|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Bijdrage aan een tentoonstelling in de serie DGR 'Over het Denkgedeelte'. Tentoonstellingsdata: 29 november - 22 december 1996, Kunstcentrum De Gele Rijder, Korenmarkt 43, Arnhem.
INLEIDING
Het vierde kwartaal van De Gele Rijder wil geen filosofische verhandeling zijn. 'Over het denkgedeelte' heeft betrekking op dàt werk waarin het denken met het handelen samenvalt, zodat het werk dat daaruit volgt een 'vormulering' genoemd zou kunnen worden.
Het verhaal over het denkgedeelte is heel groot en heel klein tegelijk.
'Over het denkgedeelte' lijkt aan te geven dat het deel dat benoemd wordt, het denk-deel, onderdeel is van iets. Ik zou het willen hebben over het denkgedeelte van het maken en het zien van werk, van kunst. Dat wat zich in het denken afspeelt bij het maken in de persoon die de maker is.
Vraag is of het denkgedeelte een tastbare vorm heeft of krijgt, namelijk door het werk ge(re)presenteerd; of het zich kan verzelfstandigen, losmaken uit de maker en vestigen in het werk. [Als denkbeeld]
Hoe ziet een denk eruit? - Welke vorm heeft de gedachte? Bestaat de gedachte alleen in of door de taal? Herinneringen zijn een soort familie van de gedachte. Ze huizen ook in het hoofd. Als je denkt aan herinneringen hebben die veel meer vorm dan een gedachte: een herinnering kan uit beeld, geluid en reuk bestaan - hoewel nooit werkelijk uit materie: alles uit het hoofd, in gedachten. En erg individueel. Je kunt wel een herinnering aan iets met iemand delen. Je hebt dan niet ieder een helft, maar twee misschien bijna gelijke delen die niet in- of uitwisselbaar zijn. 'De herinnering is levenslang' schreef Rudy Kousbroek ergens (in zijn essay 'Brandkast zonder sleutel'). Een gedachte is daarentegen altijd voortvluchtig. De herinnering raak je niet gemakkelijk kwijt terwijl dat de gedachte voortdurend overkomt. En waar blijft de gedachte als je er niet aan denkt?
In het denkgedeelte gaat het over werk dat zonder het denken niet kan ontstaan, er niet buiten kan. Het denken is het voertuig van de vorm. Middels het denken krijgt het werk gestalte. Het verwarrende is dat in de waarneming van het werk dat zo ontstaan is, de kennis van de gedachte er niet toe doet. Terwijl het werk zelf ook weer uitnodigt tot denken. Groot en algemeen en vaag klinkt dit, omdat het misschien ook algemeen ís, niet specifiek. Er is geen voorbeeld.
Denken is een werkwoord. Een woord in uitvoering. Denken is iets dat duurt en stuurt: het brengt je van het ene idee op het andere. In die zin is het denken dus een gereedschap. Je kunt ermee sleutelen. Het denkgedeelte is de inductie van de handeling.
25 oktober 1997
De tentoonstellingsserie DGR #4 'Over het denkgedeelte' werd samengesteld en georganiseerd door Mirjam Kuitenbrouwer en Jaap Kroneman.
Fragment uit de lezing 'Identität und Differenz' die Martin Heidegger op 27 juni 1957 hield aan de universiteit Freiburg in Breisgau ter gelegenheid van haar 500-jarig jubileum.
[...] De stelling van de identiteit luidt volgens de gebruikelijke formule: A = A. De stelling geldt als de hoogste wet van het denken. We proberen de gedachtengang achter deze stelling een tijdje te volgen. Want door middel van de stelling willen we te weten komen wat identiteit is.
Wanneer het door een onderwerp aangesproken denken zich met een zaak bezighoudt, kan het het denken overkomen, dat deze zaak zich onderweg verandert. Daarom is het raadzaam, bij het navolgende meer op de weg te letten dan op de inhoud. Door bij de inhoud stil te blijven staan beletten we de voortgang van de lezing.
Wat wil de formule A = A , waarmee de stelling van de identiteit gewoonlijk wordt voorgesteld, zeggen? De formule noemt de gelijkheid van A en A. Bij een vergelijking horen minstens twee. Eén A is gelijk aan een ander. Is het dat wat de stelling van de identiteit zeggen wil? Kennelijk niet. Het identieke, in het Latijn idem, heet in het Grieks 'to auto'. Vertaald in het Duits betekent 'to auto' das Selbe (het Zelfde). Wanneer iemand steeds hetzelfde zegt, bijv. de plant is plant, dan spreekt hij in een tautologie. Opdat iets het Zelfde zijn kan is telkens één voldoende. Voor het Zelfde zijn er geen twee nodig zoals bij de gelijkheid.
De formule A = A spreekt van gelijkheid. Zij benoemt A niet als hetzelfde. De gebruikelijke formule voor de stelling van de identiteit verhult daarmee precies datgene wat de stelling zeggen wil: A is A, d. w. z. elke A is zelf hetzelfde. [...]
(uit: 'Identität und Differenz', blz. 9-10, Uitgeverij Günther Neske, Stuttgart 1957)
DE GELE RIJDER / Martin Pietersen
'De Gelderlander', 5 december 1996
[...] Wie dol is op het Droste-effect * kan z'n hart ophalen in De Gele Rijder aan de Korenmarkt in Arnhem. Daar exposeert tot en met 22 december de Rotterdamse kunstenaar Arnold Schalks. 'De mobilisatie' heet de installatie, die Schalks samen met de Rotterdamse filmmaker Noud Heerkens realiseerde. Nu wil het toeval (toeval?), dat Schalks zich op 3 november 1976 om 10.20 uur bij de Oranjekazerne op Schaarsbergen moest vervoegen om zijn militaire dienstplicht te vervullen. Als Gele Rijder dus, ziehier het Drostemeisje-effect. Schalks' project in De Gele Rijder herinnert aan die tijd, onder andere met kiekjes van de kunstenaar met zijn dienstmaten, de twintig jaar geleden modieuze lange haren golvend vanonder de ceremoniële kolbak. In een vitrinekast staat bovendien een oliekannetje, dat ongetwijfeld gebruikt werd om de wielen van de rijdende artillerie wrijvingsloos te laten draaien. Kern van De mobilisatie is een ingenieus apparaat, gekoppeld aan een rijwiel van het merk Phoenix. De bezoeker kan het kunstwerk zelf trappend in beweging zetten. Zo doende wordt een ronddraaiend plaatje van een soldaat quasi omvergeschoten, de fietser kan op zijn stuur een LCD-projectie van een kanonskogel zien, op zijn rug wordt een voltreffer uit de Golfoorlog geprojecteerd. [...]
* Het droste-effect is een visueel effect, waarbij een foto of een andere illustratie zichzelf, maar dan kleiner, bevat. Voor de kleinere afbeelding geldt weer hetzelfde, enzovoort. Deze vorm van herhaling heet recursie en kan in theorie oneindig doorgaan.
Tijdens mijn diensttijd maakte ik een super8-film met de lumineuze titel: De Eerste De Beste. Bij mijn vertrek uit het leger vertoonde ik het epos aan de verzamelde troep afzwaaiers. In 2016 digitaliseerde ik de oude super8-film. en hermonteerde die legergroene beeldenstroom uit de vorige eeuw. (Zie 'Media')
Vóórschrift met bronvermeldingen bij het gelijknamige project van Arnold Schalks en Noud Heerkens, dat te bezichtigen was in Kunstcentrum De Gele Rijder, Korenmarkt 43, Arnhem. Verschijningsdatum: 3 november 1996, Rotterdam. Laserprint, afmetingen (b x h): 148 x 210 mm, 12 pagina's, 10 zwart-wit afbeeldingen, geniet. Oplage 100 exemplaren. © 1996, Rotterdam, Arnold Schalks.