|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Taalworkshop in het kader van aan de manifestatie 'Offenes Atelier', een gratis activiteit voor in kunst geïnteresseerde kinderen van 8 - 16 jaar. Organisatie: AKKi E.V. (Aktion, Kunst und Kultur mit Kindern). Workshopdata: 2 - 5 juni 1994 rond het AKKi-Haus aan de Siegburgerstraße 25 in Düsseldorf.
Je vindt de bouwstenen voor een gedicht door:
De woorden te zoeken waar je ze kunt vinden.
Daar waar ze worden uitgesproken,
daar waar ze zijn opgeschreven,
daar waar ze zijn gedrukt.
In feite vind je overal woorden waar mensen zijn.
Meestal worden woorden gebruikt als middel om iets te bereiken, om mensen ergens over te informeren, hen te vermaken, te irriteren of om hen op te roepen iets te doen. Normaal gesproken gebruikt men woorden om iets te bewerkstelligen.
U wordt dringend verzocht om de taal aan de leiband te houden.
Laten we de taal tijdens het wandelen de vrije loop laten. Laten we kijken wat er gebeurt. Laten we de woorden uit hun alledaagse omgeving halen. We zullen ze, volgens hun eigenwijze wil, meteen weer gebruiken. Laten we spelen met de mogelijkheden die de taal ons biedt. We brengen ze opnieuw onder in een gedicht. Daarbij gaat het niet in de eerste plaats om het vormen van zinvolle of begrijpelijke zinnen. Eerst wordt verzameld, genoteerd en op een rijtje gezet. Mogelijk wordt later het toeval ingezet om de nog verborgen wensen van de woorden te vervullen. Vooral wordt er gespeeld. Daarna wordt beoordeeld en bijgeschaafd. We stellen ons erop in dat het toeval onze gedichten dicteert.
Wie goed om zich heen kijkt, wordt duizelig van de stortvloed aan schriftelijke boodschappen die op ons afkomen uit boeken, van affiches, vrachtwagens, kleding, verkeersborden enz. Daar bevindt zich onze schat aan woorden. We zullen deze enorme woordenverzameling als uitgangspunt voor ons werk nemen. Maar hoe brengt de dichter orde in dit overweldigende aanbod aan woorden? Hoe beslist hij/zij dat deze woorden in het gedicht thuishoren en die andere niet? Het enige wat dan nog helpt, is een spel. Daarvoor heb je spelregels nodig, een systeem. Een systeem dat iedereen zelf kan bedenken en dat je op een speelse manier kunt testen en uitbreiden. Bij het bedenken van deze systemen speelt logica een ondergeschikte rol. De systemen zijn bijvoorbeeld gebaseerd op wat er op dat moment gebeurt, op wat de dichter op dat moment hoort, leest of waarneemt. Wat daaruit aan taal voortkomt, is niet te voorspellen. Het zal waarschijnlijk zelden meteen bruikbaar zijn. Dat betekent echter niet dat het systeem verkeerd is of dat het werk voor niets is geweest. Je moet de poging zien als een stap op weg naar het ORTWORT en de woordenopbrengst beschouwen als grondstof die de dichter later zal gebruiken om bijvoorbeeld een gat in een gedicht te dichten. Het systeem kan eenvoudig of ingewikkeld zijn, precies zoals je wilt.
Mogelijke systemen:
Vraagdichten
De dichter vraagt iedereen die toevallig langskomt om een woord te zeggen. Hij/zij noteert de woorden. Het totale resultaat vormt een gedicht.
Telefoondichten
De dichter gooit met een dobbelsteen totdat hij/zij een telefoonnummer heeft gegooid. Hij/zij belt dit nummer en vraagt de gebelde persoon om een bijdrage te leveren aan het gedicht.
Knipdichten
De dichter knipt zinsdelen en woorden uit de krant en plakt deze willekeurig op een vel papier. Dat is alles.
Schrapgedichten
Uit een willekeurige krant knip je een willekeurig artikel. Vervolgens schrap je, één voor één, de ‘overbodige’ woorden. Wat overblijft is een nieuw verslag, het eigenlijke Akki-Dada-gedicht.
Synchroondichten
Een aantal (2 of 3) personen stoppen uit de krant geknipte zinsdelen en woordfragmenten in hun broekzakken. Ze gaan staan en halen om beurten een fragment tevoorschijn en schrijven het in deze volgorde op.
Dobbeldichten
Verloop:
1. Gooi twee keer met de dobbelsteen.
De eerste twee worpen geven de pagina aan waarop we het boek moeten openslaan.
2. Gooi nog twee keer met de dobbelsteen.
De worpen bepalen de regel op de pagina waarop we het boek hebben opengeslagen.
3. Gooi nog een keer met de dobbelsteen.
De worp geeft het woord aan in de regel op de pagina waarop we het boek hebben opengeslagen.
4. Schrijf het woord op.
5. Herhaal het proces.
6. Verzamel de woorden
en gebruik die als uitgangspunt voor een dadaïstisch verhaal.
Zwaargewichtdichten
Je koopt in de boekhandel een tweedehands boek dat al gelezen is. Als je de boekhandel verlaat, geeft het eerste nummer dat je ziet (autokenteken: 123) de pagina aan waarop je het boek moet openslaan. Het volgende nummer (huisnummer: 12) bepaalt de regel op de pagina waarop we het boek hebben opengeslagen. Het derde nummer (3 klanten in de bakkerij) verwijst naar het woord in de regel op de pagina waarop we het boek hebben opengeslagen. We schrijven “shit” in het dichtschriftje, enz.
Sample-dichten
Je maakt een geluidsopname van een gesprek. Als het gesprek voorbij is, besluit je om elk woord dat te horen is op, laten we zeggen, bandpositie: 2, 4, 6, 8, 10, 12 enz. te gebruiken. Je noteert de woorden, herhaalt ze hier en daar en bedenkt of de volgorde klopt.
Woordenboekdichten
Bedenk zelf maar hoe dat gaat.
Arnold Schalks ondersteund door Karen Fischer.
Doel van het project is het ontwerpen van ongeveer 15 woordvelden, die worden geplaatst in het pad dat van het hoofdpad naar het AKKi-huis leidt. Bezoekers van het park komen het eerste woord tegen en vinden, altijd met zichtcontact met het volgende, het vervolg. Men kan dus de tekst / het gedicht aflopen. Afhankelijk van de gevonden inhoud, woordklanken en ritmes springen de afzonderlijke velden langs het pad soms naar links, soms naar rechts, liggen ze op korte afstand of op grotere afstand van elkaar. Wie dit avontuurlijke pad lopend, springend of zigzag-end volgt, staat plotseling tegenover het AKKi-huis.
De woordvelden worden gemaakt van betonnen platen die in het grindpad of het aangrenzende gazon worden gelegd. Maximaal drie vormen een veld dat wordt omlijst met straatstenen, zoals die ook al als band voor de oriëntatie van blinden in het parkpad liggen.
We gieten de platen in wijnkisten, waarin letters van piepschuim of waterbestendig multiplex ondersteboven zijn geplakt (Ponal) of geniet. Het schrift ontstaat dan als een concaaf reliëf.
Hiermee is weliswaar een materiële vorm en techniek beschreven, maar de taalinhoud is nog niet voorhanden en vormt voor Arnold het eigenlijke thema van het project. Hij zal de productie van de betontegels dan ook beperken tot de laatste twee dagen en zich uitgebreid met de kinderen bezighouden met taal.
ACTIE VOOR KUNST EN CULTUUR MET OPEN ATELIER
Rheinische Post, 20 juni 1994
Saskia Zeller
AKKI (Aktion, Kunst und Kultur mit Kindern) laat sporen achter in het Südpark. Het Open Atelier, waaraan ongeveer 50 kinderen vier dagen lang hebben deelgenomen, toont sculpturen rondom het AKKi-gebouw. De kunstenaar Arnold Schalks en 15 kinderen hebben het pad naar AKKi tot een belevenis gemaakt. Letters in betonplaten brengen woorden en landschap met elkaar in verband. Aan het begin staat de vraag 'Waar?'. Tien woordvelden van een dadaïstisch gedicht brengen de wandelaars naar de plek waar uiteindelijk 'Dada!' staat. De teksten zijn bedacht door de kinderen en vestigen de aandacht op dingen langs de weg. De dadaïstische gedichten, die ook in een boekje zijn gebundeld, waren oorspronkelijk krantenartikelen waaruit woorden waren geschrapt. De sculpturen zijn bedoeld als permanente installatie en gelden als uitnodiging voor AKKi.
De Düsseldorfse vereniging ‘AKKi’ E.V. (Aktion und Kultur mit Kindern) heeft zich ten doel gesteld de kindercultuur te bevorderen. Daartoe worden jaarlijks verschillende cultuurpedagogische projecten georganiseerd. In de herfstvakantie vindt bijvoorbeeld op de Rijnweide in Düsseldorf een inmiddels traditioneel geworden windkunstproject plaats. Hierbij worden (beeldende) kunstenaars uitgenodigd om samen met de kinderen grote vliegers te ontwerpen en te bouwen.
Aktion & Kultur mit Kindern EV, (vereniging ter bevordering van de kindercultuur), Siegburgerstraße 25, D - 40591 Düsseldorf