|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Tweede interdisciplinaire locatievoorstelling van stichting Bühne de BovenLucht in het kader van de culturele manifestatie 'September in Rotterdam'. Speellijst: 10 september (première) tot en met 15 september 1999, Bühne de BovenLucht, Keileweg 26 in Rotterdam.
BRANDSCHAT was een interdisciplinair project dat muziek, theater, video, beeldhouwkunst en performance omvatte. De titel is samengesteld uit delen van de woorden 'brandschade' en 'bruidsschat'. De inspiratiebron was een hevige chemische brand die in februari 1996 woedde in een opslagloods aan de Keilestraat, op een steenworp afstand van de locatie van de voorstelling. De giftige wolk die door de brand werd veroorzaakt, was zo bedreigend dat de inwoners van Rotterdam Zuid werd aangeraden hun ramen en deuren gesloten te houden. Het verkeer op de Maas moest tijdelijk worden stilgelegd. Het stadsbestuur activeerde het rampenplan en waarschuwde de hulpdiensten.
De kern van het programma bestond uit zes officiële mededelingen die de burgemeester van Rotterdam, Bram Peper, op de dag van de ramp op de lokale radio deed. Zijn historische woorden werden uitgeschreven. Peper voelde duidelijk de plicht om zijn medeburgers ervan te verzekeren dat hij de situatie onder controle had, en dat was wat hij op verbaal niveau probeerde te bereiken. Maar tussen de regels door kon je horen dat hij erg bezorgd was en zich uiterst gegeneerd voelde door de situatie. De ramp toonde aan dat de stad Rotterdam geen echte controle had over wat er legaal en illegaal binnen haar stadsgrenzen werd opgeslagen. De verklaringen waren zo ontroerend omdat ze de wisselwerking tussen onmacht en autoriteit in deze hogere echelons blootlegden. De zes mededelingen werden voorgelezen door de Rotterdamse acteur Ton Pompert op zes verschillende niveaus in het gebouw. Tot zover het aspect van de brandschade.
Het aspect van de bruidsschat werd vertegenwoordigd door een videoregistratie van een passage uit een occult boek getiteld: ‘De chemische bruiloft van Christian Rosencreutz’. Het boek werd in 1616 geschreven door de Duitse theoloog Valentin Andreae. Het beschrijft de zevendaagse reis van Christian Rosencreutz naar een mystiek huwelijksfeest. Het verhaal bevat alchemistische elementen. Alchemisten hadden de neiging om menselijke ervaringen op hun omgeving te projecteren en weigerden onderscheid te maken tussen zichzelf en de natuur. Voor hen worden metalen, mineralen en mensen geboren, trouwden ze, paarden ze en stierven ze. Alchemistische processen zijn ‘verhitten’, ‘verbranden’ en ‘oplossen’, wat ons terugbrengt bij het bovengenoemde chemische vuur en de bestrijding daarvan.
Verder stonden de madrigalen van de Duitse componist Paul Hindemith op het programma, op de obscure, vurige teksten van de Oostenrijkse dichter Josef Weinheber, en het Hooglied (voor bruid en bruidegom) uit het Oude Testament, geïnterpreteerd door de Duitse componist Leonard Lechner (1553-1606) en uitgevoerd door een vocaal ensemble van getalenteerde jonge musici: Lilium Convallium. Het programma werd voortgezet met het fascinerende quasi-mystieke ritueel in bruidskleding door de vrouwelijke performers Harriët van Reek en Geerten ten Bosch, de CHEMO-bar van actrice Pauline Kalker, die giftvrije drankjes serveerde op de zolder, een schaalmodel van de Apocalyps (Solomons tempel) door meester-modelbouwer Herman Helle en een ‘softwaar’ brandweerdepot van schuimrubber, gemaakt door beeldend kunstenaars Jozef van Rossum en Barbara Witteveen.
BRANDSCHAT was het resultaat van de samenwerking van 19 personen: acteurs, musici, beeldend kunstenaars, schrijvers en filmmakers. De voorstelling werd bedacht, geproduceerd en geregisseerd door Arnold Schalks.
De zes voorstellingen waren al lang voor de première uitverkocht. 180 personen hebben de BRANDSCHAT-voorstellingen bijgewoond.
Bij de brand aan de Keilestraat zijn (mogelijk en onder meer) de volgende verbrandingsproducten vrijgekomen:
• zwaveldioxide (bekend van wintersmog), kortdurend in een hoge concentratie bij het begin van de brand.
• chloor, deze stof is daadwerkelijk en langdurig vastgesteld in Hoogvliet en Spijkenisse in een concentratie van ca 1 mg/m3.
• waarschijnlijk zoutzuur, stikstofoxiden en mogelijk cyaniden; de concentraties van deze stoffen zijn niet boven de detectielimiet van de meetmethode gekomen.
• een roodachtig poeder, dat vooral in Heijplaat is neergedaald, en dat intussen lijkt te zijn verdwenen (verwaaid of weg-gereageerd).
• er zijn waarschijnlijk nog allerlei andere verbrandingsproducten vrijgekomen, die mogelijk ook in de wijken zijn neergedaald. Momenteel wordt de aanwezigheid en de samenstelling hiervan onderzocht.
De vrijgekomen gassen veroorzaken vooral prikkeling van de ogen en irritatie van de huid en de ademhalingsorganen. Een kenmerk van de toxische werking van enkele van deze stoffen is, dat na verloop van enkele uren (tot 1 dag) vertraagde klachten kunnen ontstaan van benauwdheid en ademhalingsmoeilijkheden.
(bron: Bureau Medische Milieukunde GGD Rotterdam)
Alchemie noemt men de chemie in de periode voordat ze op modern-wetenschappelijke wijze werd beoefend. Met nadruk wijzend op hun brede theoretische basis noemden de alchemisten zich vaak 'filosofen' en noemden ze hun werkterrein eenvoudig de 'kunst' of de 'filosofische kunst'. De klassieke alchemie was in staat technologische vaardigheden en praktische ervaringen te doen versmelten met spirituele componenten. Als toespeling op de goddelijke scheppingsarbeid en het daarin verwerkte heilsplan werd het alchemistische proces als Opus Magnum (het grote werk) betiteld. Het werk baseerde zich op de theoretische mogelijkheid van de transmutatie van materie of, met andere woorden, op de kunst om elementen in elkaar om te zetten. De prima materia, een raadselachtige, chaotische basismaterie waarin de tegenstellingen nog heftig streden, moest geleidelijk tot een staat van verlossing en volkomen harmonie bijeen worden gebracht. Het doel van het grote werk was het vinden van de lapis philosophorum: de heilbrengende 'steen der wijzen' die de maker in staat moest stellen om onedele, 'zieke', metalen te 'genezen' en in goud om te zetten, en het vinden van het arcanum (geheim middel): het universeel elixer dat het leven kon verlengen, de mens zou verjongen of zelfs onsterfelijk zou maken.
De alchemisten projecteerden menselijke ervaringen op de hen omringende wereld: in hun animistische universum leverde de menselijke aard het model waarnaar alles werd gemeten. Zij maakten geen onderscheid tussen henzelf en de natuur en beschreven alles in menselijke termen. Metalen en mineralen werden geboren, groeiden op, trouwden, paarden, brachten kinderen voort en stierven. Rotsen en stenen hadden lichamen, zielen, emoties en behoeften. Harde, zwarte stenen waren mannelijk; zachte, rode stenen vrouwelijk. De hartstochtelijke taal van liefde en haat werd gebruikt om de chemische reacties te beschrijven die de moderne chemicus in droge formules weergeeft.
Het centrale beeld in het alchemistische werk was het 'chemische huwelijk' en de 'seksuele vereniging' van het vrouwelijke mercurius oftewel het element kwik (in het periodiek systeem aangeduid met de letters 'Hg' (Hydrargyrum)) en het mannelijke sulfer oftewel zwavel (aangeduid met de letter 'S'): "De schone maagd en haar bruidegom zijn de ouders van de steen der wijzen, die weldra zal worden verwekt in de extase van hun hartstochtelijke omhelzingen". De steen der wijzen ontstaat uit de vereniging van tegengestelden in volmaakte harmonie: het natte en het droge, het mannelijke en het vrouwelijke, het lichaam en de ziel. Daarom wordt hij ook wel de rebis (twee-ding) genoemd, of de hermafrodiet (een verbinding van de zinnelijke bekoorlijkheid (Afrodite, liefdesgodin) en geestelijk appèl (Hermes, boodschapper van de goden)).
Het Opus Magnum verliep in vier stadia, die naar de vier kleurverschijningen werden onderverdeeld: van nigredo (zwartwording), via albedo (witwording), naar citrinitas (geelwording) naar het eindstadium, rubedo (rood/purperwording). De kostbaarheid van purper in de antieke wereld maakte het tot een kleur, die was voorbehouden aan de gewaden van hooggeplaatste personen. Het verband dat gelegd werd tussen kleur, stand en majesteit is overgegaan in de alchemie, waar rood of purper het teken was dat 'de jonge koning' eindelijk in het laboratorium was verschenen: de rode goud producerende steen der wijzen of de rode, solaire tinctuur, het universele medicijn dat alle kwalen zou kunnen genezen. (een lager doel was de witte, zilver producerende steen of de witte, lunaire tinctuur).
De 16e eeuwse Duitse geleerde Paracelsus (die het gehele leven als één verbrandingsproces opvatte) voegde een derde element toe aan de Middeleeuwse twee-principesleer, en droeg daarmee in belangrijke mate bij aan een dynamischer visie op de natuurlijke processen. Als derde principe noemt hij sal (zout). De eigenschap van zout komt overeen met het lichaam. Zwavel komt, met zijn eigenschap van vettige olieachtige brandbaarheid, in de bemiddelende positie van de ziel. Kwik, het sublimeerbare vloeibare principe is de vluchtige geest. Volgens de paracelsische leer ontstaat de lapis dus door de liefdevolle vereniging van zout, zwavel en kwik ofwel, in spirituele zin, de vereniging van resp. lichaam, ziel en geest. De verkregen verbinding werd gekroond als de 'koning' van alle stoffen.
Bij hun werk maakten de alchemisten gebruik van afbeeldingen, emblemen en symbolen die aan Arabische, Joodse of Oriëntaalse bronnen werden ontleend. Eén van de meest karakteristieke tekens is het magische zegel van Salomo: een hexagram van twee in elkaar grijpende driehoeken. De figuur bestaat uit een combinatie van de vier symbolen voor de vier elementen Vuur, Water, Lucht en Aarde, en geeft de universele materie aan waaruit de steen wordt vervaardigd. In de alchemie werd het hexagram opgevat als een ster of een hemelse kracht die de wijzen verstand geeft en hen, net als de Drie Koningen in het Morgenland, de weg wijst.
Niet zelden grijpt het alchemistisch gedachtengoed terug op oudere mystieke geschriften, waarvan delen werden geherinterpreteerd om ze onder te brengen in de leer. Met name in het laat 14e eeuwse alchemistische manuscript Aurora Consurgens (Opkomend Ochtendrood) is koning Salomo een symbool van 'wijsheid'. Het tractaat is een hymne op Sophia (wijsheid) en is doorspekt met alchemistisch geïnterpreteerde passages uit de Wijsheid van Salomo (7:11), de Spreuken van Salomo (1:20-21) en het Hooglied van Salomo. In Hooglied 1:5, bijvoorbeeld, zegt de bruid dat ze zwart is als de tenten van Kedar: "Minacht mij niet omdat ik donker ben: de zon heeft mij gebruind". Zij vertegenwoordigt de in de materie afgedaalde en daarin gevangen lunaire Sophia. Zij is de maagdelijke bruid, de zwarte vruchtbare aarde (nigredo), die klaar is om het zaad te ontvangen. Het zaad dat in haar valt zal een driedelige vrucht dragen, die haar verlossing in drie fasen bewerkt. De eerste daarvan is albedo, (witwording), waarin haar kleren reiner zijn dan sneeuw. Haar gemaal zal haar vleugels geven als een duif om met hem heen te vliegen.
Vanuit ons twintigste eeuwse standpunt gezien, is de alchemie een studie der dwalingen. De kunst werd ondermijnd door de opkomst van de mechanistische filosofie. De natuurkunde, scheikunde en de psychologie bloeiden op. Deze moderne wetenschappen trachtten de wetmatigheden te vinden in natuurlijke processen of in het menselijk gedrag. Met verlichte denkbeelden deden de geleerden hun best om de schemer, die er van de mystiek en het onbekende uitging, terug te dringen. De mystieke aspecten van de alchemie leven voort in esoterische bewegingen zoals de Rozenkruisers.
Rotterdams Dagblad, 28 februari, 1996
Rotterdam - Als gevolg van giftige dampen die zijn vrijgekomen bij een uitslaande brand in Rotterdam-West is rond het middaguur een aanzienlijk aantal slachtoffers gevallen. In het Academisch Ziekenhuis Dijkzigt waren rond een uur vanmiddag negen slachtoffers opgenomen.
Volgens een woordvoerder van het ziekenhuis lijden de slachtoffers aan lichte tot matige aandoeningen aan de bovenste luchtwegen. "De luchtwegen zijn geprikkeld en de slachtoffers hebben last van lichte benauwdheid," aldus de zegsman. "Hun toestand is licht tot matig. Er wordt uitgezocht wat zij precies hebben binnengekregen." Ook in het Franciscus Gasthuis werden enkele slachtoffers opgenomen.
De bevolking van Heijplaat, Pernis, Spijkenisse en Hoogvliet is rond het middaguur met sirenes en geluidswagens gewaarschuwd ramen en deuren dicht te houden omdat er grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen vrijkwamen bij de brand in een loods aan de Keilestraat. Het gaat om onder meer chloor, loodchromaat, zoutzuur en stikstofoxide, in totaal zo'n tachtig tot honderd ton chemische producten. In de wijde omgeving is oranje-roze poeder naar beneden gekomen. Bij de GGD is een informatiecentrum ingericht. Het informatienummer raakte al spoedig overbelast. Vroeg in de middag is een 06-nummer in gebruik genomen. Ook in het stadhuis is een alarmstaf opgezet.
De brand in de loods brak vanmorgen tegen half twaalf uit. De brandweer sloeg groot alarm en Radio Rijnmond heeft in meerdere talen opgeroepen binnen te blijven en ramen en deuren te sluiten. In enkele wijken waren aanvankelijk overigens geen alarmsirenes te horen.
De brand is ontstaan in een loods van het distributie- en opslagbedrijf CMI Container Masters (Nederland) bv. Omliggende bedrijven zijn ontruimd. Opvarenden van schepen zijn door de politie geëvacueerd. Het verkeer op de Nieuwe Maas is stilgelegd. Onmiddellijk na het uitbreken van de brand meldden omwonenden zich met klachten.
Vanuit de loods walmden enorme lichtroze wolken tientallen meters omhoog. De brandweer had grote moeite om met bluswagens en -boten het vuur onder controle te krijgen. De gevolgen waren als gevolg van de uit het noordoosten waaiende wind het eerst merkbaar in Heijplaat en vervolgens onder meer in Spijkenisse. De brandweer noemde het een geluk dat de wind uit noordoostelijke richting kwam en vrij stevig was. In Spijkenisse ontstond op straat lichte paniek nadat de sirenes waren afgegaan. Kort na het uitgaan van de scholen renden moeders met kinderen naar huis, doeken om de mond geslagen.
RAMPEN BESTRIJDEN MET GESTOTTER
Rotterdams Dagblad, donderdag 16 september 1999, door Han Geurts.
Rotterdam - Domheid, onbenul, misverstand en blunders die weer rechtgepraat moeten worden: bij rampen gaat steevast alles mis wat er mis kan gaan. Acteur Ton Pompert staat in de nacht op een weids asfaltdak aan de Keileweg, met rechts de rondjeskruipende auto's van de hoerenlopers en in de verte industrie. Een kaal stuk terrein is de plek waar jaren geleden een opslagloods van chemische stoffen de lucht in ging en net geen ramp veroorzaakte. Sigaar, houterige bewegingen, clichéplaatje van de Rotterdamse burgemeester van toen, maar goed neergezet. Vrijwel letterlijk zijn ook zijn zes of zeven toespraken die door de hele voorstelling ‘Brandschat' lopen waarin onze burgemeester vooral het publicitaire brandje blust in halve zinnen en veel ge-uh-eh-dus-be-grijpt-u-wel, dus veel baarlijke nonsens en een beetje van ramen en deuren sluiten. We hebben op dat moment al gezien dat dat niet is gebeurd. Op verschillende plekken in het gebouw zien we scènes en horen we vooral ook vurige meerstemmige zang van het vocaal ensemble Lilium Convallium met Hindemith. Juist de schijnbare monterheid daarvan suggereert naderend onheil en maakt de voorstelling spannend. De videoprojecties van zwarte rookwolken bevestigen dat, net als het papieren maquette'tje dat plotseling tijdens een nieuwe burgemeesterstoespraak in de fik gaat en veel helser blijft branden dan je verwacht. [...] Brandschat is een parabel op basis van de werkelijkheid, subtiel en prachtig vormgegeven in een liftkoker die wordt gebruikt als kijkdoos. Een verhaal over mensen in een put moet de opmaat zijn voor de apocalyps: veel te weinig van die mensen worden gered. [...]
...Brandschat, totaal uitverkocht, was een absoluut hoogtepunt... (R’ festivals jaarverslag 1999)
...subtiel en prachtig gearrangeerd in een liftschacht die als kijkdoos wordt gebruikt... (Rotterdams Dagblad)
EERSTE OFFICIËLE MEDEDELING VAN DE BURGEMEESTER
"Eh...een mededeling van...burgemeester...van Rotterdam. Er is zoals gezegd...een oproep aan de mensen in de buurt van de Keilestraat Keilehaven ...om de ramen en deuren dicht te doen. Er is...sprake, om u te informeren uiteraard van een container die in een loods in de Keilestraat...Keilestraat...is in brand geraakt. Eh...er is een gifwolk ontstaan met een rookkolom van tachtig meter. Die wordt nu bestreden, die verwaait... Er zijn stoffen vrijgekomen en de klachten die gaan zover tot in Zuidland. Eh...de noord...oostenwind zorgt ervoor dat dus de wolk in de richting van Heyplaat, Hoogvliet, Spijkenisse gaat... Het blussen is onder groot alarm begonnen uiteraard meteen. Tot tweemaal toe zijn de sirenes in de gebieden die moeten opletten zijn afgegaan, ambulances zijn standby beschikbaar. Het is zo,...is mij geïnformeerd, dat het er naar uitziet dat het niet écht schadelijk is en dat lijkt me ook een...goede mededeling...deze omstandigheden... Maar we zijn nog steeds...hard bezig om een en ander verder te bestrijden en te onderzoeken. Er zijn tot op heden niet ernstig, maar 8 gewonden, waarvan er...drie...naar het Dijkzigt ziekenhuis zijn vervoerd. En ik herhaal...we zijn met alle kracht bezig, met alle kracht bezig...om deze brand in die container in die loods met de gevolgen daarvan te bestrijden. Ik herhaal dus dat de ramen en deuren dicht moeten..."
TWEEDE OFFICIËLE MEDEDELING VAN DE BURGEMEESTER
"Dames en heren, dat is...de tweede officiële...mededeling van de burgemeester van Rotterdam. Ik...roep in herinnering de brand die om half twaalf in de Keilestaat is ontstaan in...een container in een loods, waar chloorverbindingen zijn vrijgekomen, die stinken...hinderlijk zijn...irritant, maar er is geen direct gevaar. Er zijn zeventien mensen ter observatie in ziekenhuizen opgenomen met ademhalingsproblemen. We hebben uiteraard het Keilehavengebied afgezet...Heyplaat is afgesloten voor inkomend verkeer. De rivier is door het havenbedrijf gestremd. Het havenbedrijf heeft vier boten ingezet met waterschermen...ter ondersteuning van de activiteiten, groot alarm van de brandweer. ...Er vindt uiteraard voortdurend meting plaats van de concentraties van de stoffen...Ik herhaal, deuren en ramen dicht...voor het gebied...direct...rond de Keilehaven, maar in het bijzonder natuurlijk voor Heyplaat, Pernis, Hoogvliet, Spijkenisse, binnen blijven. En dat dichtdoen van die deuren en ramen is ook van belang voor auto's. We hebben inmiddels een...telefoonnummer, een nul zes nummer, en er wordt uiteraard met alle macht...gewerkt om de zaken te bestrijden. Dat gaat...de goeie kant uit. Zo wordt vanuit het plaats...ongeval gemeld door de commandant brandweer, het informatienummer dat ter beschikking is gekomen. Is...nul zes...Ja, dit is een officiële mededeling zijdes de burgemeester, dus de overheid. Telefoonnummer is nulzes, nulnegen, negenvier, viernegen, negen. Ik herhaal: 06 09 94 49 9. Dat is...het informatienummer dat u kunt bellen als u nog nadere informatie wilt hebben, maar de belangrijkste informatie heb ik uiteraard nu bij deze officiële mededeling gedaan...Maar mocht men met verdere vragen komen waar ik nu niet op heb kunnen antwoorden..., van...hoe zit 't met dat, hoe zit 't met zus..., waneer...zal de politie er zijn...etcetera, etcetera, welke vragen men ook hebben kan. Over gezondheid of...nou ja over het verloop van de bestrijding van de ramp. Eh...die...die die golven...eh die gaswolken die zijn ontstaan, dan kan men daarover informatie...inwinnen....'t Is natuurlijk buitengewoon...ernstig wat er is gebeurd, hè? Het...in zo'n loods...chemisch chemisch materiaal in een container, dat op de een of andere manier ...in brand is...ge...brand heeft gevat... Eh...maar er is geen enkele reden voor..voor evacuatie. Dat is een geruststelling...de overheid heeft natuurlijk de dure plicht om de burgers zo snel mogelijk en goed te informeren, maar absoluut geen enkele reden voor evacuatie...laat men zich houden aan datgene wat zijdes mij óf de plaatselijke politie...daar wordt gezegd en dan denk ik dat we snel...ja, deze calamiteit...onder de knie zullen hebben. We zijn...stevig bezig om een en ander...te bestrijden en dat gaat, ik herhaal dat, de goede kant uit....Eh...Verder kan ik op dit moment niets zeggen, behalve dan het...en dat vind ik op zichzelf...een geruststellende mededeling, afgezien van het feit dat mensen natuurlijk...zo veel mogelijk binnen moeten blijven, dat is dat er geen direct gevaar is, ...dat...eh...is...voor de mensen die op dit moment last van ogen hebben en geïrriteerd...laat ik zeggen...'t is helder dat je daarover duidelijke mening...'t irriteert. Ik heb natuurlijk verschillende telefoontjes ook gepleegd. 't Stinkt..., 't irriteert,...mensen krijgen...last van ademhalingsprobleempjes, problemen af en toe,... Dat zijn de symptomen. 't Zijn chloorverbindingen...die dat effect hebben, maar van belang is denk ik om door te geven dat er geen direct gevaar is voor de gezondheid. Ik herhaal: Telefoonnummer is dus nulzes, nulnegen, negenvier, viernegen, negen...Dat is...het informatienummer dat u kunt bellen als u nog nadere informatie wilt hebben..."
DERDE OFFICIËLE MEDEDELING VAN DE BURGEMEESTER
"Hier...dames en heren, de derde officiële mededeling. Eh...ik kan in ieder geval mededelen dat de brand wordt beheerst. Er is nog geen sprake van brand meester, maar we hebben de zaak in de hand en in de beheersing. Het zal zich absoluut niet meer uitbreiden, integendeel...We...stellen vast dat op een enkele plaats, en dat gaat met name rond de plaats van het ongeval,... Keileweggebied alsook op een beperkt gebied op de kop van Heyplaat... er sprake is van een vetachtige stof, poeder,...dat moet worden opgeruimd. Dat is daar neergeslagen, maar dat zijn maar een beperkt aantal plekjes...omdat de ramp nu in de beheersing is betekent dat dus ook, dat er een verdunning plaatsvindt, waardoor de irritatie minder wordt voor de mensen.... We vinden het nochtans verstandig, als het niet echt nodig is, om...binnen te blijven en de ramen en deuren dicht te doen...in de komende uren zal een en ander naar onze verwachting...zich verder oplossen en zult u daar verder geen last meer van hebben. Dat is de officiële mededeling van de zijde van de burgemeester..."
VIERDE OFFICIËLE MEDEDELING VAN DE BURGEMEESTER
"Ja, de burgemeester van Rotterdam. Dames en heren...ik heb om te beginnen een...een goede mededeling, namelijk dat Hoogvliet...geheel wordt vrijgegeven. ...Dat daar dus...geen beperkingen meer zijn naar de bevolking toe...in termen van...in huis blijven. Tweede mededeling die ik heb is dat de brand onder controle is. Dat betekent niet dat we al brand meester kunnen afgeven, omdat er nog brand gaande is in dat gigantische complex. En dat betekent vervolgens dat in ieder geval voor Heyplaat...blijft gelden dat wij ten stelligste...dat ik ten stelligsten adviseer dat men binnen blijft..ramen dicht en deuren dicht. Eh...de volgende mededeling is dat...de eerdere berichten die erop zouden wijzen dat er ín...dat er sprake zou zijn van zware metalen...in de stof die was...ook was neergeslagen op die paar kleine plekken vlakbij het gebied, dat daar geen sprake van is. Eh...we zijn nog steeds in onderzoek, maar er is geen sprake van lood of zware metalen, dus dat is op zichzelf ook een goeie mededeling, zij het we nog niet precies weten...het zijn waarschijnlijk organische verbindingen zoals dat technisch heet, maar wij komen met nadere mededelingen daaromtrent. Dus ik herhaal, Hoogvliet geheel vrij...en en d'r kan dus (lachje), zal ik maar zeggen, geventileerd worden, ...de ramen als het ware open. ...Dat is de officiële mededeling zijdes de burgemeester..."
VIJFDE OFFICIËLE MEDEDELING VAN DE BURGEMEESTER
"Ja, da's de vijfde, dames en heren, officiële mededeling. De brand is zodanig onder controle dat er geen gevaar meer is en dat betekent dat ik de mededeling kan doen dat Heyplaat nu als laatste gebied wordt vrijgegeven. Dus daar kan alles weer...gebeuren wat normaal...is. Eh...d'r zijn echter uitzonderingen met betrekking tot...overigens nauwelijks bewoonde gebieden. Dat betreft de plekken waar die stof is neergeslagen, nogmaals er vindt onderzoek naar wat de aard ervan is. Eh...de metingen die verricht zijn ook in Heyplaat wijzen erop dat er...niets meer aan de hand is en dat rechtvaardigt deze...maatregel van mijn kant. Wat betreft de meldingen over rood spul op straat...Nou, je moet als je iets ziet waarvan je zegt daar wil ik liever niet mee in aanraking komen, dan moet je dat ook niet doen... dus...voor zover mensen ongerust zijn over zaken, dan kan men naar de politie gaan. Eh...er wordt overlegd wanneer de schoonmaakoperatie kan beginnen. Die berichten die er nu zijn duiden erop, maar ik moet daar voorzichtig mee zijn, dat er...dat het niet allemaal erg ingewikkeld eruit ziet. Eh...er zijn wat dingetjes gevonden op auto's, maar wij wachten op de uitslagen van een onderzoek van een...instituut wat het precies is en dàn pas kunnen wij bepalen wanneer wij een en ander...schoonmaken en hoelang die klus zal duren. ...Ik...ik neem aan wat ik er nu van heb gehoord, dat het niet erg omvangrijk zal zijn, hè? Maar omdat het gebied is afgezet...hoeft dat ook nog vanavond niet te gebeuren, kan het ook morgen..."
ZESDE OFFICIËLE MEDEDELING VAN DE BURGEMEESTER
"Ja, ik geloof dat 't de zesde is. Eh... ...met...goede mededelingen denk ik, dames en heren. Ik ben ... ...ter plaatse geweest, ...zowel in het regionale...operationele centrum, als...aan de Keilestraat. Eh...daar heb ik kunnen constateren dat...de brand...volstrekt..onder controle is, maar dat er in één van de loodsen nog steeds...brandbaar spul aanwezig is, als ik 't zo mag zeggen, maar de controle staat voorop. Eh...er is ook een groot wa...waterscherm opgetrokken...van de zijde van...de waterkant van het havenbedrijf. Eh...met betrekking tot de stof..., dan heb ik het over Heyplaat, daar...loopt het onderzoek nog steeds, maar is stof inmiddels grotendeels verdwenen. Veel is eigenlijk, zou je kunnen zeggen, verwaaid...of weggespoeld en we meten ook geen concentraties. Dat betekent dat dat gedeelte van Heyplaat dat nog was afgezet...dat dat gedeelte nu ook wordt vrijgegeven en dat de situatie daar weer volledig is genormaliseerd. Iedereen kan weer, als ik 't zo mag zeggen, naar bedrijf en school. Mocht mochten burgers nog...iets zien en waar...waarvan ze zeggen hé dat is raar, dan kunnen ze dat...uiteraard melden aan de politie, maar ook aan de...dienst milieubeheer...onder het nummer..., vierzeven, driedrie, driedrie, drie....Tot slot nog een verheugende mededeling over de schoonmaakoperatie...Die is gelukkig niet nodig. Eh...de chemie is een...is een ingewikkeld vak blijkt...Veel is bij nadere meting en nadere vaststelling, blijken er geen concentraties meer te zijn. Is veel eigenlijk, als ik 't in gewoon Nederlands mag zeggen, weggespoeld enne verdampt. Eh...dus dat kan alleen nog betekenen dat, dat horen wij van mensen, dat ze af en toe ergens, een drupje zien, een plekje zien. Nou...daarvan hebben we gezegd...meldt dat dan, onder dat nummer vierzeven, driedrie, driedrie, drie of bij de politie, maar er is geen reden voor...voor...welke ongerustheid dan ook. Eh...en hoe de stand van zaken verder is hoort u morgenochtend..."
1. TRINK AUS
Schenk ein, Kamerad! / Das Leben ist traurig und toll. / Wir haben gezahlt unsern Elendszoll, / das Maß ist voll - / Schenk ein! /// Kein Glück, Kamerad! / Von ferne lockt Flötengetön. / Wir mußten nach Teufels Pfeife / uns drehn und zuschanden gehn- / Kein Glück! /// Zum End, Kamerad! / Die Jahre und Wolken ziehn. / Was Mieder und Band, was Gunst und Gewinn - / Laß fahren dahin - / Zum End! /// Trink aus, Kamerad! / Am Herzen schabt schon der Grind. / Bald flackern die Kerzen auf muffiger Spind, / und die Nacht beginnt - / Trink aus!
DRINK OP – Schenk in, kameraad! / Het leven is triest en heerlijk. / We hebben onze tol van ellende betaald, / de maat is vol - / Schenk in! /// Geen geluk, kameraad! / Van ver klinkt fluitmuziek. / We moesten naar de pijp van de duivel dansen / en ten onder gaan - / Geen geluk! /// Tot het einde, kameraad! / De jaren en de wolken trekken voorbij. / Keurslijf en lint, gunst en gewin – / Laat het allemaal varen – / Tot het einde! /// Drink leeg, kameraad! / De schurft knaagt al aan het hart. / Binnenkort flikkeren de kaarsen op de muffe kast, / en de nacht begint – / Drink leeg!
2. MAGISCHES REZEPT
Nimm einen alten Suppentopf, / den halt du neunmal übern Kopf,/ dann stelle ihn cum spiritu / auf einem Birnholzfeuer zu, / gib etwas Glaubersalz hinein/ und sieben zarte Hühnerbein, / dieselben ganz vom Fleisch geputzt / (weil das arcanum sonst nicht nutzt), / dazu gestoßnes Hasenherz, / samt dreizehn Haar vom Ochsensterz, / Bockmist ein Lot, in Milch verrührt, / drei Apfelkern pulverisiert, / als dann zum Schluß noch einen Schuß / - das würzt - boletus badius. /// Dies koche, eh die Sonn aufgeht / und wenn kein Stern am Himmel steht. / Dabei sprichst du die Wendewort: / "Was ferne ist sei hier am Ort, / was außen ist, das geh hinein. / was innen ist soll außen sein." / Durch dies dein rosenfarbnes Blut, / das ist für siebzig Fieber gut. /// Es bleibt dies Mittel sehr probat, / für jeden, der den Glauben hat, / und half, so hör ich, olim schon / dem weiland König Salomon. / Erfinden kannst du solches nicht. / Ich schrieb's Rezept bei Mondenlicht / an meines Hundes frühem Grab / aus einem alten Hausbuch ab. / Und weil ich ein Kalenderchrist, / der ohne dies ganz hilflos ist, / und füglich will, daß jedermann / wie ich sich also nützen kann, / so hab ichs fleißig hergesetzt, / damit es dir den Gaumen letzt. / Und hilft es nicht, was schadt es schon: Mach alleweg Gebrauch davon.
MAGISCH RECEPT – Neem een oude soeppan, / houd die negen keer boven je hoofd, / zet hem dan cum spiritu / op een vuur van perenhout, / doe er wat glauberzout in / en zeven malse kippenpoten, / helemaal ontdaan van het vlees / (anders heeft het arcanum geen nut), / voeg daar een fijngestampt konijnenhart aan toe, / samen met dertien haren van een ossenstaart, / een pond bokkenmest, gemengd met melk, / drie verpulverde appelpitten, / en tot slot nog een scheutje / - dat geeft pit - boletus badius. /// Kook dit voordat de zon opkomt / en als er geen ster aan de hemel staat. / Spreek daarbij de omkeerwoorden uit: / “Wat ver weg is, zij hier ter plaatse, / wat buiten is, ga naar binnen. / Wat binnen is, zal buiten zijn.” / Meng hier doorheen je rozenkleurige bloed, / dat is voor zeventig koortsen goed. /// Dit middel blijft zeer beproefd, / voor iedereen die gelooft, / en hielp, zo hoor ik, ooit / de toenmalige koning Salomo. / Zoiets verzin je niet. / Ik schreef het recept bij maanlicht / bij het vroege graf van mijn hond / uit een oud huisboek over. / En omdat ik een kalenderchristen ben, / die zonder dit geheel hulpeloos is, / en ik wil dat iedereen / zich net als ik nuttig maaakt, / heb ik het ijverig opgeschreven, / zodat het je smaakpapillen prikkelt. / En baat het niet, dan schaadt het niet: maak er hoe dan ook gebruik van.
3. TAUCHE DEINE FURCHT
Tauche deine Furcht in schwarzen Wein, / Einsamer! Die dunklen Vögel ziehen. / Es wird eine lange Reise sein. / Gott ist nah und raunt. / Vergeblich fliehen die Gedanken vor dem Blättertanz. / Und zur Dämmrung ist der Tag gediehen. / Auf ein leeres Grab fällt Sternenglanz... / Tiefer mit dem letzten Mut zur Stille / drücke in die Stirn den welken Kranz!
DOMPEL JE ANGST – Dompel je angst onder in zwarte wijn, / Eenzame! De donkere vogels trekken weg. / Het wordt een lange reis. / God is dichtbij en fluistert. / Tevergeefs ontvluchten de gedachten de bladerdans. / En bij het vallen van de avond is de dag ten einde. / Op een leeg graf valt sterrenglans... / Druk dieper met de laatste moed tot stilte / de verwelkte krans op het voorhoofd!
Aan de vooravond van Pasen wordt Christian Rosenkreuz door een engel uitgenodigd om het mystieke huwelijk tussen bruid en bruidegom bij te wonen. De passage, uitgebeeld door filmmaker Noud Heerkens en acteur Joop Keesmaat, beschrijft de droom die Christian Rosenkreuz heeft voordat hij aan zijn wonderbaarlijke huwelijksreis begint...
[...] Ik was nog maar net in slaap gevallen, toen ik droomde dat ik in een donkere toren lag. In het omringende duister hoorde ik het gerammel van ketenen van ontelbare andere mensen. Ik hoorde hoe de één zich steeds boven de ander probeerde uit te werken. Zo maakten zij elkaar het leven nog zuurder. Maar hoe verbeten er ook werd gevochten en gescholden, alle moeite bleek vergeefs want we deelden hetzelfde lot. We waren allemaal even blind en dwaas. Ik onderging deze ellende een poosje lijdzaam, tot op een gegeven moment het geschetter van vele trompetten klonk. De trom werd daarbij zo kunstig geroerd, dat het mij ondanks mijn diepe ellende verblijdde en moed gaf. Een luik in het dak van de toren werd geopend en er viel een beetje licht naar binnen. Toen kon ik zien waar ik mij bevond. In de schemering zag ik een krioelende mensenhoop. Iedereen wilde de bovenste zijn, maar door het gewoel kwamen de bovensten even later weer onder de voeten van de ondersten terecht. Ondanks mijn zware boeien probeerde ook ik mij een weg omhoog te vechten. In het gedrang kreeg ik een steen te pakken, waaraan ik mij kon optrekken. Velen hebben geprobeerd mij daarbij te hinderen, maar ik heb me zo goed ik kon met handen en voeten geweerd. Iedereen dacht, dat wij zouden worden vrijgelaten. Door de opening van de toren keek een aantal heren op ons neer. Nadat ze zich een poosje met onze jammerlijke aanblik hadden vermaakt, maande een oude grijze man ons tot stilte. Hij sprak de volgende plechtige woorden:
"O, armzalige mensheid,
Verblind door uw ijdel streven,
Versmaad u de wijsheid
Van het aardse leven.
De hoogmoed heeft u mak gemaakt,
Van 't rechte pad bent u geraakt.
Al zucht u nu in zware ketens,
De moeder heeft u niet vergeten.
Door haar goedheid wordt u gered,
Uw ziel in hemels licht gebed.
Daarom nu de blik omhoog gericht,
Wie haar vertrouwt, wordt spoedig verlicht.
Het feest dat u heden wacht,
heeft bijzondere genade in het verschiet.
Wie zich omhoog zwaait met kracht,
Die onthouden wij zijn verlossing niet.
Moge uw vrome handen pakken,
Het anker dat wij laten zakken."
Nadat hij had gesproken, gaf een oude vrouw haar knechten de opdracht een touw zeven keer in de toren te laten zakken. Wie eraan kon blijven hangen werd naar boven getrokken. Onmiddellijk probeerde iedereen ten koste van de ander het touw te pakken te krijgen. Na zeven minuten werd met een belletje een teken gegeven. Daarop haalden de knechten het touw, waaraan vier lotgenoten hingen, voor de eerste keer op. Ik had geen enkele kans om het touw te grijpen, want ik was op een grote steen bij de muur van de toren geklommen en kon daarom ik niet bij het touw komen, dat in het midden hing. Voor de tweede keer werd het touw neergelaten. Velen verloren de grip op het touw omdat hun boeien te zwaar en hun handen te zwak waren. In hun val sleurden zij diegenen mee, die het misschien wel hadden kunnen houden. Sommigen werden door anderen, die zelf niet bij het touw konden komen, naar beneden getrokken. Ondanks onze ellende waren wij ook nog jaloers op elkaar. Toen het touw vijf keer was opgehaald waren maar weinigen mee opgetrokken, want nadat het teken was gegeven, trokken de knechten zo heftig, dat de meeste gevangenen weer ondersteboven terugvielen. De vijfde keer werd het touw zelfs leeg opgehaald. Velen, waaronder ik, geloofden niet meer in een verlossing en smeekten God om genade en bevrijding uit deze duisternis. Toen het touw voor de zesde keer werd neergelaten, klampten enkelen zich er stevig aan vast. Misschien was het God's wil dat het touw tijdens het optrekken hevig heen en weer slingerde, maar toen het mijn kant uitkwam, kon ik het pakken. Zo hing ik dus, boven op de anderen zittend, aan het touw en zo werd ik tegen alle verwachting in toch nog bevrijd. In mijn blijdschap voelde ik de verwondingen niet, die ik tijdens het optrekken door een spitse steen aan mijn hoofd had opgelopen. Pas toen ik met andere verlosten geholpen had het touw voor de zevende en laatste keer op te trekken, merkte ik hoe het bloed over al mijn kleren stroomde. Nadat het touw, waaraan nog de meesten hadden gehangen, was opgehaald, liet de vrouw het opbergen. Het luik gesloten en vergrendeld. Weer klonk trompetgeschal en tromgeroffel. Maar hoe luid dit ook was, het kon het gejammer van de achtergebleven gevangenen niet overstemmen. [...]"
(Bewerking: Arnold Schalks en Joop Keesmaat)
Uit: De 'Chymische Hochzeit Christiani Rosencreutz anno 1459' van Johann Valentin Andreae, gepubliceerd in 1616 in Straatsburg.
Maria, was toch niet weggegaan,
we hadden het zo goed te saam.
O lieverd, ik zag hoe je verkleurde,
toen dat ene met ons kind gebeurde.
Ik zag je pijn, ik zag je woede,
er was niets dat het kon verhoeden.
Maar Maria, ik had het zo graag samen met je willen beleven,
maar je hebt mij de schuld ervan gegeven.
Je hebt ons kind nooit willen aanvaarden,
vanaf het moment dat zijn oogjes de jouwe instaarden.
Waren het zijn witte wimpers? Was het zijn roze vel?
Ik moet zeggen, dat kleine roze lijfje bekoorde mij wel.
Zijn knorrende geluidjes, die smakkende mond,
en een krulletje in zijn staart, helemaal gezond.
Je krijste bij het persen, en toen de vroedvrouw zei "hij komt",
maar toen ons jongetje was geboren, was je gekrijs verstomd.
Je keek naar wat er lag, daar op de lakens in het bloed,
misschien hoorde je diep in je "er is iets niet goed".
Je hebt hem opgepakt, je hebt hem gevoed,
maar erna zei je "ik wil dat jij dat voortaan doet".
Vanaf die dag moest je na elke maaltijd kotsen
en gedroeg je je als een onbewoond eiland bestaande uit kale rotsen.
Uiteindelijk ging je weg, ik begrijp je wel, mijn lief,
je kon er niet naar kijken, het kwam ook uit jouw lijf.
Maar Maria, luister toch,
een varken baren is geen schande, een varken is onze zoon,
al is het eigenaardig, al is het ongewoon.
Ons varkentje is een schat, een allerliefste, weet je dat.
Hij houdt van mij, ik houd van hem,
hij knort bij het horen van mijn stem.
Kom, laten we met zijn drieën zijn,
dat lijkt me zo fijn; zo fijn.
Hij kusse mij met de kussen Zijns monds,
Want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.
Uw oliën zijn goed tot reuk,
Uw naam is een olie, die uitgestort wordt;
Daarom hebben U de maagden lief.
Trek mij, wij zullen U nalopen!
De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren;
Wij zullen ons verheugen en in U verblijden;
Wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn;
De oprechten hebben U lief.
Ik ben zwart, doch liefelijk gij dochteren van Jeruzalem!,
Gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.
Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben,
Omdat mij de zon heeft beschenen;
De kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken,
Zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden.
Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed.
Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft,
Waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag;
Want waarom zou ik zijn als een,
Die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?
Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen!
Zo ga uit op de voetstappen der schapen,
En weid uw geiten bij de woningen der herderen.
Mijn vriendin! Ik vergelijk u
Bij de paarden aan de wagens van Farao.
Uw wangen zijn liefelijk in de spangen,
Uw hals in de parelsnoeren.
Wij zullen u gouden spangen maken,
Met zilveren stipjes.
Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is,
Geeft mijn nardus zijn reuk.
Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre,
Dat tussen mijn borsten vernacht.
Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus,
In de wijngaarden van En-gedi.
Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin!
Zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen.
Zie, gij zijt schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk;
Ook groent onze bedstede.
De balken onzer huizen zijn cederen,
Onze galerijen zijn cipressen.
Ik ben een Roos van Saron,
Een Lelie der dalen.
Gelijk een lelie onder de doornen,
Alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.
Als een appelboom onder de bomen des wouds,
Zo is mijn Liefste onder de zonen;
Ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er onder,
En Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.
Hij voert mij in het wijnhuis,
En de liefde is Zijn banier over mij.
Ondersteunt gijlieden mij met de flessen,
Versterkt mij met de appelen,
Want ik ben krank van liefde.
Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd,
En Zijn rechterhand omhelze mij.
Vangt gijlieden ons de vossen, de kleine vossen,
Die de wijngaarden verderven,
Want onze wijngaarden hebben jonge druifjes.
Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn,
Die weidt onder de leliën, Totdat de dag aankomt,
En de schaduwen vlieden;
Keer om, mijn Liefste!
Wordt Gij gelijk een ree,
Of een welp der herten, op de bergen van Bether.
Uitvoerend kunstenaars: Jozef van Rossum, Barbara Witteveen, Heinrich Schneeweiss, Ton Pompert, Maarten van Gent, vocaalensemble Lilium Convallium (Cora Schmeiser, Inga Schneider, Harm Huson, Richard Prada & Arnout Lems), Noud Heerkens, Joop Keesmaat, Herman Helle, Geerten Ten Bosch, Maartje van den Brink, Pauline Kalker, Gérard te Wiel, Jacqueline Muller, Napoleon en Peter Lindhout.
Brandschat werd financieel ondersteund door de stichting Rotterdam Festivals, de Rotterdamse Kunststichting, het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, de Stichting Bevordering van Volkskracht, het VSB Fonds Rotterdam en het Goethe Institut Rotterdam.
Verslag van het voorstellingsavontuur met op de vierenveertig, nog nasmeulende pagina's een schat aan gegevens: een uitgebreide inleiding, het volledige draaiboek, een tekst- en een beeldkatern, alle plattegronden & een enkele reactie van de pers. Verschijningsdatum: 16 oktober 1999 te Rotterdam. Laserprint, afmetingen (b x h): 210 x 297 mm, 44 pagina's, 31 kleurenafbeeldingen, ringband. © 1999-2016, Rotterdam, Arnold Schalks.
Publicatie met gegevens over de voorstellingslocatie, de programmaonderdelen, de voorstellingsdata, de reserveringsprocedure en een routebeschrijving naar de Keileweg. Verschijningsdatum: 1 september 1999. Laserprint, afmetingen (b x h): 210 x 297 mm, dubbelzijdig. Oplage 200 exemplaren. © 1999, Rotterdam, Arnold Schalks.
bijschrift voor het Brandschatpubliek. Het naslagwerk bevat het BRANDSCHAT ABC met uitgebreide informatie over gerelateerde onderwerpen. Verschijningsdatum: 10 september 1999 te Rotterdam. Laserprint, afmetingen (b x h): 148 x 210 mm, 20 pagina's, geniet. Oplage: 100 exemplaren. © 1999, Rotterdam, Arnold Schalks.