|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Zesde groepstentoonstelling in kunstruimte de Vrije Schuur, samengesteld & geproduceerd door Arnold Schalks. Arnold Schalks nodigde dertien grafisch vormgevers en typografen uit om een nieuwe punt te ontwerpen. Tentoonstellingsdata: 30 september, 19 uur (opening) tot en met 2 oktober 2005, dagelijks van 12-18 uur, kunstruimte de Vrije Schuur Bloklandstraat 151a, Rotterdam. 89 Personen bezochten de tentoonstelling.
Typografie is het vak dat zich bezighoudt met de vormgeving van te drukken teksten. De typograaf bedient zich daarbij van letters, afbeeldingen, lijnen, (wit)vlakken en kleur. Een specifiek terrein van de typografie is het ontwerpen van lettertypen. Bestond een ontwerp aanvankelijk uit een 'roman' letterbeeld, later werd daar een 'cursief' beeld aan toegevoegd. Varianten zoals: 'mager', 'vet', 'smal vet' volgden, en zo ontstonden letterfonts. Heersende stijlen en vernieuwingen in de beeldende kunst en de architectuur hebben de typografische vorm steeds sterk beïnvloed. Het aantal lettertypen dat de hedendaagse typografen ter beschikking staat is enorm. Een bezoek aan een willekeurige website, waarop gratis fonts worden aangeboden, levert meer dan 20.000 lettertypen op met tot de verbeelding sprekende namen als 'Accidental Presidency' en 'Zodillinstisstirust'.
Lettertekens worden door de mangel gehaald, geradbraakt, gewalst. Hun contour aan bijtend zuur blootgesteld. Bijna geen teken ontkomt aan de innovatieve blik van de ontwerper. Leesbaarheid is een relatief begrip geworden. Tot nu toe ontsprong slechts één teken de vernieuwingsdans. Een adempauze...... Een leesteken: de weinig spectaculaire maar cruciale punt.
Kunstruimte de Vrije Schuur nam deze waarneming als uitgangspunt voor het project PUNT uit. De Vrije Schuur nodigde typografen en vormgevers (m/v) uit om zich over het fenomeen 'punt' te buigen. Zij werden uitgedaagd om een prikkelende, revolutionaire, definitieve, nieuwe punt uit te vinden. Is het onder vaktypografen sport om een zo uitgebreid mogelijke letterfamilie met zoveel mogelijk tekens te ontwerpen, in dit geval is soberheid geboden. Het te ontwerpen en door de ontwerper te benoemen letterfont zal tot slechts één teken worden ingedikt: de punt.
OPDRACHT:
Ontwerp een nieuwe punt, waarbij de voor dit leesteken karakteristieke plaatsing en functie behouden blijft, namelijk: aan het slot van een volzin om aan te geven dat hij ten einde is. De te ontwerpen punt, in zwart-wit uitgevoerd, blijft als leesteken 'herkenbaar'.
Kies, om de 'doelmatigheid' van de ontworpen punt en de verhouding tot het letterbeeld te demonstreren, een (deel van een) tekst, waarvoor de punt de ideale afsluiting vormt. Voor de opmaak van de aan de punt voorafgaande zinsdelen kan een bestaand font gekozen worden. Bedenk een naam voor het nieuwe font.
01. JAN KEES KARELSE / 1955, NL.
'Ironieteken'
BIJSCHRIFT: Het font van Jan Kees heeft geen naam, want het is een optie voor een nieuw leesteken, wat voor ieder font gebruikt kan worden.
02. HANSJE VAN HALEM, 1978, Enschede, NL.
'smeed-punt'
BIJSCHRIFT: Ik werk sinds 2003 als zelfstandig grafisch ontwerper. Met de computer als mijn liefste gereedschapskist heb ik als vak-hobby de letters omarmd. Van lettervormen snap ik weinig en ga vrijwel altijd uit van een bestaande lettervorm: nogmaals het is mijn hobby - niet mijn vak. De invulling van de lettervorm intrigeert me meer dan de vorm zelf, alhoewel er vaak door de invulling een aangetaste vorm onstaat. / Denkend aan landkaarten, hoogtelijnen en gebergtes tekende ik deze letter. De basis lag 'm niet in de punt. Wel ontbrak deze (en vele anderen tekens) nog aan het ensemble. Nu de Punt me met al deze extra aandacht op een dwaalspoor heeft gebracht, zie ik noodzaak de rest van de letters opnieuw onder handen te nemen. De punt wordt een nieuw begin, geen einde. (hoogtepunt) / De zin 'Langzaam en slijmerig sprak hij, alsof hij wolle in de mond had...' is een citaat uit 'Tijl Uilenspiegel' (Charles de Koster), de meest inspirerende taal-roman die ik ooit onder ogen heb gehad.
03. JOHN DEN BESTEN, 1958, NL.
'Dichtbij'
04. JAN WILLEM STAS, 1949, Geldrop, NL
'EvertDEF'
05. BART OPPENHEIMER, 1969, NL
'Creepy'
06. ALBERT HOGEWEG, 1975, NL
'De verdrukte punt'
BIJSCHRIFT: Een wiel is rond, want dan draait deze makkelijker. Een punt staat aan het einde van de zin, zodat je weet dat deze is afgelopen. Tot zover geen onduidelijkheden. Wat een waanzinnige opdracht. Het eerste wat in me opkwam nadat ik de opdracht gelezen had, is de even waanzinnige uitspraak "een punt is een lijn die op zijn kant staat". Ooit eens opgevangen op de WdKA en vermoedelijk bedacht door Paul Klee. Vermoedelijk, want ik heb het nooit terug kunnen vinden op schrift. Het weerhield me er niet van toch met deze uitspraak aan het werk te gaan door hem volledig om te draaien. Echter met de uitvoering daarvan loop je direkt tegen de lamp qua restrictieproblematiek als in een van tevoren vastgesteld leesteken, namelijk: waar begint de lijn/punt en waar stopt die. Natuurlijk kan je jezelf beperkingen opleggen en zo in een reeks verwarrende dogma's belanden. Wat ook gebeurde en ik bracht mezelf hiermee behoorlijk in de verdrukking. Wat me gelijk via een reteflauwe brug brengt tot mijn uiteindelijk uitgevoerde idee 'De verdrukte punt'. Ik heb de punt bij de interpunctionele horens willen grijpen door hem als woord letterlijk in de verdrukking te brengen. Door de letters van het woord 'punt' in onderkast over elkaar heen te schuiven ontstaat er automatisch een nieuw samengesteld leesteken dat, wat mij betreft, aan geen concessies onderhevig is punt
07. NIENKE TERPSMA, 1968, Wisch, NL.
'Migraine-light '
BIJSCHRIFT: Als ik er nog iets over moet zeggen, (er was een lang verhaal, maar dat terzijde) zou dat zijn: "Deze punt is het besluit van een twijfelaar." En dat is de waarheid.
08. CHRISTIAN BAUER, 1960, D
'Doublejoo-abnormal'
BIJSCHRIFT: Dear Arnold, / Texts can kill. Bush praises the sacrifice of a few Americans. He demands it. He demands blood. The period as a bullet hole is no more than a minimal illustration of his address. The more he says, the more he kills. / There's a single shot period and a salvo (volley) version. (remarkable similarity: the salvo, a simultaneous discharge of a number of weapons, but also Latin 'salve': "Hail".) / That's it. There's no more to it. With kind regards, Christian.
09. CARSTEN REINHOLD SCHULZ, 1963, Mönchengladbach, D.
'BrailleHell'
BIJSCHRIFT: Daar klopt niks van. Een verdomde insinuatie. Ik heb Hans Arp niet verzonnen. Er waren punten op het netvlies. Waarschijnlijk. En fouten. Ik weet niet echt hoe dat verlopen is. Wat vraag je voortdurend MIJ. Waarom. Daar dikt iets in en ineens heb je een probleem of de dingen zien er heel anders uit dan jij ze aan jezelf verkopen wilt. Maar daarvoor kan je nu niet elke kunstenaar verantwoordelijk maken. Zeker niet. Bovendien zijn er helemaal geen kunstenaars. Dat is een illusie. Scheidingen van deze verouderde soort scheppen geen toekomst. Kunstenaars zijn een absoluut atavisme. Ergens ook genant. Zo'n grappige rol. Bestaat er misschien een begrip, dat klinkt als verantwoording. Dat is waarschijnlijk een fonetische kunstgreep van wie dan ook. Wat doe je met jouw Hans Arp. Mandalas zijn nu alleen nog maar kindercrèchespul. Dat is niks meer voor heel professionele lieden. Kan je niet serieus nemen. Voor jou telt uiteindelijk toch alleen een kreatieve groei van de winst. Dat betekent dan meer waarneming. En als je voelt dat je herkent wordt, neem je de benen. Ja. Het is ook mooi als er een keer iets groeien kan. Al naargelang de druk. Een aangevreten CD. Een antenne. Overeenkomstigheden. De dans van de tegelvoeg. Jouw sojaspruiten. Dat maakt een nogal springerige indruk. Onberispelijk flexibel. Met een ongelofelijk aanpassingsvermogen. Moeilijk te bewegen. Zoals dit on-chique aziatische gras. Dat smaakt niet iedereen. Je kunt er niet eens manden van vlechten. Maar men kan er wel achter staan. Dat heeft Hans Arp vast ook geholpen. Geloof ik.
09. ERIC DE HAAS, 1977, NL.
'de Klerk'
BIJSCHRIFT: Uitgangspunt voor de punt was een passage uit Dostojewski's 'Idioot'. Een twee pagina's tellend betoog over typografie/calligrafie. Uit deze passage heb ik een stuk tekst gehaald, waarvoor de punt is ontworpen: In die punt zou de ziel van de klerk kunnen zitten. Alle krullen die hij vanwege zijn discipline niet in de letter zelf kan stoppen, heeft hij in de punt gestopt, zodat hij toch zijn talent ontplooit zonder zijn discipline te verloochenen.
10. MONIQUE KREEFFT, 1961, NL.
'10/10'
11. LONNE WENNEKENDONK, 1974, NL.
'Witte opa '
BIJSCHRIFT: De punt als estafettestokje
Een punt is het einde van een zin. Maar in veel gevallen ook het begin van een andere zin. / Het einde en een nieuw begin. Een mooi symbool. / Dit symbool, dit leesteken past om meerdere redenen goed bij mijn opa en mij. Mijn opa is grafisch ontwerper geweest. Net na de oorlog begon hij in Den Haag zijn eigen ontwerpbureau Vorm. Toen ik klein was heeft hij mij vooral geleerd om goed te kijken naar wat ik precies zag. Ik kreeg mooie, erg verzorgde (kinder)boekjes van mijn opa en oma. Ongetwijfeld ben ik daardoor beïnvloed en heeft het mijn liefde voor taal en letters een zetje gegeven. Hij was erg precies en, zoals velen van zijn generatie, heeft hij netjes schrijven hoog in het vaandel staan. Toen ik hem eens een ansichtkaart vanaf een vakantieplekje stuurde, kreeg ik te horen dat mijn handschrift meer op dat van mijn kleine neefje leek, dan op die van een grafisch ontwerper in de dop. Tja. / Op het moment van dit schrijven is mijn opa 89 jaar. Hij ontwerpt niet meer, er staat een punt achter zijn carrière. Maar de mijne begint net. Ik draag de punt dan ook op aan mijn witte opa.
12. RALPH PRINS, 1926, Amsterdam, NL.
Serieus punt
Naast de 'serieuze' punten stuurde Ralph Prins ook 'luchtiger' bijdragen in, die hij 'lichtpuntjes' zou willen noemen.
HOOGWAARDIGE 'ACHTERTUINKUNST' MET DE FUNCTIE VAN SCHUURPAPIER
Michiel van Opstal / Tubelight 41 / 1 november 2005
Er was eens een schuur… Je weet wel: zo’n minihuisje in een achtertuin. Mensen proppen er alles in wat ze in hun echte huis niet kwijt kunnen: vuilniszakken met oude kleren, gereedschap, halfvergane meubelen, gehavende elektronica, kisten vol met geel geworden pockets en natuurlijk de onvermijdelijke frituurpan (in het echte huis mag het niet ruiken naar de goedkope lucht van patat en kroketten, dat trekt in de gordijnen). De schuur is iets tussen een huishoudelijke vuilnisbelt en een vluchtoord in. Het is een plek waar de heer of mevrouw van het Huis tot rust komt tijdens of na een slopende ruzie, waar mensen met vreemde hobby’s naartoe worden verbannen. Modeltreinen kun je er aan treffen, doka’s, naaiateliers, experimentele proefopstellingen van verstrooide uitvinders… en kunst.
Het begon allemaal met een nieuw huis. Beeldend kunstenaar Arnold Schalks huurde in 2003 een optrekje in Rotterdam Noord en verrek, in de tuin stond een schuur. Een mooi exemplaar met heuse dakpannen. Als sacraal middelpunt van bloemen, planten en terrastegels lijkt het vrijstaande houten huisje te heersen over de tuin. Een jaar lang had Schalks nodig om zijn plan te laten gisten, om zoals hij zelf zegt te komen tot een simpel idee: ‘het braakliggend terrein van de schuur in cultuur te brengen.’ Het moest een kleinschalige expositieruimte worden voor allerlei soorten hedendaagse kunst. Dus geen disciplinaire beperkingen vooraf. Iedere tentoonstelling begint met een idee waar kunstenaars op reageren, met de middelen die zij passend vinden. Een expositie duurt slechts één weekend. Op vrijdagavond is er een opening met soep, broodjes en andere lekkernijen. Op zaterdag en zondag kunnen liefhebbers bellen voor een afspraak. De schuur is alleen te bereiken via het huis van Schalks. Menig expositie breidt zich uit over de tuin en de woonvertrekken van de ‘schuureigenaar’. Kleinschaligheid is het toverwoord. Aangevuld met huiskamerintimiteit.
De Vrije Schuur is een romantisch protest tegen de eis dat kunst de massa moet plezieren. Niet dat De Vrije Schuur elitair is. Allerminst, zowel Schalks als de exposerende kunstenaars benadrukken de speelsheid van het expositieconcept. De toon kan nog het best worden omschreven als ‘ernstig ironisch’. Lekker klooien met kunst in de achtertuin. Juist daar de spanning van het experiment opzoeken. Proberen… Zonder geld, zonder middelen, gewoon doen. In De Vrije Schuur tref je geen kunstenaars die zichzelf te goed vinden voor de achtertuin. En iedereen, maar dan ook iedereen is welkom.
Via een heldere, simpel vormgegeven website is alle geëxposeerde kunst nog tot ver na de tentoonstelling te bezichtigen. Iedereen met internet heeft toegang tot de tekeningen, schilderijen, installaties, films, video’s, etc. Waar traditionele musea en galerieën er wel voor oppassen om hun tentoonstellingen elektronisch te ontsluiten (je gaat je product toch niet gratis weggeven!), daar is dit juist één van de kerntaken van De Vrije Schuur. Gewoon alles op het net gooien. Alle mensen die tijdens het weekend van de tentoonstelling iets anders aan hun hoofd hebben, kunnen op de site uitgebreid aan hun trekken komen. Want de gepresenteerde kunst is niet alleen divers, het niveau is ook zeer hoog.
Neem de laatste expositie waarvoor Schalks dertien grafisch ontwerpers heeft uitgenodigd met de simpele opdracht om een nieuwe punt op te leveren. Zo’n zwarte stip aan het eind van een zin. Alle letters en leestekens zijn de laatste paar jaar driftig onderhanden genomen door kunstenaars. De nieuwe lettertypes schieten nog steeds als paddestoelen uit de grond. Maar de punt heeft wel iets weg van dat Gallische dorpje dat dapper weerstand blijft bieden tegen…, de punt is een punt is een punt. Niet dus. In de Schuur van Schalks zagen op vrijdagavond dertig september dertien nieuwe punten het avondlicht. En daar zitten ware kunstwerken tussen. Van conceptuele punten, tot esthetische puntsnoepjes, tot komische punttekeningen.
De mooiste punt is de dodelijke punt van Christian Bauer. Hij ontwierp een zwarte punt met rafelranden die ontstaat doordat midden in de nacht een kogel door een wit stuk papier wordt gejaagd. Wat overblijft is een zwart gat dat het uitschreeuwt van de pijn: ‘Taal kan doden!’.
De op twee na mooiste inzending is de ‘krulpunt’ van Eric de Haas. Hij is de zwarte dichtheid van de punt te lijf te gaan door zich in te leven in het personage van De Klerk uit Dostojevski’s roman De Idioot. Deze verveelde ambtenaar is overdag verplicht te schrijven in het verantwoorde schrift van de staat maar gaat ’s avonds in zijn werkkamer ‘grafisch’ uit zijn dak. Wat daar ontstaat is een punt die bestaat uit oneindig door elkaar heen gevlochten krullen. Deze punt is eindeloos in zijn dynamiek. Je hoort hem fluisteren: de tekst houdt nooit op, het boek is nog lang niet uit… Het is een punt om in te verdrinken.
Natuurlijk zijn niet alle kunstwerken in De Vrije Schuur van een hoog niveau, wat dat aangaat is het net een echt museum. Maar dan een variant zonder subsidie, met beperkte mankracht en een eigenzinnige conservator. De korte catalogi die De Vrije Schuur bij de tentoonstellingen uitgeeft heten Schuurpapier (nummers 1, 2, 3, etc). En dat is precies wat de kunst in de achtertuin van Schalks doet. Vanuit de luwte van de marge schuurt ze tegen de maatschappij aan, ze verstopt zichzelf, laat haar stekels groeien, en prikkelt daarmee de kunstwereld en de samenleving. Ik zou zeggen: surf naar die site, verdwaal in het doolhof van de verschillende exposities en draag zelf nieuwe ideeën aan. Want De Vrije Schuur is een kunstzinnig sprookje dat het verdient om goed af te lopen.
(Michiel van Opstal is docent filmtheorie aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst Den Haag.)
Gids bij de tentoonstelling. Laserprint, afmetingen (b xh): 148 x 210 mm, 14 pagina's, geniet. Oplage: 150 stuks. © 2005, Rotterdam, Arnold Schalks.