|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Solo-tentoonstelling met een veertiendelige installatie, samengesteld uit zeven objecten en zeven corresponderende grafische werken, geïnspireerd op het boek 'Unterwegs zur Sprache' van de Duitse filosoof Martin Heidegger. OP WEG NAAR DE TAAL (een reisvertaling) / UNTERWEGS ZUR SPRACHE (eine Reiseübersetzung) documenteert een fictieve reis naar de taal van het even fictieve reisbureau 'HEIDEGGER Reisen'. Tentoonstellingsdata: 1 t/m 29 maart 1992, galerie 'het Veem', Witte de Withstraat 44 I, Rotterdam. 3 t/m 6 juni 1992 op de KunstRAI Amsterdam, in de stand van galerie 'Het Veem'. 2 januari t/m 7 maart 1993 op de zolder van het Kasteel van Rhoon, alwaar de objecten aan de buitenkant en de grafiek aan de binnenkant van een in de tentoonstellingsruimte geplaatste blokhut waren aangebracht (Zie 'Bekijk meer').
Transcriptie
Uitgangspunt van het werk is het boek Unterwegs zur Sprache van Martin Heidegger. Het boek bevat zes lezingen over de taal. Was het aanvankelijk mijn plan om het geschrift op een conventionele wijze te vertalen, gaandeweg stuitte ik op onoverkomelijke taalhindernissen, die mij ertoe dwongen het werk op een andere wijze te 'vertalen'.
Transport
De ene helft van de installatie bestaat uit objecten. Het zijn voorwerpen met de vorm van een reisattribuut. Ze zijn draagbaar en voor het verrichten van een bepaalde handeling ontworpen. Het is bezoekers toegestaan de objecten om te hangen, ze te 'gebruiken'.
Transitie
De andere helft van de installatie bestaat uit grafische werken. Ze beelden de werking van de respectievelijke attributen en af, vertolken daardoor hun functie en verbeelden daarmee wat men onderweg naar de taal onder meer aantreft.
Transformatie I
Het boek verbeeld.
Transformatie II
Bij de tentoonstelling hoort een tweetalig (Duits-Nederlands), tweekleurig (zwart/wit) boekje, waarin alle op de tentoonstelling aanwezige werken zullen worden ondergebracht. Het boekje heeft enerzijds het karakter van een prospectus (een reisfolder, "HEIDEGGER Reisen"), anderzijds dient het boekje het gebruik van de objecten aan de hand van detail- en situatiefoto's te verduidelijken (handleiding). Het verbeelde boek wordt boek en de inhoud bereikt, zij het via een omweg, zijn uiteindelijke bestemming.
Rotterdam, 19 januari 1992
Geachte HEIDEGGER-reizig(st)er,
In het licht van de huidige lokale en globale ontwikkelingen bent u wellicht op zoek naar een alternatieve reisbestemming om op verhaal te komen. Gelukkig zijn er dicht bij huis nog altijd voldoende stille plekjes waar niet de mens, maar de taal uw stappen leidt. In de toonzaal treft u enkele ingelijste uitsneden aan van dit ongekende landschap. Mochten deze perspectieven u ertoe bewegen ook zo'n reis te boeken, dan help ik u daarbij gaarne op weg. In de toonzaal zijn uitrustingsstukken te zien die bij zo'n onderneming niet mogen ontbreken. Bij het ontwerp werd voornamelijk gelet op draagcomfort en bedieningsgemak. De getoonde voorwerpen zijn prototypes en dientengevolge niet te koop. Wel bestaat de mogelijkheid één of meerdere voorwerpen te bestellen. Die zullen dan nagenoeg identiek worden nagemaakt en binnen een redelijke termijn worden geleverd.
Arnold Schalks namens HEIDEGGER Reisen
De opvatting die de taal als instrument voorstelt heeft een lange traditie. De Stoa heeft een stap op die weg gezet door de taal te objectiveren: De taal wordt opgevat als een gesloten geheel van objecten, namelijk het geheel van de 'werkelijke' dingen. Het taalteken is een object, dat de functie heeft de aandacht op een ander object te richten.
Heideggers kritiek richt zich vooral op de traditionele opvatting, dat de taal een tekenkarakter zou hebben en dat de taal instrumenteel van aard en primair descriptief zou zijn. Heidegger keert zich tegen drie gangbare opvattingen over taal:
1. Spreken is een uitdrukken. 2. Spreken is een bezigheid van de mens. 3. Het menselijke spreken is een voorstellen en uitbeelden van het 'werkelijke'.
Volgens de traditionele heersende taalbeschouwing spreekt de taal in uitspraken, die zich naar het reeds voorhandene richten en inlichtingen verschaffen over het reeds 'zijnde'; de uitspraak stelt vast wat reeds gegeven is. Het spreken in vaststellende uitspraken over het gegevene is een informatie verschaffen dat een middel tot beheersing van de werkelijkheid is.
In de huidige taal probeert men de taal als informatiemiddel zoveel mogelijk te perfectioneren, onder andere door het scheppen van kunstmatige talen. De meerzinnigheid van het dagelijkse taalgebruik moet uitgebannen worden; Taal moet eenduidig, snel en efficiënt informatie verschaffen.
Heidegger is het oneens met die instrumentele visie op de taal. Naar zijn mening is de taal in de grond niet descriptief -de taal beeldt in wezen geen aanwezigen af- maar is taal in de grond van de zaak creatief: Het spreken van de taal laat het aanwezige aanwezig zijn.
De leidraad voor de bundel Unterwegs zur Sprache ligt besloten in de zin: "Die Sprache spricht". Het gaat erom, dat de mens zich ophoudt in het spreken van de taal, en de taal, die zelf spreekt, laat uitspreken. Het wezenlijke van de mens is gelegen in het spreken, d.i. het luisteren naar en het toebehoren aan het stille spreken van de taal zelf. Met andere woorden: Het menselijke spreken is het overeenstemmen met het spreken van de taal zelf.
Gewoonlijk weet de mens niet dat hij verblijft in de taal. Hij meent soeverein de taal te gebruiken, terwijl hij in werkelijkheid geen woord van de taal kan gebruiken, zonder dat dat woord hem door de taal zelf wordt ingesproken.
Heidegger onderscheidt twee uitmuntende wijzen van overeenstemmen met het spreken van de taal en wel: denken en dichten.
Het denken gaat aan het dichten vooraf. Voor Heidegger is het denken niet een middel om te 'kennen', het denken is bij hem niet een manier om het besprokene binnen de macht van het grijpende verstand te brengen. Het spreekt niet, zoals traditioneel wordt verondersteld, in logische uitspraken. Het denken is het luisteren naar het spreken van de taal, een verzamelend vernemen, wat het denken in staat stelt het spreken van de taal zelf te horen. Het denken is een wijze van overeenstemmen met het spreken van de taal waarin het ongewone wordt geopend.
In het gedicht spreekt de taal zuiver, het gedicht is het zuiver gesprokene. Het gedicht geeft geen bericht of beschrijving van wat toch al gegeven was, want het zeggen van het gedicht is geen weergeven, maar een geven. Het schenkt ons het nog onbekende, het is een voorzeggen, dat het wezenlijke laat verschijnen en het ons toe-zegt. Dit zeggen is een beeldend zeggen, dat tevoorschijn brengt vanuit de verborgenheid in de openbaarheid.
Volgens Heidegger heeft de 'moderne' mens zich in zijn instrumentele visie op de taal alsmaar verder van het wezenlijke van de taal en daarmee van zijn eigen wezen verwijderd. De 'moderne' mens heeft een kloof geschapen tussen het denken en het dichten, die in wezen van dezelfde orde zijn.
Pas als de kloof tussen dichten en denken zal zijn opgeheven zal de taal weer zijn wat zij in haar wezen is, namelijk: poëzie.
uit: 'Taal en Zijn bij Heidegger' (Over de relevantie van Heideggers taalfilosofie voor de uitleg van poëzie)
Financiële ondersteuning: Rotterdamse Kunststichting & Centrum Beeldende Kunst Rotterdam.