|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Samenwerkingsproject van beeldend kunstenaars Arnold Schalks, Andre Dekker en toonkunstenaar Hans Riphagen. Tentoonstellingsdata: 1 t/m 29 april 1995, Villa Alckmaer * (CBK Tentoonstellingen), Westersingel 83, Rotterdam.
* In 1999 werd de villa gesloopt om plaats te maken voor de uitbreiding van museum Boymans van Beuningen. De expositieruimte van het Centrum Beeldende Kunst werd verplaatst naar de Witte de Withstraat 50 onder de nieuwe benaming 'TENT Rotterdam'.
Vanaf 1 april tot en met 29 april 1995 was in de 'Villa Alckmaer' het resultaat te zien van de samenwerking van drie kunstenaars. Het bijzondere aan deze presentatie was dat het niet ging om een driemanschap van beeldend kunstenaars, maar om een gezelschap bestaande uit één toonkunstenaar en twee beeldende kunstenaars. De twee beeldende kunstenaars onderscheidden zich van elkaar doordat één van hen zich voor deze gelegenheid richtte op 'taal', het tekstuele, terwijl de ander zich concentreerde op het maken van objecten en wel objecten die verwezen naar 'tijd'. Door de driedeling: taal, toon en tijd te hanteren, kon worden toegewerkt naar een combinatie van de drie elementen met als eindresultaat een 'compositie'. De villa werd een metafoor voor een lied:
TAAL
Op de bovenste, tweede verdieping trof u bijdragen aan van beeldend kunstenaar Andre Dekker (Arnhem). Hij koos 'taal' als vertrekpunt voor zijn aandeel in dit project. Het betrof tekstuele ornamenten, manuscripten en collages. Andre Dekker beheerde het 'Leesvertrek'.
TOON
Eén verdieping lager bevond zich het werkterrein van toonkunstenaar Hans Riphagen (Den Haag). De drie ruimtes op de eerste etage fungeerden als openbaar repetitielokaal/concertzaal. De repetities vonden zo veel mogelijk plaats tijdens de openingsuren van de villa en konden worden bijgewoond; zij maakten deel uit van de tentoonstelling. De eerste verdieping van de villa werd de 'Gehoorzaal'. In de 'Gehoorzaal' werden zeven stalen frames geplaatst met daaraan veertien schommels. Elke schommel symboliseerde een muzikant van het veertienkoppige ensemble dat op 29 april 1995 - de laatste dag van de tentoonstelling - de plaats ervan zou innemen. De schommels werden heen en weer bewogen door een mechanisme met trekkoorden dat vanuit de machinekamer op de begane grond, via een dwars door de vloer aangebrachte aandrijfas werd aangedreven. De schommelbeweging liep vooruit op de cadans van het ritme van het latere concert en de gebaren van de dirigent. Zestien modelzeilschepen werden tijdelijk op de schommelzitjes geschroefd. De zeilen van de scheepjes op de schommels die later door de blazers zouden worden bezet, waren gehesen. Op de zitplaatsen voor de stijkers waren de zeilen gestreken. Het middelpunt van de installatie markeert de latere positie van de dirigent.
TIJD
Op de begane grond toonde beeldend kunstenaar Arnold Schalks (Rotterdam) een installatie van objecten die 'tijd' als uitgangspunt hadden. 'Maat en takt' waren de tijdsaspecten die door de objecten werden gerepresenteerd. Vanuit deze verdieping werden de hoger gelegen verdiepingen 'aangedreven'. Bezoekers van de tentoonstelling doorliepen allereerst deze 'Tijdruimte'.
Hoewel de eerste verdieping het domein was van componist Hans Riphagen, waren ook de andere twee kunstenaars er op verschillende manieren aanwezig. Ze voegden elementen toe aan het interieur van het ‘Auditorium’ – min of meer binnen hun eigen thematische gebieden – in een poging een verband te leggen tussen taal, toon en tijd. Het ging daarbij om de aanpassingen van het meubilair en architectonisch-typografische ingrepen.
Voorafgaand aan de ‘volwassen’ opening van de villa op 1 april 1995 vond vanaf 15.00 uur een ‘Ruimtewandeling’ plaats. Het evenement, exclusief voor kinderen van 5 tot 12 jaar, werd geleid door mimespeler Jürgen Fietze (Düsseldorf). De voorstellingen, die de specifieke aspecten van de tentoonstelling illustreerden, vonden plaats op alle verdiepingen. De rondleiding, bedoeld voor een groep van 15 kinderen, duurde ongeveer 25 minuten. Vanwege de grote belangstelling werden er twee rondleidingen gehouden. Met Jürgen Fietze, Hans Riphagen, Paul van Soest, Landa van Vliet, Renate Germer, Cora Schmeiser, Harriët van Reek, Geerten ten Bosch en Ruud van der Pluijm.
DRAAIBOEK
• Buitenruimte
De kinderen verzamelen zich op de binnenplaats bij de voordeur van de villa. Jürgen Fietze (De Blinde Man), gekleed in drie jassen, een kamerjas, een donkere zonnebril en met een blindenstok in zijn hand, klimt stiekem op een ladder die tegen de muur staat die de binnenplaats van de openbare weg scheidt. Hij stapt op de smalle richel van de muur. Terwijl hij zijn weg zoekt door met zijn stok tegen de zijkanten van de muur te tikken, trekt hij de aandacht van de kinderen. Aarzelend en worstelend om zijn evenwicht te bewaren, steekt hij de bovenrand van de muur over een afstand van 15 meter over naar een andere ladder. Daarbij aangekomen klimt hij naar beneden en haalt hij een fles uit zijn jaszak. Nadat hij een flinke slok van de inhoud (brandstof) heeft genomen, spuugt hij vuur om een fakkel aan te steken. Met de fakkel in de ene hand en de stok in de andere begeeft hij zich naar de voordeur van de villa.
• Begane grond (Tijdruimte)
In de hal gebruikt Jürgen zijn wandelstok om de stabiliteit van de stoeptegels van het wankelpad te testen. Uiteindelijk stapt hij op de ‘veilige’ tegels en wenkt de kinderen om hem te volgen. Jürgen verdwijnt in de garderobe, waarin zich de stoppenkast bevindt. Hij doet de lichten in de villa aan, zet zijn zonnebril af en dooft zijn fakkel. Het gezelschap betreedt de ‘machinekamer’, waar Jürgen het ‘uurwerk’ met een grote hendel in beweging zet. Hij trekt zijn drie jassen uit en hangt ze met zijn wandelstok aan de stang van de ronddraaiende kapstok. Om zijn nek draagt hij een ketting met een kartonnen zon. In het midden is een fietslampje bevestigd. Uit de zakken van zijn kamerjas haalt hij drie planeetachtige ballen tevoorschijn en jongleert er een tijdje mee. Hij sluit zijn act af door de ‘planeten’ in een centrifuge te mikken die in een hoek van de ‘Machinekamer’ staat. Hij sluit het deksel. Wanneer de centrifuge begint te trillen, plaatst hij een glazen karaf onder de tuit van het apparaat en stelt hij een kookwekker in op 25 minuten. Ondertussen is Hans in de hal begonnen een ritmisch patroon op de accordeon te spelen. De menigte verlaat de ‘machinekamer’ en gaat de trap op. Terwijl ze de trap oplopen, verandert het aanvankelijk ritmische patroon geleidelijk in een melodie.
• 1e verdieping (Gehoorzaal)
De groep betreedt het ‘Auditorium’. Jürgen controleert de opstelling van de schommels en bootjes, hijst een zeil, blaast het bol en test de ophanging van een schommelzitje. In de erker naast het ‘Auditorium’ neemt Paul van Soest (Man Met Viool) zijn positie in. Hij draagt een overmaats pak en heeft een vioolkoffer en een muziekstandaard bij zich. Door zijn muziekstandaard luidruchtig te laten vallen, trekt hij de aandacht van de kinderen. Terwijl Paul zich voorbereidt op zijn vioolconcert, raakt hij in de knoop met zijn rekwisieten. Hij moet zijn handelingen meerdere keren onderbreken omdat hij wordt afgeleid door muziekflarden (geproduceerd door de zangeressen Renate Germer en Cora Schmeiser) die vanuit de begane grond opklinken. Als het erop lijkt dat Paul alles op orde heeft en iedereen klaar is om naar zijn vioolconcert te luisteren, laat hij zijn strijkstok vallen en begint hij aan een klein muziekdoosje te draaien dat op de klankkast van de viool is bevestigd, dat ‘Over the Rainbow’ speelt. Het geluid van het muziekdoosje wordt overstemd door de stemmen van de zangeressen, die nu duidelijk hoorbaar zijn op de begane grond. Paul raapt zijn rekwisieten op en haast zich naar beneden. Jürgen wenkt de kinderen om hem naar de bovenste verdieping te volgen. Ze passeren Landa van Vliet (Meisjesmatroos), die plaats heeft genomen op een vensterbank in het trappenhuis. Ze draagt een deel van het gedicht ‘Man & dolphin’ voor: ‘Say ball, / you have to say ball!’. De melodieuze begeleiding van de accordeon op de begane grond wordt geleidelijk aan vergezeld door woorden.
• 2e verdieping (Leesvertrek)
Op de bovenverdieping wachten De Gemaskerde Figuren (Geerten ten Bosch & Harriët van Reek) de kinderen op. Ze leiden hen door een lage deur naar een afgescheiden gedeelte van de verdieping. Als de kinderen zitten, spelen Harriët en Geerten een aantal scènes uit hun woordeloze voorstelling ‘Ezelkabinet’. Ruud van der Pluim voorziet hun bizarre rituelen van al even bizarre geluiden. Na de voorstelling dringt het heldere geluid van de kookwekker door in de oren van het publiek op de bovenste verdieping. Het gezelschap loopt de trap af naar de ‘machinekamer’, waar het de met limonade gevulde karaf aantreft onder de tuit van de centrifuge. Jürgen zet de machine uit, pakt de karaf en schenkt de limonade in vijftien opgestelde glazen. Ten slotte zet hij het ‘uurwerk’ uit en loopt verstrooid de villa uit, waarbij hij de kinderen achterlaat...
Bijsluiter bij de audio cassette. Laserprint, afmetingen (b x h): 148 x 210 mm, 8 pagina's, gebonden. © 1995, Rotterdam, Arnold Schalks.