan met staanplaatsen voor het publiek. Op de eerste rijen zou een podium met stoelen voor genodigden kunnen worden geplaatst. Beschikt het beheer van de Palmentuin over die voorzieningen, en kan ik die daarop aanspreken?
PUBLICITEIT
Om ruchtbaarheid aan het evenement te geven is publiciteit en aandacht in de media onmisbaar.
a) De Ware Tijd, in de persoon van Bonnie van Leeuwaarde, heeft belangstelling getoond voor het project en wil op korte termijn een artikel aan Someni tongo wijden.
b) Ik ben door Arlette Codfried van de Stichting Radio-omroep Suriname benaderd voor een interview over het project in de zendtijd van de Schrijversgroep 77. Het interview vindt aanstaande dinsdag 4 november om 14:00 uur plaats.
c) Een nog door mij te schrijven (elektronisch) persbericht zal worden gestuurd aan de redacties van De Ware Tijd, Times of Suriname, De West, Dagblad Suriname, de Surinaamse Televisie Stichting (STVS), Radio-Apintie, Jeugdjournaal en de cultuuragenda van het Directoraat Cultuur.
PUNT VAN AANDACHT 5
Het bestuur van de Dobru-stichting en de dichters/vertalers worden vanzelfsprekend uitgenodigd voor de première van de voordracht. Beschikt de Dobru-stichting over een lijst met personen die een officiële uitnodiging dienen te ontvangen: de president, ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders?
DOCUMENTATIE FOTO
Ik zal persoonlijk verslag leggen van de voorbereidingen en de ontwikkelingen van het project. Ik beschik over een digitale fotocamera die ik zal gebruiken voor het beeldverslag van de repetities.
DOCUMENTATIE GELUID
Ook zal ik tijdens de repetities individuele sprekers uitnodigen voor een audio-opname van hun spreekpartij. De opnames dienen een tweeledig doel: 1. de gedegen registratie van het project en 2. als grondstof voor een audio-installatie, waarmee ik mijn project tijdens de grote ArtRoPa-tentoonstelling in 2010 wil presenteren.
DOCUMENTATIE VIDEO
Voor de live video registratie van de uitvoering is geen budget beschikbaar. Voor die registratie zou een statische camera met een real-time opname kunnen volstaan.
PUNT VAN AANDACHT 6
Beschikt de Dobru-stichting over contacten in de mediawereld om dit deel van de documentatie te dekken?
PUBLICATIE
Ik streef ernaar het verslag van dit omvangrijke project ook in boekvorm te laten verschijnen. Het zou de vertalingen bevatten, foto’s van de repetities en uitvoering, een groepsfoto van de deelnemers, reacties in de pers e.d. Ik probeer daarvoor te zijner tijd de fondsen te verwerven. Het drukwerk zal in Paramaribo gedrukt worden en verschijnen. Ik bied het de Dobru-stichting als aandenken aan.
VERTALINGEN
De vertaalslag is grotendeels gemaakt. Alleen de vertaling in het Trio is nog niet voorhanden, zo meldt de heer Charles Chang, en ook de zoektocht naar Trio-sprekers voor het koor vlot niet. De heer Chang geeft niet op.
We gaan de repetitieperiode in met 16 versies van het gedicht ‘Wan’, namelijk in het: Arowak, Aukaans, Chinees (Mandarijn), Engels, Frans, Hindi, Ivriet, Javaans, Kariña, Libanees, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami, Spaans en Sranantongo. Weliswaar niet álle in Suriname gesproken talen, maar toch een driekwart deel.
REPETITIES
De eerste repetitieavond vindt op maandagavond 3 november plaats in het cultureel centrum NAKS. De tijd wordt besteed aan een eerste kennismaking en de uitvoerige introductie van het project. Op 3 november zijn er sprekers van 6 talen vertegenwoordigd, namelijk: Aukaans, Chinees, Engels, Hindi, Ivriet, Nederlands en Sarnami. Dagblad de Ware Tijd stuurt een fotograaf om de eerste repetitie vast te leggen.
Op de tweede repetitie, op woensdagavond 5 november, is het spreekkoor, mede door intensieve belrondes, uitgegroeid tot sprekers van 11 talen: Aukaans, Chinees, Engels, Hindi, Ivriet, Javaans, Nederlands, Sarnami, Saramakkaans Spaans en Sranantongo.
De heer Zaandam vervaardigt een partituur, waarin alle spreekstemmen overzichtelijk onder elkaar gezet zijn. We repeteren met deze versie. Omdat de pagina’s veel informatie bevatten en de tekst daardoor klein is, wordt besloten uit de partituur individuele partijen te extraheren. Ik verzoek hem op elk deel op 1 bladzijde onder te brengen om storend omslaan van de pagina’s tijdens de voordracht te voorkomen.
De sprekers keuren hun vertalingen en corrigeren die waar nodig. De correcties worden in de partituur verwerkt.
SPREEKKOOR
Op dinsdag 4 november spreek ik met de heer Alvarez van het Venezolaans Instituut over het Someni tongo project. Hij is enthousiast en zorgt ervoor dat reeds op de repetitieavond van 5 november drie Spaans sprekenden aanwezig zijn!
Op woensdag 5 november krijg ik via Eldridge Zaandam het telefoonnummer van mevrouw Landbrug, een beëdigd tolk Mandarijn. Een gesprek met haar levert de toezegging op van één jong persoon, die het Mandarijn machtig is, en die vanaf maandag 10 november de Chinese groep zal versterken.
Op donderdag 6 november presenteer ik het project voor een comité van de Alliance Française. Ik krijg de toezegging, dat op maandag 10 november drie Frans sprekende personen in NAKS aanwezig zullen zijn.
Op vrijdag 7 november stuur ik de heer Nardo Aloema en mevrouw Monique Nouh-Chaia een e-mail waarin hen op de hoogte breng van de ontwikkelingen rond het project. Ik doe daarin tevens een beroep op hun hulp, omdat we dringend respectievelijk Kariña- en Libanees sprekende mensen nodig hebben voor de repetitieronde die op maandag 10 november begint. Omdat ik niet over een e-mail adres beschik van de heer Karwofodi, stuur ik hem een sms-bericht met hetzelfde verzoek. Hij heeft toegang tot Arowak sprekenden.
Op vrijdag 7 november maak ik met mevrouw Romeo van het Centro de Estudios Brasileiros een afspraak over mogelijke Portugees sprekende kandidaten voor het koor. Het overleg levert concreet één vrouwelijke deelnemer op. Mevrouw Romeo geeft me het telefoonnummer van de heer Vergilio Da Silva voor een verdere belronde. De pater zegt toe zijn best doen om in de Katholieke gemeente geschikte kandidaten te vinden.
REPETITIERUIMTE
Door middel van mijn brief d.d. 2 november 2008 verzoek ik het bestuur van NAKS om repetitieruimte kostenloos ter beschikking te stellen. Mevrouw Elfriede Baarn geeft me daartoe op 3 november telefonisch toestemming.
Op de eerste repetitieavond blijkt, dat het bestuur over het woordje ‘kostenloos’ heen gelezen heeft, en dat er wel degelijk zaalhuur in rekening wordt gebracht. Een lager tarief weliswaar, omdat het een niet-commercieel project betreft. Omdat het gebruik van de airco extra in rekening wordt gebracht, besluit ik van die voorziening af te zien.
FINANCIERING UITVOERING
Voor de financiering van het project zegt de heer Thomas Meijer van het Centrum Beeldende Kunst namens het ArtRoPa project extra middelen toe. Daarmee wil ik de volgende kosten dekken:
1) De huur van de repetitieruimte bij NAKS.
2) Het honorarium van de heer Ernie Wolf voor zijn aandeel als percussionist / begeleider.
3) De extra tegemoetkoming voor de leden het spreekkoor, die via een verdeelsleutel over de individuele sprekers zal worden verdeeld.
4) De watervoorziening tijdens de repetitie. Ik zorg ervoor dat op de repetitieavonden voldoende gekoeld water en plastic bekertjes beschikbaar zijn.
5) De reproductiekosten van partijen en partituur, aanschaf telefoonkaarten en overige productiekosten.
FORMAT PRESENTATIE / SURINAAMSE TELEVISIE STICHTING
Op 4 november heb ik een afspraak met de heer Henry Strijk. Ik geef een uitvoerige presentatie van het project, en bespreek enkele organisatorische knelpunten met hem. De heer Strijk stelt voor om Someni tongo naar het Thalia-theater te verplaatsen, van waaruit de voordracht rechtstreeks kan worden uitgezonden. Die locatie en dat format zou de met de Palmentuin verbonden ruimtelijke, logistieke en technische bezwaren kunnen wegnemen. De heer Strijk dient op 5 november zijn voorstel in bij de STVS-directie. Er wordt op een reactie gewacht.
FORMAT PRESENTATIE / PALMENTUIN
Namens het directoraat Cultuur reageert de heer Lucien Dubois positief op mijn schriftelijk verzoek d.d. 31 oktober 2008 om de Palmentuin te mogen gebruiken. De heer Dubois raadt echter aan de aanvangstijd van de voordracht van 12.00 naar 16.00 uur te verzetten. Dit in verband met de hitte op dat uur van de dag. Ook wil de heer Dubois weten, welk gedeelte van de Palmentuin voor ons project in aanmerking komt. Die keuze moet in de loop van week 46 gemaakt worden door de dirigent (Eldridge) en de regisseur (ik), op grond van akoestische en optische overwegingen.
PUBLICITEIT
Op dinsdag 4 november heeft mevrouw Bonnie van Leeuwaarde mij geinterviewd voor de Ware Tijd. Het artikel: ‘Someni tongo in Wan’ verschijnt op de cultuurpagina van donderdag 6 november 2008. (zie: PERS)
In verslag week 45 vermeldde ik dat ik op dinsdag 4 november om 14:00 uur zou worden geinterviewd door Arlette Codfried van de Stichting Radio-omroep Suriname. Dat klopt niet. De datum moet zijn: dinsdag 11 november.
SPREEKKOOR
Ondanks verwoede pogingen lukte het Charles Chang niet om Trio-sprekers te vinden voor deelname in het koor. Ook een vertaling in het Trio was nog niet voorhanden. Er kwam een opening in de impasse toen mevrouw Raveles op donderdag 13 november meldde, dat ze twee Trio-sprekende meisjes kent, die voor het spreekkoor beschikbaar zijn. Eén van de meisjes woont in een kindertehuis in Commewijne. Voor haar deelname moet reisgeld vrijgemaakt worden. De heer Aloema kent Trio-sprekers die voor een vertaling kunnen zorgen en eventueel zelf aan het spreekkoor kunnen deelnemen. Omdat de communicatieve afstand tussen de betrokkenen nogal groot is, is het resultaat vooralsnog ongewis. Maandag 17 november verwacht ik uitsluitsel.
Bijna alle taalgroepen bestaan nu uit drie personen. De Mandarijn- en de Portugees-groep bestaat uit 1 persoon, de groep Libanees uit 2 personen. Ik zoek nog steeds naar versterking voor die groepen, maar de zeggingskracht van de voornoemde individuele sprekers compenseert de onderbezetting. Ik heb ze in de opstelling voor de STVS-opname in de voorste rij geplaatst.
REPETITIES
Op de derde repetitieavond van maandagavond 10 november was het spreekkoor uitgebreid tot sprekers van 13 van de 16 talen, namelijk: Aukaans, Chinees (Mandarijn), Engels, Hindi, Ivriet, Javaans, Kariña, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami, Spaans en Sranantongo.
Op de vierde repetitie van woensdagavond 12 november was het spreekkoor, na intensieve belrondes en huisbezoek, bijna voltallig. Sprekers werden gevonden voor Libanees en Arowak.
Ondanks de herhaalde toezeggingen van de Alliance Française, Frans sprekenden naar de repetities te zullen afvaardigen, kwam er niemand opdagen. De Franse taal werd van de lijst geschrapt.
De vijfde repetitie van 17 november zal op de 25ste sterfdag van Robin Raveles plaatsvinden. Om dit memorabele feit niet onopgemerkt voorbij te laten gaan, nodigde ik het bestuur van de Dobru-stichting en een handvol personen, die aan de wieg van het Someni tongo-project hebben gestaan, uit voor het bijwonen van deze repetitie.
PARTIJEN
Ik maakte voor alle talen een tekstpartij op, waarbij elk deel van de voordracht op één pagina past. Ik vervaardigde prototypes van de partijen en legde die ter keuring aan de sprekers voor. Correcties werden doorgevoerd voor de partijen in het Arowak, Aukaans, Libanees, Mandarijn en Portugees en doorgezonden aan de dirigent ter verwerking in de partituur.
Op vrijdag 14 november bood ik de definitieve tekstbestanden digitaal aan bij NILS en plaatste een bestelling voor de vervaardiging van 45 uniforme gebonden tekstboekjes. De boekjes krijgen een voor- en achterkant van 200 grams zwart karton. De ringband (6 mm.) is grijs.
INVENTARISATIE VOORZIENINGEN STVS OPNAME
Op donderdag 13 november stelde ik een verlanglijst op waarin ik mijn technische wensen voor de opnamelocatie opsom. Ik stuurde de lijst per e-mail aan Henry Strijk. De lijst volgt hier:
--------------------------------
OMVANG KOOR
Het spreekkoor bestaat uit 42 personen + 1 percussionist + 1 dirigent
PODIUM
Het spreekkoor staat in 5 rijen achter elkaar opgesteld op een getrapt podium met 4 niveaus:
rij 1 (BG): KARIÑA / PORTUGEES / CHINEES / LIBANEES / AUKAANS (10 personen)
rij 2 (+ 40 cm): ENGELS / JAVAANS / SPAANS (9 personen)
rij 3 (+ 80 cm): AROWAK / SARNAMI / SARAMAKKAANS (9 personen)
rij 4 (+ 120 cm): HINDI / TRIO / IVRIET (9 personen)
rij 5 (+ 160 cm): SRANANTONGO / NEDERLANDS (6 personen)
Het benodigde oppervlak om het koor te kunnen plaatsen meet circa 6 meter breed en 3 meter diep. Het frontale beeldkader van het koor komt daarmee op circa 6 meter breed bij 3.30 meter hoog.
ACHTERGROND
Omdat Wan een sober gedicht is, dient ook de stoffering van de opnamelocatie sober gehouden te worden: Daarvoor is een neutrale achtergrond over het gehele beeldkader gepast, bij voorkeur een effen achterdoek in een donkere tint.
BELICHTING
Front: 3 parren, open wit
Top: 3 parren, open wit
Tegen: 3 parren, donker blauw
Zij links (‘straatje’ op rij 2 en 4): 2 parren, open wit op statief, minimaal 4 dimmergroepen beschikbaar
--------------------------------
Daaraan heb ik achteraf de volgende (nog niet verstuurde) wensen toegevoegd:
GENERALE REPETITIE
De generale repetitie vindt op vrijdagavond 21 november om 18:30 uur plaats in de theaterzaal van NAKS, Thomsonstraat 8. Het is van belang, dat de bij de opname betrokken STVS-medewerkers deze repetitie ter oriëntatie bijwonen.
DOCUMENTATIE
Vóór mijn vertrek naar Nederland op 2 december aanstaande wil ik graag vier regio-vrije DVD copiën van de STVS-opnames ontvangen ter verslaglegging voor de makers en ter verantwoording aan de financiers van het Someni tongo-project.
REPETITIERUIMTE
Om met de, voor de televisieopname gekozen, getrapte opstelling van het spreekkoor te kunnen oefenen is de bovenzaal van NAKS te laag. Ik vroeg de NAKS-administratie om toestemming om vanaf maandag 17 november de nog te houden repetities te verplaatsen naar de hogere NAKS theaterzaal, waar we gebruik kunnen maken van het bestaande podium en beschikbare podiumdelen om de opnamesituatie te benaderen. Die toestemming werd verleend.
DRESSCODE GENERALE REPETITIE EN STVS-OPNAME
De kleding van het spreekkoor is, net als het gedicht, sober. Het standaardtenue voor de generale repetitie (21 november) en de STVS-opname (22 november) bestaat uit een eenvoudige basis: broek/rok en hemd in één enkele kleur. Een daar bovenop gedragen simpel kledingaccessoire verwijst naar de culturele achtergrond van de individuele spreker.
FINANCIERING UITVOERING
Op dinsdagmorgen 11 november overhandigde ik Henry Strijk een door het Centrum Beeldende Kunst ter beschikking gesteld extra geldbedrag, dat bedoeld is voor de dekking van de STVS-studiohuur en kleine onkosten.
Mevrouw Raveles bood op donderdag 13 november het Someni tongo-project namens de Dobru-stichting een geldbedrag aan, dat proportioneel over de individuele leden van het spreekkoor zal worden verdeeld.
PALMENTUIN
Het feit, dat de première van de voordracht nu rechtstreeks vanuit de STVS studio uitgezonden zal worden, betekent geenszins dat de Palmentuin als locatie van de baan is. Het plan blijft bestaan om de voordracht nog één keer uit te voeren in de Palmentuin, en wel een week later: op zaterdag 29 november. Om daarvoor toestemming te krijgen stuurde ik de heer Dubois op vrijdag 14 november een hernieuwd verzoekschrift, dat werd goedgekeurd. De heer Dubois zei daarbij alle medewerking toe. Dat geeft ons nog een slag om de arm wat betreft de keuze van de plek en de aanvangstijd in de Palmentuin.
PUBLICITEIT
Op dinsdag 11 november 14:00 uur interviewde de heer Roué Hupsel mij voor het SRS-radioprogramma ‘Skrifiman taki’. Het interview 'Beeldspraak/Spraakbeeld' wordt op maandagavond 17 november om 21:15 uur uitgezonden op FM 96,3. (zie: MEDIA)
ZONDAG 16 NOVEMBER
Ik verwerk de huidige presentielijst van het spreekkoor in een Excell-sheet en bereken de te verwachten vergoeding voor de individuele sprekers. Ik vul enveloppes met de bijbehorende cash bedragen en bereid voor iedereen alvast een kwitantie voor.
MAANDAG 17 NOVEMBER:
Ik bel met Nardo Aloema om te vragen of hij de Trio-vertaling al heeft ontvangen. Dat heeft hij. Hij zal me die direct doormailen. Ik bel de vrouw die het vervoer van de Trio-sprekers coördineert, en geef door dat de twee meisjes op de repetitie van vanavond worden verwacht. Ik maak met Nardo’s vertaling een provisorisch Trio-tekstboekje op, sla het bestand op een memory-stick op om het later bij NILS te printen en te vermenigvuldigen. Bij copy-center NILS haal ik tevens de 45 gebonden tekstboekjes voor de sprekers op.
Ik ben extra vroeg bij NAKS om de getrapte opstelling van het spreekkoor in de theaterzaal met stoelen en podiumdelen voor te bereiden.
Vandaag is de 25e sterfdag van Robin Raveles. Om dit historische feit te gedenken nodig ik een beperkt aantal, direct bij het project betrokken personen uit om de repetitie vanaf 19:30 uur bij te wonen. Ik vraag Eldridge of hij zich over de catering voor deze XL repetitie wil ontfermen. Voor de sprekers begint de repetitie om 18:30 uur. Ik deel de tekstboekjes uit en stel de stemgroepen volgens plan trapsgewijs op. We repeteren ook het, op een teken van de dirigent, gelijktijdig open- en omslaan van de tekstpartij.
Om half acht heeft zich een velen malen groter gezelschap rond de theaterzaal verzameld. We komen stoelen tekort.
Het ‘officiële’ gedeelte van de avond bestaat uit een moment stilte, de voordracht van een gedicht van Jan Arends en de aanbieding van een manjaboompje aan mevrouw Raveles. Mevrouw Raveles spreekt vervolgens een dankwoord uit. Ter afsluiting van de avond voert het koor Someni tongo nog één keer uit.
Mevrouw Raveles overhandigt me een enveloppe met de toegezegde financiële bijdrage van de R. Dobru Raveles stichting.
DINSDAG 18 NOVEMBER
Ik overleg met Henry Strijk over de inrichting van de STVS-studio. De STVS blijkt niet over de benodigde podiumdelen te beschikken om de getrapte opstelling van de sprekers te realiseren. Een lange taxi-rit langs bedrijven die theatervoorzieningen verhuren, levert niets op. Henry stelt voor het podium zelf te (laten) maken. Hout is daarvoor een geschikte en redelijk betaalbare optie.
Bij de Yi-Houtmarkt aan de Mahonylaan bekijken we het beschikbare materiaal en winnen we prijsinformatie in. Ik maak een eerste opzet voor een ontwerp. Henry spreekt zijn netwerk aan voor het vinden van beschikbare timmerlui. Om de lijnen kort te houden en tijd te sparen besluit ik de constructie zelf in de hand te nemen. Collega kunstenaar Casper Hoogzaad stelt zich beschikbaar als handlanger. ‘s Avonds stel ik een materiaallijst op en teken ik de constructie van het podium uit.
WOENSDAG 19 NOVEMBER
Op woensdag 19 November 2008 verschijnt het artikel: ‘Speciaal tintje aan repetitie op 25ste sterfdag Dobru’ van de hand van Bonnie van Leeuwaarde op de cultuurpagina van ochtendblad De Ware Tijd. (zie: PERS)
Voor de sprekers stel ik een schema op, waarin alle relevante informatie met betrekking tot de Generale Repetitie, de STVS-opname en de voordracht in de Palmentuin wordt vermeld. Ik mail de informatie naar Eldridge en vraag hem het bestand te printen, te vermenigvuldigen om die vanavond te kunnen verspreiden onder de sprekers.
Bij Yi-Houtmarkt worden 10 platen multiplex van 122 x 244 x 1,8 en 57 meter plank van 30 x 12 gekocht. De 8 planken worden allen afgekort op 600 cm. Het restmateriaal nemen we mee. Twee van de 10 multiplex platen worden ter plaatse diagonaal verzaagd. De houthandel beschikt over een vrachtauto, die het materiaal naar de STVS-studio vervoert, waar het podium gebouwd zal worden.
Bij Fernandes koop ik bouten, schroeven, spijkers en scharnieren voor de krommers en fitsen.
In een overdekte buitenruimte van het STVS-gebouw richt ik de werkplaats in. Met de van de STVS-werkplaats geleende decoupeerzaag verzagen Casper en ik 8 multiplex platen op maat. De delen worden verwerkt tot 5 trapvormige verticale schotten die de planken van het podium zullen dragen. We monteren de gezaagde plaatdelen met schroeven en houtlijm.
Op de zesde repetitie moet het spreekkoor het zonder percussionist stellen. Eldridge combineert het dirigeren met het slaan van de trom. Er ontstaat onenigheid over de voorgestelde dresscode van de sprekers voor de Generale Repetitie en de TV-premìère. Er moet een knoop worden doorgehakt. We komen overeen, dat iedereen zich in het zwart zal hullen. Ik bel de niet aanwezige sprekers om ze van deze beslissing op de hoogte te brengen.
‘s Avonds reken ik de lijst met benodigde ijzerwaren voor het podium nog een keer door, en kom tot de conclusie dat er een tweede inkoopronde nodig is.
DONDERDAG 20 NOVEMBER
Bij Kuldipsingh koop ik slotbouten, moeren, extra scharnieren en schroeven.
In de STVS-werkplaats bout ik met Casper de verlijmde schotten volgens het sandwich-principe droog aan elkaar. De door Yi-Houtmarkt verzaagde multiplex plaatdelen dienen als schoren. De scharnierdelen worden aan de schotten en schoren geschroefd en door krommers met elkaar verbonden. Daardoor kunnen de verticale schotten nu zelfstandig staan.
De korte restlengtes van de planken werden met de handcirkelzaag op maat gezaagd. Zij dienen de schotten aan de voorzijde af te sluiten, ze met elkaar te verbinden en de draagconstructie star te maken. De nu zelfstandig staande schotten werden volgens tekening in de ruimte geplaatst en de drie schoren door middel van houtdraaibouten met elkaar verbonden.
De korte plankdelen werden aan de voorzijde met fitsen tussen de schotten gemonteerd. De acht, 6 meter lange planken, waarop de sprekers zullen staan, werden los op de vier oplopende horizontale niveaus van de draagconstructie gelegd. Het podium is nu begaanbaar.
Een camera registreert de bouwstadia. De opnames worden door Henry Strijk in een spotje gemonteerd, dat die avond wordt uitgezonden.
VRIJDAG 21 NOVEMBER
Ik laat bij NILS van de Trio-vertaling drie gebonden tekstboekjes maken.
Bij Fernandes koop ik stoelhoeken, slijpschijven, een veiligheidsbril, kabelspanners en diverse andere ijzerwaren. Bij Frankel & Zoon koop ik twee lengtes van 7 meter staalkabel en kabelklemmen: onderdelen voor de kruiskabels die, onder spanning gezet, de draagconstructie moeten verstijven.
In de STVS-werkplaats houdt Casper zich bezig met de bevestiging en de montage van de spankabels. Van het resthout bouw ik drie opstapjes om de kortste sprekers van het koor: Jake (135 cm lang) Sheromenie (145 lang) en Selien en Maureen (155 lang) boven de kruin van hun volwassen voorganger uit te tillen.
Ik maak een instructie-tekening voor de montage van het podium. Om de montage te vergemakkelijken breng ik met viltstift op alle onderdelen van het podium een markering aan.
Met de haakse slijper kort ik de uitstekende uiteinden van de slotbouten in.
Tenslotte breken we het podium af en leggen de onderdelen klaar voor transport naar de studio, waar het podium vanavond zal worden opgebouwd.
Voor de constructie van het podium hebben Casper en ik er 21 werkuren per persoon opzitten.
Als ik die avond de theaterzaal van NAKS betreed, blijken ons podium en een groot deel van de stoelen onaangekondigd te zijn verwijderd ten behoeve van een evenement dat elders op het NAKS-terrein plaatsvindt.
Ernie is wederom een groot deel van de repetitie absent i.v.m. een bespreking. We behelpen ons zonder drumbegeleiding. Vanavond wordt een derde meisje aan de Trio-stemgroep toegevoegd. Een verhinderde Sarnami-spreker zorgt voor vervanging. Niet alle sprekers hebben begrepen, dat we vanavond in het zwart repeteren. Het wordt een rommelige avond, mede door de overspraak van het belendende evenement.
Henry, Jessica en Myra zijn bij de repetitie aanwezig. Henry licht de sprekers in over podiumdiscipline en hoe zich te gedragen onder het oog van de camera.
Om 20:30 uur arriveren Casper en ik bij het STVS-gebouw om het podium in de studio te helpen opbouwen. De studio is dan nog niet vrij. Er treedt vertraging op vanwege een kabelbreuk bij de trekking van de SNAK-loterij.
Henry heeft vier jongens gecharterd, die tegen betaling zullen helpen sjouwen. De onderdelen van het podium liggen gereed in de studio. Onder mijn leiding wordt het podium gecentreerd en opgebouwd. Ditmaal worden de podiumplanken met stoelhoeken aan de schotten geschroefd, wat een extra stijfheid oplevert.
ZATERDAG 22 NOVEMBER
Ik bepaal definitief de vergoedingen voor de sprekers op grond van de actuele presentielijst en pas de inhoud van de enveloppen, waar nodig, aan.
Om 9:40 uur vervoegen Casper en ik ons bij de STVS. De eerste sprekers zijn dan al aanwezig. Om 10:30 uur hebben Eldridge, Ernie en een groot deel van het spreekkoor hun positie op het podium ingenomen.
Ook mevrouw Raveles is gekomen om de voordracht vanuit de studio live bij te wonen.
Het licht wordt gesteld en de camera’s getest. De personen aan de uiteinden van de voorste rij van het spreekkoor vallen buiten het beeldkader van de camera. Om die rij te verkorten verplaats ik Daning en Elisabeth naar achteren, in de tweede rij. Er volgt een doorloop om aan de akoestiek te wennen. Hier en daar worden posities van sprekers aangepast om een betere beeldsymmetrie te krijgen. Het spreekkoor klinkt prima en ziet er prachtig uit.
Als de floormanager om 12:00:20 de cue voor de dirigent geeft is het koor in opperste concentratie. De voordracht verloopt vlekkeloos. Als de camera’s eenmaal zijn uitgeschakeld is het gevoel van triomf intens en de ontlading emotioneel. We kunnen onze tranen collectief nauwelijks de baas.
Met nog nauwelijks verwerkte emoties begeef ik me naar een tafel in de centrale wachtruimte om daar de beloofde vergoedingen aan de sprekers uit te betalen. Ieder tekent een kwitantie voor ontvangst.
We nemen afscheid, nadat we de afspraak om de voordracht op zaterdag 29 november om 11 uur nog één keer uit te voeren in de Palmentuin bekrachtigd hebben.
Henry en ik overleggen tenslotte over de bestemming van het gebouwde podium en de productie van DVD-copiën voor de direct betrokkenen, waarvan ik een deel als aandenken wil uitreiken aan de sprekers na afloop van het concert in de Palmentuin.
Roué Hupsel: Goedenavond, dit is Skrifiman taki. Ik heb op bezoek de heer Arnold Schalks, die bezig is met een uniek, fantastisch project: SOMENI TONGO. En waarover gaat het? Nou, als alles goed gaat zal op 22 november uit 48 kelen het gedicht 'Wan' (Eén) van Dobru weerklinken in zestien talen. Someni tongo is een project waarin poëzie en voordracht centraal staan. Het bekende gedicht van Robin Raveles, die leefde van 1935 tot 1983, zal simultaan worden voorgedragen in de talen Arowak, Aukaans, Chinees, Engels, Hindi, Ivriet, Javaans, Kariña, Libanees, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami, Spaans, Sranantongo en Trio.
Welkom Arnold. Hoe lang ben je al in Suriname?
Ik ben nu iets meer dan een maand in Suriname, maar ik was verleden jaar ook al in Paramaribo voor een eerste verkenning. Rotterdam en Paramaribo zijn zustersteden. Ik ben een Rotterdams beeldend kunstenaar en maak deel uit van het uitwisselingsproject ArtRoPa van het Rotterdamse CBK (Centrum Beeldende Kunst) en de Surinaamse FVAS (Federation of Visual Artists of Suriname). Mijn passie is poëzie. Ik werk als kunstenaar veel met taal en ik bereid me altijd voor op een project in het buitenland door daar wat over te lezen. Iemand had mij aangeraden om de Surinaamse dichter Shrinivasi te lezen. Ik heb in Nederland een verzamelbundel van hem gekocht en die heb ik aan boord van de KLM-Boeing gelezen. Ik was dermate onder de indruk, dat ik dacht: er moet hier vast meer zijn. Toen ben ik een beetje in de Surinaamse literatuur gedoken. Ik kwam erachter, dat hier veel boeken in eigen beheer worden uitgegeven, die nooit in Nederland verschijnen. Met andere woorden: hier lag voor mij een terrein braak om te verkennen. En dan kom je natuurlijk onvermijdelijk met Dobru in aanraking, want dat is wel een icoon van de Surinaamse poëzie. Toen ik verleden jaar terugging naar Nederland nam ik me voor iets met die poëzie te doen. En dat is het project SOMENI TONGO geworden.
Kun je daar iets meer over vertellen?
Ik heb 'Wan' gekozen omdat het het meest bekende gedicht in Suriname is, en ik werk vaak met dingen die herkenbaar zijn. Je moet niet iets vreemds meenemen, en dat hier planten. Je moet iets nemen, dat hier gegroeid is. Dat is die boom. Ik heb dat gedicht gelezen. Het is een sober gedicht. Extreem helder, met een ongelofelijk groot hart. Alles past erin. Ik las dat 'someni tongo', en ik dacht: misschien is het mogelijk om het gedicht in alle in Suriname gesproken talen te laten vertalen. Er waren al wat vertalingen, maar ik heb nog extra vertalingen laten maken door bijvoorbeeld Arman Karwofodi, Sapto Sopawiro en Nardo Aloema. Met dat basismateriaal ben ik op zoek gegaan naar mensen die die vertaling uit kunnen spreken. De bedoeling is, dat het gedicht wordt voorgedragen door een veeltalig, veeltongig spreekkoor. Gelijktijdig, dus niet apart. Niet eerst Kariña, dan Sranantongo, nee: allemaal tegelijk. En dat wil ik, omdat het thema van het gedicht 'verscheidenheid in eenheid' is. Ik heb het gedicht opgedeeld in vijf delen, waarin die verscheidenheid en die eenheid telkens op een andere manier wordt belicht.
Kun je dat uitleggen?
In het eerste gedeelte van de voordracht, het Biginpisi (begindeel) wordt het hele gedicht in de originele taal, het Sranantongo, door alle 48 sprekers gelijktijdig voorgedragen. In de muziek heet dat 'unisono'. Eén stem, dat is eenheid. In het tweede gedeelte, het Moksipisi (mengdeel), worden alle regels die met 'wan' beginnen in het Sranantongo uitgesproken en alle regels die met 'someni' of een ander telwoord beginnen in de eigen taal gesproken. Het is een soort stam die zich splitst, als een boom die takken krijgt. Het derde gedeelte is het Fayapisi (vuurdeel) waarin alle sprekers het gedicht in hun eigen taal voordragen. Iedereen zegt hetzelfde, maar dan wel gelijktijdig in zestien verschillende talen. Dat is verscheidenheid in eenheid. Het vierde gedeelte is het Teripisi (teldeel). Hierin wordt het gedicht gereduceerd tot zijn stam: de telwoorden 'wan', 'someni' en 'ala', en die worden voorgedragen in de eigen taal. In het laatste gedeelte, het Bakapisi (slotdeel), is de tekst weer gereduceerd tot de telwoorden 'wan', 'someni' en 'ala', maar nu spreken alle 48 sprekers die woorden gelijktijdig uit in het Sranantongo.
Het bijzondere bij de voordracht is, dat een regel in het Sranantongo een bepaalde lengte heeft, maar dat bijvoorbeeld de Javaanse vertaling van die regel veel langer is. De Javaanse sprekers hebben dus meer tijd nodig om hun zin uit te spreken dan de mensen die Sranantongo spreken. Om er nou voor te zorgen, dat de sprekers allemaal weer op tijd met de volgende regel beginnen heeft de dirigent, componist en muzikant Eldridge Zaandam een drumpartij gecomponeerd. Die wordt gespeeld door de percussionist Ernie Wolf. Eldridge heeft de leiding over het koor. Hij heeft de taak om dat veeltongig monster op het juiste spoor te houden.
Je hebt 48 sprekers nodig. Hoe ben je aan die mensen gekomen. Is dat moeilijk?
Dat klinkt moeilijker dan het is. Ik moet eerst zeggen, dat we nog niet voltallig zijn. Voor sommige talen is het moeilijk sprekers te krijgen, met name voor Libanees. Maar ik heb een aantal mensen aangesproken: Alida Neslo, Wonnie Karijopawiro, Henk Tjon, James Ramlall....
Het zijn klinkende namen.
Het zijn klinkende namen waarop ik ben afgestapt, en ik heb hen om telefoonnummers gevraagd van mensen die ik zou kunnen vragen om aan het project mee te doen. En dan blijken de lijnen in Suriname toch heel kort te zijn. Mensen kennen elkaar en weten ook van elkaar wat ze kunnen. Je hebt dus snel een concrete groep mensen bij elkaar. Dat werkt heel prettig. Natuurlijk moeten de puntjes nog op de 'i' worden gezet. Zals gezegd zijn we nog niet compleet. Een taal komt het beste tot zijn recht als de volumeverhouding in het spreekkoor klopt. We hebben nu één Mandarijn-sprekende Chinees, Daning Chen, en die kan in zijn eentje een hele groep van drie Chinezen vertegenwoordigen. Daarnaast blijkt het moeilijk om nog een Mandarijn-sprekende Chinees te vinden. Met hem kunnen we dus volstaan. Maar voor Libanees hebben we nog niemand. De zoektocht gaat door. We hebben in totaal zeven repetities waarvan er al drie zijn geweest. Omdat het uiteindelijk door de TV uitgezonden gaat worden, moet er wel voldoende gerepeteerd worden.
Hoe zijn de repetities verlopen?
Als je iemand voor een voordracht vraagt, bijvoorbeeld iemand die Portugees spreekt, en je laat haar dan gelijktijdig met iemand van een andere taal spreken, dan vraagt die persoon: "Waarom nou niet iedere taal op z'n beurt? Waarom nou alles tegelijk?" Dan moet ik dat uitleggen. Ik wil dat alle talen gelijktijdig klinken, omdat iedereen hetzelfde bedoelt maar het op een andere manier zegt. Someni tongo is dan ook een kunstwerk. Het is een andere manier om met een gedicht om te gaan. Het is geen gewone voordracht, waarbij mensen op het toneel staan en de tekst afwerken. Ik heb dat meermaals moeten uitleggen.
Wordt zoiets voor het eerst op de wereld opgevoerd?
Ik las in de nieuwsbrief van de Schrijversgroep 77, dat een dergelijk idee al een keer door Eddy van der Hilst is uitgevoerd in Tori Oso, maar ik denk dat dat om een andere reden was. Het verschijnsel simultaanvoordracht stamt uit de Dada-tijd. Het was bedoeld als provocatie. Je had de reguliere voordrachtskunst, de retoriek, en de dadaïsten wilden die traditie doorbreken. Ze gingen dus door elkaar praten. Niet omdat ze dat nou zo geweldig vonden, maar omdat ze mensen op de kast wilden jagen. Mijn motief om dat principe op 'Wan' toe te passen is een andere.
Wat ik zo mooi aan het gedicht van Dobru vind, is dat het op het eerste gezicht simpel lijkt, iets dat gemakkelijk moet zijn gemaakt. Maar als je er beter naar kijkt zie je een ontzettend inventief, geraffineerd gedicht. Ik heb het met respect ontleed en ik heb geprobeerd daarvoor een juiste verbeelding te vinden. Someni tongo was voor mij een uitgangspunt. Als je zovele talen hebt, heb je ook mensen nodig die die talen spreken. En als die mensen daar dan staan worden 'someni prakseri', 'someni wiwiri', 'someni skin' maar ook 'wan pipel' ineens zichtbaar. Dan staat daar een sculptuur. De perfecte verbeelding van het gedicht. En daar ben ik als beeldend kunstenaar mee bezig.
Je sprak vooraf over de Palmentuin als plaats van uitvoering, maar de STVS gaat ook medewerking verlenen?
Pas sinds gisteren weet ik, dat de voordracht rechtstreeks door de STVS vanuit de studio zal worden uitgezonden op 22 november. Maar aanvankelijk was het mijn plan, om de voordracht onversterkt tussen de palmen in de Palmentuin uit te voeren. 'Wan bon' tussen de bomen. Dat rijmt, en dat maakt die omgeving geschikt. Maar een uitvoering in de Palmentuin betekent ook een beperkte verspreiding. We zouden dan maar een klein publiek bereiken. En er zijn waarschijnlijk ook acoustische problemen. De wind zou verkeerd kunnen staan en het geluid de verkeerde kant opwaaien. Er kan een kokosnoot of een blad vallen, het kan gaan regenen. Je hebt kortom weinig controle over de uitvoering. Nu we weten, dat de STVS de voordracht uitzendt, heb ik voorgesteld om de voordracht alleen voor het plezier nog een keer met de hele groep in de Palmentuin te herhalen, op 29 november. Gewoon voor diegenen die daar toevallig aanwezig zijn. Om het gevoel van die historische plek te hebben. Maar voor het bereik is het beter om het project op TV te hebben. Bovendien kun je van de registratie een goede DVD maken, en die verspreiden.
Om even terug te komen op jouw persoon, Arnold Schalks. Kun je iets meer over jezelf vertellen? Hoe je bent begonnen?
Ik ben een zogenaamd conceptueel kunstenaar. Dat betekent, dat ik dus niet eerst een doek, verf en een potlood pak om te werken. Ik ga eerst denken. Daardoor krijg ik een idee, en met dat idee ga ik dingen maken. Ik ben gefascineerd door taal. Ik heb eigenlijk altijd met vertalingen en verbeeldingen van die vertalingen gewerkt. Ik ben ook een beetje een taalwetenschapper.
Ik proef daaruit, dat je houdt van nieuwe dingen, van experimenteren.
Ik hou van spelen. Er is zoveel speelruimte, en daar wordt zo weinig gebruik van gemaakt. Bijvoorbeeld in het gedicht van Dobru. Daar zit zoveel ruimte in. Ik zal het anders zeggen. Als je teveel naar een ding kijkt, dan kan het daardoor verdwijnen. Soms moet iemand anders een blik op dat ding werpen om het weer zichtbaar te maken. Ik denk dat het gedicht van Dobru door de voordracht opnieuw kan worden gezien. Het herleeft. Weliswaar vanuit mijn Nederlandse blik. Maar het herleeft in een uitvoering die geheel in handen is van Surinamers.
Versta je Sranantongo?
Ik doe mijn best. Als u langzaam praat, dan gaat het. Ik kan het meestal wel begrijpen als ik het gedrukt zie. Dan heb ik ook alle rust om het te analyseren. Maar spreken, nee, dat lukt niet.
Maandag 17 november 2008 is een belangrijke dag.
Ja. We repeteren met het koor op maandagavonden en woensdagavonden. Eén van die maandagavonden, 17 november, is de vijfentwintigste sterfdag van Robin Raveles. Ik heb besloten het bestuur van de Dobru-Raveles stichting uit te nodigen om die repetitie bij te wonen. Dat wordt een plechtige aangelegenheid. Het is belangrijk om Dobru te herdenken. Maar zijn gedicht is ook een visioen. Het werpt een blik vooruit, naar een Wan sranan, dat er nog niet is, maar misschien nog zal komen. Het is een optimistisch gedicht. En dat moeten we vieren.
Zijn de deelnemers enthousiast?
Ze zijn heel trouw, en daar ben ik ze heel erg dankbaar voor. Ik vind het heel belangrijk dat de mensen zich bij het project betrokken voelen.
Ja, het is een uniek project. Ik hoop dat je heel gauw die Libanese sprekers zult vinden.
SOMENI TONGO IN WAN
Ochtendblad De Ware Tijd, Cultuur, 6 november 2008
door Bonnie van Leeuwaarde
PARAMARIBO - Als alles goed gaat, zal op 22 november uit 48 kelen het gedicht Wan van Dobru weerklinken in zestien talen. Someni tongo heet het project, waarin poëzie en voordracht centraal staan. In de talen Arowak, Aukaans, Chinees, Engels, Frans, Hindi, Ivriet, Javaans, Karina, Libanees, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami, Spaans en Sranantongo wordt het bekende gedicht van Robin Raveles (1935-1983) voorgedragen.
De Nederlander Arnold Schalks is de initiatiefnemer. Twee jaar geleden kende hij nog geen woord Sranan, maar na een bezoek aan Suriname vorig jaar raakte hij geboeid door de taal. Toen hij het gedicht Wan las, zag hij een opdracht voor zichzelf weggelegd. "De zinsnede someni tongo (Wan bon/someni tongo...red) heb ik als een opdracht genomen: vertaal het in zoveel mogelijk talen die in Suriname worden gesproken. Het is een heel sociaal gedicht, iedereen kan zich er in vinden."
Gelukkig voor hem was de R. Dobru Raveles Stichting, waarvan weduwe Yvonne Raveles-Resida, bereid mee te helpen. Daarna kwam het project in een stroomversnelling terecht en kan Schalks rekenen op hulp van onder anderen cultuurkenner Henk Tjon, schrijfster Ismene Krishnadath, theatermaakster Alida Neslo, dirigent Eldridge Zaandam, Tolin Alexander, percussionist Ernie Wolf, Mandarijnspreker Daning Chen en personen van Cultuurstudies. De vooruitzichten zijn goed, maar het werk is pas voor de helft af. Voor tien talen heeft hij al voldoende sprekers, voor Portugees, Frans, Saramakkaans, Javaans, Arowak en Libanees worden nog sprekers gezocht. "De meeste tijd gaat dan ook zitten in het vinden van mensen", zegt Schalks.
Het project neemt de vorm aan van een simultane voordracht van de verschillende vertalingen in de openbare ruimte. Bij de uitvoering wordt, net als bij een regulier concert, gebruik gemaakt van een partituur en partijen. De voordracht bestaat uit vijf delen, waarin de zeventien vertalingen van het gedicht zodanig worden gearrangeerd, dat het thema "eenheid in verscheidenheid" / "verscheidenheid in eenheid" telkens op een andere wijze wordt belicht.
Schalks is beeldend kunstenaar en zijn kunstvormen hebben sterke wortels in de taal, staat in zijn artist statement. Hij zegt: "Mijn kunstwerken bevatten elementen die werden ontleend aan de directe omgeving, de plaatselijke cultuur of de lokale spreektaal. Bij het maken van mijn keuzes streef ik ernaar om die elementen op zoveel mogelijk niveaus met elkaar in overeenstemming te brengen; ze op één of andere wijze te laten 'rijmen'."
De eerste twee repetities waren deze week. "Het is echt een avontuur", zegt Schalks. "Ik weet niet waar het schip zal stranden." Ontzettend mooi vindt hij de overeenkomsten tussen klanken die in Someni tongo te horen zijn. "Bijvoorbeeld 'wan pipel' in het Sranan, 'Wan lö senbe nöö' in het Saramakkaans en 'wan pipili' in het Aucaans. Dat vind ik zo mooi."-.
SPECIAAL TINTJE AAN REPETITIE OP 25STE STERFDAG DOBRU
Ochtendblad De Ware Tijd, Cultuur, woensdag 19 November 2008
door Bonnie van Leeuwaarde
PARAMARIBO - De repetitie maandag van 'Someni tongo' had een speciaal tintje; het was namelijk de 25ste sterfdag van de dichter Dobru. Zijn weduwe Yvonne Raveles woonde de repetitie in Naks ook bij en kreeg aan het eind een manjaboompje aangeboden van Arnold Schalks.
Hij nam het initiatief om het gedicht 'Wan' van Robin Raveles in zestien talen te laten voordragen en noemde het project 'Someni tongo'. Het resultaat is zaterdag 22 november om 12 uur 's middags live te zien via de STVS. Onder leiding van dirigent Eldridge Zaandam en op het ritme van percussionist Ernie Wolf barstten in de talen Sranan, Nederlands, Sarnami, Hindi, Javaans, Arowak, Trio, Kariña, Mandarijn, Spaans, Portugees, Ivriet, Libanees, Saramaccaans, Aukaans en Engels de woorden van het gedicht los. Yvonne Raveles vond het prachtig klinken.
Een Kariña-spreekster uit het stemmenkoor ook. "Ik krijg elke keer kippenvel als we het voordragen", zegt ze. 'Someni tongo' is een community project van de Rotterdamse beeldend kunstenaar Arnold Schalks, waarbij poëzie en voordracht centraal staan. "Ik zie mezelf als de bougie in de motor, maar de motor is honderd procent Surinaams."
Het project maakt deel uit van het Surinaams-Nederlandse culturele uitwisselingsproject ArtRoPa, een initiatief van het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst (CBK) en de Federation of Visual Artists in Suriname. 'Someni tongo' (zoveel aan talen) is een regel uit het gedicht 'Wan'. Schalks verwerkte de zestien vertalingen in een vijfdelig arrangement voor spreekkoor. In elk deel spreken de zestien stemgroepen (voor elke taal één) hun versies gelijktijdig uit.
Suriname heeft een enorm cultureel erfgoed, maar veel is nog niet op papier, zegt Raveles. "Daarom hebben we gezegd, we doen het." De R. Dobru Stichting schonk 1.000 Surinaamse dollar voor het project. Verdere onkosten, zoals de vergoeding voor het spreekkoor, de dirigent en drummer, oefenruimte, reiskosten, catering, kopietjes enzovoorts, worden vergoed door het CBK.
Raveles bedankte het spreekkoor, de dirigent, percussionist en initiatiefnemer. "We hebben hier geschiedenis geschreven. En ik zie de man die dit gedicht geschreven heeft, glimlachen. En ik hoor hem zeggen: dank je wel." 'Someni tongo' zal op zaterdag 29 november éénmalig worden herhaald in de Palmentuin.-.
VOORDRACHT WAN IN SOMENI TONGO BOEIT AANWEZIGEN
Ochtendblad de Ware Tijd, Cultuur, maandag 1 december 2008
door Claudine Saaki
PARAMARIBO - De voordracht in de openbare ruimte van het gedicht Wan in het project Someni Tongo heeft zaterdag in de Palmentuin plaatsgevonden. 43 deelnemers van verschillende bevolkingsgroepen brachten het gedicht op een unieke manier in zestien in Suriname gesproken talen. Dirigent Eldridge Zaandam
Het gedicht van Dobru was herleid tot vijf delen, namelijk de Biginpisi, de moksipisi, de fayapisi, de teripisi en de bakapisi. Het spannendste gedeelte, waar alle 43 deelnemers het gedicht in verschillende talen voorgedroegen, verraste de aanwezigen. In de talen Arowak, Aukaans, Chinees, Engels, Frans, Hindi, Ivriet, Javaans, Kariña, Libanees, Nederlands, Portugees, Saramakkaans, Sarnami, Spaans en Sranan werd het gedicht gelijktijdig voorgedragen.
Toeschouwster Aidah Jessurun vindt het een fantastisch initiatief, maar de opkomst vond zij zwak. "Het kan wel een nationaal gedicht worden. Want dit is gewoon iets wat de hele bevolking eens zou moeten zien, zodat men in eenheid met elkaar gaat leven", zei Jessurun. "En dit zou vaker moeten gebeuren." Josien Aloema was een van de spreeksters in het Kariña. Zij vond het hele ervaring. "Ik kreeg kippenvel van de stemmen en verschillende talen. Het gedicht spreekt vanzelf, het is niet een gedicht dat zomaar geschreven is. 25 jaar na het overlijden van Dobru is zijn wens voor dit gedicht toch uitgekomen: Someni Tongo. En dat is de bewustwording van het uitdragen van eenheid. We hebben het vandaag bewezen", aldus Aloema.
Yvonne Raveles, de weduwe van dichter Robin Raveles, zei in het slotwoord dat er al een eenheid is, maar alleen moet er meer body aan gegeven worden. Raveles: "Dus we moeten nu eraan gaan werken zodat die eenheid in stand blijft." Alle deelnemers kregen van de R. Dobru Raveles Stichting een kaart met het gedicht van Dobru er op in de taal waarin zij deelnamen aan Someni Tongo. Het project was op 22 november al live uitgezonden vanuit de studio van STVS. Van initiatiefnemer Arnold Schalks, die gefascineerd is door de Surinaamse poëzie, kregen zij een dvd met daarop die uitzending.-.
WAN? SORTU WAN? / Mutika*
Mutika, 25 november 2008
Bliepbliep ... Een sms-je. Ik kijk en lees: ‘Wan is op tv’. Ik frons. Wan pipel voor de honderdzesentwintigste keer op de buis ter gelegenheid van Srefidensi, hoe origineel ... Of bedoelt de sms-ster dat niet? Ik stuur een bericht terug. ‘Wan? Sortu wan?’ Tringtring ... Telefoon. ‘Wan bon natuurlijk, waar ben jij met je hoofd!?! Dat project van die kunstenaar uit Rotterdam, om het gedicht van Dobru ...’ Ja, nu weet ik het weer. Ik hang op en sprint naar de tv. De kinderen zijn te verbouwereerd om te protesteren dat Bob de Bouwer (‘Yes we can!’) weggezapt wordt voor een historisch televisiemoment.
Wan bon someni wiwiri. Arnold Schalks, de Nederlandse bougie in een Surinaamse motor, zoals hij zichzelf in dit experiment ziet, heeft 42 Surinamers bij elkaar gebracht die flink gerepeteerd hebben, onder leiding van dirigent Eldridge Zaandam, met begeleiding van Ernie Wolf op de apinti-drum. In zestien in Suriname gesproken talen wordt simultaan het bekende gedicht van de schrijver Dobru ten gehore gebracht. De STVS zendt het live uit.
Een statisch plaatje vult mijn beeldbuis, de kleuren grauw, de belichting fout. Pas na een minuut een voorzichtige close-up. De totaalshot laat consequent tot het bittere eind de uiterst links zittende voordragers buiten beeld. Geen fifteen minutes of fame voor deze Wan-zeggers.
Sms-ster en ik babbelen na. Wat een gemiste kans. De STVS had goud kunnen verdienen met een goede registratie. Denk je eens in, al die Surinamers in Nederland, die maar al te graag hun ‘doekoe’ voor een stukje vaderlandse cultuur neertellen. ‘Ja joh, alles wat uit Su komt, dat moet ik hebben. Ja da’s me famiri toch... Me roetoes zijn daaro, i sabi toch ...’
En wij, wij die hier met onze roetoes stevig in de Surinaamse bodem staan geplant, die niet hoeven te dealen met gevoelens van ontheemdheid en heimwee, wij leggen zo een unieke en onherhaalbare gebeurtenis vast, met een nonchalance die verbijsterend is. Voor ons is Su gewoon Sranan, doekoe is een doek en als we horen ‘Wan’ dan zeggen we dus ‘Wan? Sortu wan?’
Swit’ Srefidensi!
* Stings of Mutika 142 - Een poging om het leven in woorden te vatten. Reageer, negeer, whatever. Mutika is geen mooie ééndagsvlinder, noch een sissende slag, maar een dappere sluipwesp die er moet zijn. Just to be there. / reageer: mutikastings@hotmail.com
14 augustus - 2 september 2009
source: http://paramaribospan.blogspot.com/
FSJL said...
Er, Nicholas, the poem is called Wan bon (One tree), not Wan, and it was originally written in Sranantongo, so it seems a little odd to me that it was translated into it! I met Dobru at Carifesta 76. He was an extraordinarily modest man. He needed to get from the Mona campus to the National Arena, and when I (as Mervyn Morris's gofer) took him over to the campus coordination centre and explained who he was, and that he was a member of the Surinamese parliament and consequently a VIP. He kept trying to downplay his status. He charmed a friend of mine a couple of years later, simply by reciting his poetry on a voyage from Cuba to Jamaica.
August 14, 2009 8:59 PM
Nicholas said...
Thanks for this note, Fragano. "Translated into ... Sranan" was a slip. I've corrected that--also the title. Glad you have such sharp eyes!
August 14, 2009 9:06 PM
Sranan said...
You have a sharp eye, but I was informed several times during the last years that the original title of the poem is Wan, and not as almost everybody calls it, Wan bon. Because it is about so much more than "just" one tree.
August 15, 2009 2:09 PM
Arnold Schalks said...
Hi Nicholas, first of all, I'd like to say, that I'm a little disappointed by the superficiality of the comments on the Someni tongo project. To put one thing right: Shrinivasi, the grand old man of Surinamese poetry included Dobru's poem in his unpeered 1970 collection of poetry 'Wortoe d'e tan abra', with the title: 'Wan'. If anyone, he should know. Apart from that, it is comprehensible that many will refer to Dobru's poem with its first line, 'Wan bon.' There's nothing wrong with that.
Secondly I sincerely hoped for comments on the project that would venture more deeply into the multi-racial, multi-cultural, and multi-lingual aspects of the community project and the present Surinamese reality beyond the words of the poet.
I don't want to sound immodest, but Someni tongo was an unprecedented event of historic proportions. It was the perfect example of teamwork. I still feel touched and honoured by the participants unconditional faith and trust in the project, which enabled us to show the ideal visualisation of Dobru's poem. I still admire the courage of the choir members, bridging the gap of ethnicity with great ease and naturalness, but most of all, enjoying doing that.
The performance took place more than 9 months ago. A symbolic period. I hoped that Someni tongo would have a surplus value and would pave the way for similar Surinamese community projects in the future. The reflections I received on the project from the Surinamese art community has been relatively poor. That should not dissappoint me too much, because a genuine exchange of ideas on art with Surinamese colleagues had never really gotten off the ground before. That's a shame in view of Suriname's huge potential. I think that what any art community needs to develop itself and survive is an open mind and the capacity to criticize and receive critics that matter. I hope that this blog will be the starting point for a exchange of ideas on what art is for and what it should be about.
Sorry Fragano, for using your comment as a bridge to change the subject.....
August 16, 2009 2:03 PM
Nicholas said...
Thanks for your note, Arnold. I think Someni Tongo is a moving and important piece of work, and I hope that including it in this blog will bring it to the attention of a wider audience. I'm sure that in the coming days and weeks we'll see further comments about the project. The ideas you engage, the questions you raise about ethnicity, identity, nationhood, language, performance, and the relations between the visual and the literary are all deeply relevant to the wider Caribbean region.
August 16, 2009 2:51 PM
FSJL said...
No problem Arnold. I first encountered the poem on the wall of a fellow student at Mona. A Jamaican from St Thomas (the parish in Jamaica, not the Virgin Island) with the surname of Bogle (and thus a relative of the National Hero, whom he resembled).
The poem makes a statement, it seems to me, about something that isn't very fashionable today, the Creole identity of Caribbean people. It's something that's found also in the Surinamese national anthem, and in other proud assertions of nationhood across the region. It's something that many in the region have wanted to abandon in exchange for a poorly imagined Africa, or India, or even Indonesia. But, oddly, the actual dream seems to be America, or Canada, or Britain, or France, or Holland, or Belgium, or even Australia. Anywhere but the "ancestral homeland". But the idea of building a homeland out of the many skin colours and hair textures, one tree out of the many leaves, is not one that contemporary leaders seem to want Caribbean people to pursue. Yet that ought to be our thing.
August 18, 2009 9:05 PM
Response: some thoughts on Someni Tongo
Just over two weeks ago, Paramaribo SPAN posted information on Dutch artist Arnold Schalks's Someni Tongo project (2008), which examined Suriname's cultural and linguistic diversity through a live performance of a celebrated poem. The comments left on the original post raised interesting questions about how this and other art projects are (or could or should be) received and interpreted by audiences and the wider art community.
Writer Chandra van Binnendijk, who witnessed the live performance of Someni Tongo, offers her personal response to the project and the resulting discussion.
I was one of the handful of people on that early Sunday morning in the Palmentuin nine months ago, there to watch the performance of Someni Tongo. There was a kind of silent conspiracy-like feeling, for being together for the event. The ones with cameras wanted to take pictures, but the best angle near the podium was not approachable: a vagrant had left a fresh turd right in that spot. And the manager of the Palmentuin refused to clean it up, for this was not his duty, he said.
It did not bother us at all: we placed an old newspaper on top of it, we warned others not to step on it, we moved around a little until everyone found his best place around the podium, and then we watched and experienced and enjoyed the Someni Tongo performance. All those tongues, speaking in all those different languages, expressing the same lines -- it was special, it was beautiful, and more so because we were there for the live experience.
The audience that morning left the Palmentuin with a feeling of upliftment, of contentment.
Shouldn't a similar feeling of contentment remain with the one who created this beautiful experience? What happens to the artist when he is so attached to the fruit of his work that he feels disappointed when response and feedback from the public are not what he expects (or even feels he deserved)? When he is not praised or imitated? Where is the pure joy of creating?
I think art is exactly and only about this: the need to create and express what is uniquely inside you, and to do so because you have no choice. Something is envisioned, it wants to come into the world through you, and it can only be born through your effort. Full stop. No ulterior motives. Creation is making art -- not the aftermath.
Someni Tongo was beautiful. But in its significance it was not unprecedented. Over the years, Suriname has seen high-level performances of multi-racial, muli-ethnic, and multi-lingual performances. One example is the theatrical production Rebirth, by director Henk Tjon, which was presented at Carifesta 1981 in Barbados, with a dazzling combination and integration of all these aspects. There have been performances by the National Ballet of Suriname choreographed by Ilse-Marie Hajary, who created the Dogla style, in which she integrated Afro drumming and winti elements with classical Indian dance movements.
So multi-culti is not really new for us. One should not overlook history -- we are able to reach heights because we are standing on the shoulders of those before us. Tjon and Hajary were not greeted with lavish standing ovations -- their work was not understood at first. This takes time.
On that beautiful morning in the Palmentuin, we did not let the turd disturb us. Because the performance was compelling. The experience was enough.
Art in itself is enough.
Wednesday, September 2, 2009 at 12:48 PM
SPREEKKOOR; Arowak: Chenelfa Jubitana, Just Orassie, Carmen Orassie-Sabajo; Aukaans: Eddy Lante, Novyente Lante, Dewini Saiwinie; Chinees: (Mandarijn) Daning Chen; Engels: Milgino Etman, Ingrid Zaandam; Hindi: Jagdish Biere, Priya Moti, Santoesha Moti; Ivriet: Sara Aalstein, Joan Duym, Jake Sadi; Javaans: Romario Djasiman, Ciolyn Saimo, Marlène Saimo; Kariña: Halley Aloema, Josin Aloema, Nardo Aloema; Libanees: Marina Bersaoui, Charbel Saleh, Marie-Therese Saleh; Nederlands: Ewald Hanenberg, Ger Kamphuis, Raquel Wijnerman; Portugees: Elisabeth Benschop; Saramakkaans: Georstine Asantiba, Geor Gine Eduards, Carmelitha Metjo; Sarnami: Jennefer Bahadoer, Sharmila Kharpotoe, Kyran Rampersad; Spaans: Haidy Antonius, Rudy Antonius, Stacy Etnel; Sranantongo: Marilyn Goring, Sheromenie Kharpotoe, Sylvana Rampersad; Trio: Bernice Jami, Maureen Makadepuung, Selien Oochpatapo
Dirigent: Eldridge Zaandam; Percussie: Ernie Wolf.
Tolin Alexander, Louis Carlos Alvarez, Lola en Peter Ankarapi (Tepu), Blue Wing Airlines, Hillary de Bruin, Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, CHM, Charles Chang, Jessica Dikmoet, Brian Dompig, Jules Donk, Lucien Dubois, Fernandes Group, Casper Hoogzaad, Georges Issa, Wonny Karijopawiro, Arman Karwofodi, Sybren ter Keurs, Ismene Krishnadat, Bonnie van Leeuwaarde, B. Lionarons, NAKS, Alida Neslo, Monique Nouh-Chaia, R. Dobru Raveles Stichting, James Ramlall, Yvonne Raveles-Resida, Marinalva Romeo, Sylviano Sidoel, Fayolah Slooten, Sapto en Jenny Sopawiro, Herman Snijders, Henry Strijk, Henk Tjon, Dorus Vrede en Myra Winter.
Someni tongo is het tweede deel van het vijfdelig verslag van mijn wederwaardigheden in de West met als verzameltitel WANSMA KONDRE (Iemandsland). Deel 2. is het verslag van de werkperiode voor de voorbereiding, uitvoering en het vervolg van het gelijknamige community project op uitnodiging van het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst dat werd uitgerold van oktober tot november 2010. Afmetingen (b x h): 210 x 297 mm., 60 pagina's. © 2008, Rotterdam, Arnold Schalks.
Someni tongo is het tweede deel van het vijfdelig verslag van mijn wederwaardigheden in de West met als verzameltitel WANSMA KONDRE (Iemandsland). Deel 2. is het verslag van de werkperiode voor de voorbereiding, uitvoering en het vervolg van het gelijknamige community project op uitnodiging van het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst dat werd uitgerold van oktober tot november 2010. © 2008, Rotterdam, Arnold Schalks.