|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Ontwerp van het beeldmerk voor de manifestatie waarmee het Resocialisatie Project Beeldende Kunst en Theater van de Surinaamse theatermaakster Alida Neslo werd afgesloten. Bij de gelegenheid verscheen een CD en een tekstboekje. Verschijningsdatum: 12 augustus 2009, Theater Thalia, Paramaribo.
In de maanden oktober en november 2008 werkte o.a. de beeldend kunstenaar Arnold Schalks mee aan het pilot-project ‘Resocialisatie Beeldende Kunst en Theater' voor en door de jeugddelinquenten (verder in dit stuk pupillen genoemd) van het Jeugd Opvoedingsgesticht (JOG) Santo Boma. Aan het eind van dit project werd er een publiekspresentatie gegeven in Thalia, de schouwburg van Paramaribo, met spoken word performances en een tentoonstelling van de beeldende kunstcreaties van de pupillen. Tevens werd er een cd en een boekje ‘Krasi fu fri’ uitgegeven met muziek en teksten van hun hand.
Arnold Schalks ontwierp het logo voor dit evenement, dat werd gebruikt voor de CD-hoes, het boekomslag en op de t-shirts die de pupillen droegen tijdens de publiekspresentatie. De presentatie was een succes: de Nederlandse staatssecretaris van Welzijn en de Surinaamse First Lady Liesbeth Venetiaan woonden het spektakel bij en er hangen nu twee posters met beeld en tekst van de pupillen in de gangen van de Nederlandse Ambassade te Paramaribo.
Intern werd er in het regime van de gedetineerde pupillen een gunstige verandering aangebracht. Maar nadat het boekje en de cd in het openbaar verschenen werd door het ministerie van Justitie censuur toegepast: de twee producten mochten niet verspreid worden via radio, krant of winkel. Er werd verder met geen woord over het project gerept.
Gelukkig verscheen er een artikel van de bij de presentatie aanwezige Nederlandse journalist Diederik Samwel in Vrij Nederland. Als één van de reacties daarop kreeg Alida Neslo een uitnodiging om op het congres van het Nederlands Taalgenootschap een lezing te houden, onder andere over het bijzondere (vernieuwende!) taalgebruik van de pupillen. De lezing met de titel 'Alle wegen leiden naar Alakondre' verscheen in 2010 in het februari/maart nummer van 'Onze Taal', het maandblad van het Genootschap. Zo werd er toch een manier gevonden om de censuur te omzeilen, in Nederland weliswaar.
Van: Alida Neslo
Datum: 17 juli 2009 17:15:31 GMT+02:00
Aan: Arnold Schalks
Onderwerp: ontwerp Krassen van vrijheid
Hallo Arnold,
Hier wordt alles heel spannend, want ik heb inmiddels gisteren toestemming gekregen om de jongens/meisjes met z'n ALLEN uit het gevang te vervoeren naar Thalia voor HUN dag! Nog nooit eerder gebeurd, dus verschrikkelijk eng en spannend tegelijk. Op 25 juli duik ik met enkele van hen -10 'stuks'- de studio in voor een mini -cd opname. En gisteren bracht ik de kopij voor een boekje naar de type-madammen van Justitie. Wat gaat dat worden? Ik hoop dat ik het allemaal gedaan krijg!
Voor jou heb ik nog een vraag: Wil je nog het 'logo' voor het collectief T-shirt ontwerpen? Thema is: 'Krassen van Vrijheid'. 'Krassen' opvatten als het geluid dat je hoort als je met je nagels op een schoolbord krast. Pijnlijk, en toch ook muziek/klank. Als je dat doet ben je ook aanwezig, bijna lijfelijk. In het boek neem ik jouw mooie verslag op. (zie: WANSMA KONDRE, Deel 3. Santo Boma)
Ik had het al gevraagd telefonisch, maar misschien ben je het vergeten? Ik zou het maximaal volgende week donderdag moeten hebben. Zou dat lukken? Hoe gaan we het doen? Overschilderen/tekenen/fotograferen/scannen? Ik ben niet technisch, dat weet je, vandaar mijn domme vraag. [...]
--------------------------------
Van: Arnold Schalks
Datum: 21 juli 2009 14:37:31 GMT+02:00
Aan: Alida Neslo
Onderwerp: RE: ontwerp Krassen van vrijheid
Dag Alida, in deze mail stuur ik je mijn voorstel voor het logo voor 'Krassen van vrijheid'.
Ik zal de beeldelementen even toelichten: Je ziet twee 'getraliede deuren' links en rechts. De tralies zijn ontstaan door te turven. Turven is het tellen door streepjes per vijf te groeperen; de eerst vier evenwijdig staand en het vijfde er dwars doorheen. Je ziet het vaak in stripverhalen op celmuren, daarop aangebracht door gedetineerden om hun aantal achter slot en grendel doorgebrachte dagen bij te houden. Twee stevige handen openen de 'celdeuren'. Er wordt daardoor vrij zicht geboden op een geel driehoeksbord, met daarop een vioolsleutel. Muziek is in dit geval de sleutel die op de celdeur past en (tijdelijke) vrijheid schenkt. Tenslotte: 'Krasi fu fri' is mijn vertaling van het thema 'Krassen van vrijheid'. Een beetje tuttig verteld, maar ik hoop desondanks dat de boodschap overkomt.
De afbeelding die ik je stuur heeft een lage resolutie. Voor het bedrukken van een t-shirt dus niet voldoende. Ik wil je mailbox echter niet teveel belasten. Als het ontwerp jullie bevalt kan ik je een betere versie sturen. De werkelijke afmetingen van het ontwerp zijn: 25 cm breed en 20,8 cm hoog. Twee kleuren: zwart en geel. [...]
--------------------------------
Van: Alida Neslo
Datum: 21 juli 2009 20:52:25 GMT+02:00
Aan: Arnold Schalks
Onderwerp: RE: ontwerp Krassen van vrijheid
Mooi, Arnold! Er straalt kracht en optimisme uit , zonder dat de sombere noot (zwart) verdoezeld wordt. Wist je dat de weggelopen slaven, die 200 (!) jaar lang gevochten hebben tegen de slavenhouders een geel/zwarte vlag hadden : een zwarte leeuw op geel fond. Het Vlaams Blok werd vroeger razend als ik zei dat ze hun vlag -de 'fiere Vlaamse leeuw'- van ons gepikt hadden, ha ha! Ik ben helemaal er voor, maar ik zou het graag ook aan de jongens voorleggen op aanstaande donderdag -Boma dag. Vind je dat oké ?
Je vertaling is prikkelend: eigenlijk heeft 'krasi' een sexuele lading (wat ik helemaal bij hen vind passen, gezien de teksten van hun gedichten). De letterlijke vertaling van 'krassen' in dit geval is: krab'krabu. Maar jouw uitdrukking klinkt beter, voila... Dank dank dank !
Brasa Alida
--------------------------------
Van: Arnold Schalks
Datum: 28 juli 2009 16:24:46 GMT+02:00
Aan: Alida Neslo
Onderwerp: voorzet
Dag Alida,
Ik hoop, dat je motor nog niet overkookt, bij alle krachtsinspanningen die je nu verricht. Ik heb met Ann geskyped, en ik zal vanavond het definitieve logo naar jullie toesturen. Ik ben heel blij dat je aan me hebt gedacht bij dit deeltje geschiedenis van ons allen! Dank voor het aandeel dat je me hebt gegund! Ik ben benieuwd hoe het logo er op T-shirt uitziet.
Doe ze allemaal de groeten!!!!!!!!!!
Brasa, Arnold
Waarom dit boekje?
Vanaf het prille begin van het Resocialisatieproject Beeldende Kunst en Theater merkte ik dat voor enkele pupillen het opschrijven van wat je zoal beroert in een eenvoudig schriftje een goede uitlaatklep betekende. Wat begon met enkele langzaam gespelde woordjes, vond zijn vervolg in het vragen naar meer en meer schriften. Een fractie van al die woorden, wensen en gedachten van alle betrokkenen vindt de lezer terug in dit boekje, dat gemaakt is als onderdeel van de eindpresentatie van dit pilotproject.
Uit de inhoud valt heel wat op te maken: het zijn uitingen van verlangen naar liefde, naar aandacht, naar vrijheid; uitingen van pijn, woede, frustratie, maar ook gewoon van universele puberale gevechten met zichzelf en anderen.
En in de commentaren van het logboek en de verslagen en opmerkingen van andere betrokkenen (docenten, personeel, gasten uit het buitenland) komt tot uitdrukking hoe aarzelend ze begonnen, onzeker, door de regels in een onbekende omgeving, de nieuwe gezichten, de verre van ideale omstandigheden.
En toch ...
Nadat het wederzijds vertrouwen gegroeid is, merkt men dat de reacties over en weer minder gespannen zijn, er zijn uitingen van genegenheid, er is respect tussen alle partijen: directeuren, commandanten, PA’s (Penetentiaire Ambtenaars), docenten, gasten, maatschappelijk werk(st)ers, overige ambtenaren en personeel, en er is zelfs fun - zoals de pupillen het zeggen. De eerste keer dat een pupil mij ‘wel thuis’ wenste, de eerste keer, dat men mij aansprak in de PA-bus (‘Wat doet u eigenlijk?’), de eerste ‘muziek en tekstcompositie’ van een pupil, de eerste keer dat een commandant mij ‘ietsje langer’ liet doorgaan, de eerste keer dat een pupil na het vertrek van een - in eerste instantie uitgelachen - gastdocent opmerkte ‘waar is die witte man, we willen met hem verder werken’... het zijn slechts een paar van de talrijke veelzeggende momenten tijdens de afgelopen periode van samenwerking.
Dit boekje is geenszins een ‘rapport’ en pretendeert niet een ‘wetenschappelijke’ weergave te zijn van het leven achter de tralies. Het is een ‘gezamenlijk’ kunstwerk, letterlijk - door de vormgeving - en figuurlijk, door de inhoud. Conform de opdracht van het project.
Niets meer en niets minder.
De samensteller
Met de beschrijving van de eerste presentatie van de pupillen eindigt het eerste deel van het logboek van de coördinator, die van dag tot dag een kort beeld geeft van het verloop van het programma, dwars door alle ups en downs heen.
Het tweede deel van het logboek is een beetje omvangrijker, en past daardoor niet in de bescheiden opzet van dit boekje, dat slechts een ‘sneak preview’ geeft van de complexe organisatie van het JKB (Justitiële Kinderbescherming) en het CPI (Centrale Penitentiaire Inrichting) als onderdelen van een nog veel complexer Ministerie van Justitie. Ik betwijfel of alle docenten - mijzelf inclusief - wel echt door hebben hoe ‘het’ allemaal werkt, we zijn slechts argeloze voorbijgangers in een groter geheel. Maar voorbijgangers met het privilege om op een kunstzinnige (met de nadruk op ‘zinnige’) manier een groep kinderen die ernstige fouten heeft begaan, nu en dan een beetje ‘licht’ te brengen in de schijnbaar donkere tunnel waar ze doorheen trekt. Wij hebben niet de illusie om te denken dat we iedereen kunnen redden, maar ‘one man or one woman can make a difference’; de hoop is niet verloren wat betreft deze jonge mensen, die per slot van zaken óók deel uitmaken van de toekomst van Suriname. Hoe beter we voor hen zorgen, des te minder zal hun (voormalig) wangedrag na enkele jaren als een boemerang naar ons teruggeworpen worden; we hebben de plicht om verantwoordelijkheid te tonen ten opzichte van alle kinderen van dit land. Ook al laten ze moeilijk van zich houden, ook al tonen ze zich vaak weinig toegankelijk, ook al staan ze er niet al te best voor op de maatschappelijke ladder, toch mogen we hen niet opgeven. Ik spreek voor alle docenten als ik zeg dat we ondanks alle obstakels onwillekeurig van hen zijn gaan houden, van ‘Bonjo’, van ‘Bigi Dagu’, van ‘Tamanua’, van ‘Fromu’, van ‘Peres peres pinda’, van ‘Kantjes’, van ‘Touwtji’ en ‘Bigi boy’, namen die ons nu, na een jaar, vertrouwd in de oren klinken, ook al begrijpen we misschien niet echt waarom ze deze hebben ‘gekregen’... We hopen dat we de lezer op een speelse manier (het gaat tenslotte over kinderen, jongeren) via verschillende stemmen, niet in het minst die van de pupillen zelf, een inkijk hebben kunnen verschaffen binnen de harten van degenen die leven en werken binnen de muren van ‘Boma’, in het bijzonder het JOG.
Zijn er nog veel problemen?
Ja.
Kan het beter?
Zeer zeker.
Wordt eraan gewerkt?
Dat is misschien merkbaar aan de manier waarop het Logboek 2009 eindigt: met het verslag van de eerste steenlegging door de ministers van Justitie en OW&V op 27 juli 2009 voor een geheel nieuw Jeugdcorrectiecentrum, dat qua opzet en organisatie de internationale rechten van het kind op alle fronten zal respecteren.
Het is, met de woorden van de minister van Justitie, te hopen dat het centrum nooit vol zal zijn, maar voor diegenen, kinderen én ouders, die hulp nodig hebben zal het een grote verbetering betekenen. Uiteindelijk niet alleen voor hen maar, naar onze mening, voor de hele natie Suriname.
Als je de schutting van Boma ziet, zoveel meter hoog
en het erf is wel zoveel meter groot
denk je erover te springen
krijg je meteen een lood in je borstkas
ben je zo meteen dood
Daarom zeg ik
je moet niet erover springen
anders ben je op de lijst van de dode dingen
kan je morgen niet op de podium staan zingen
in plaats je het doet ga je God aanbidden
liever blijf je thuis met je moeder eten
dan ga je liever wel niet op straat gaan spelen
want de duivel staat daar op je te wachten
en wil je graag in een val gaan zetten
je vorsten, machten, krachten en tronen
zij die het hemelrijk bewonen
zijn allemaal gods zonen
en zij krijgen zegen door hun dromen
ja met mijn gedachten woorden en daden
ja met mijn krachten bid ik Jezus aan
wie zich hulpvaardig heffen zal god weder staan
en wie zachtmoedig leven ziet hij genadig aan
Denk niet om kwaje streken uit te halen
Anders komen ze je tot in je huis ophalen
Dan moet je maar hier op Boma dalen
Kan je geen kwaje streken meer uithalen
Refr.
BOEFJES OP HET SURINAAMSE PODIUM / TRAFASSI IN DE CEL
Actrice en docente Alida Neslo organiseerde een theateroptreden voor veertig jonge gedetineerden in de Surinaamse gevangenis. 'Er is war in de wereld'
DOOR DIEDERIK SAMWEL
ALIDA NESLO MAANT OPNIEUW TOT STILTE. Vergeefs. De basgitarist draait de versterker nog een slagje hoger en ook de drummer gaat tot het uiterste. Zo draagt de dancehallmuziek tot in de verste barakken. Twee rappers slingeren hun teksten het vervallen recreatiezaaltje in. Ze klinken vals, maar vooral ook boos, terwijl uit hun mengelmoes van Engels, Surinaams en inheemse talen alleen het refrein verstaanbaar is: 'Freedom.'
Ze zitten vast in het Jeugd Opvoedings Gesticht (JOG) van Santo Boma, de beruchtste gevangenis van Suriname. Sommige jongens weten niet eens wanneer ze vrij komen, omdat ze terbeschikkingstelling (TBS) hebben gekregen. Alles hangt van hun gedrag af, maar hoe en wanneer dat wordt beoordeeld, is onduidelijk. Als ze eens per maand een maatschappelijk werker van de Kinderbescherming spreken, is het veel. Zoals het ook op zondag tijdens de bezoekuren doodstil blijft voor de meeste jongens. Hun ouders wonen bijna allemaal in het binnenland, op ruim een halve dag reizen.
Praten met de gedetineerden is uit den boze voor buitenstaanders. Een van de pa's (penitentiair ambtenaren) wil wel kwijt dat hun misdrijven uiteenlopen van inbraken, berovingen en zedendelicten tot zelfs moord. Maar uit de vele rechtbankverslagen in de krant valt ook op te maken dat sommige van de twaalf tot achttienjarige gedetineerden gewoon pech hebben gehad. Zo is een meisje op straat aangehouden met een pakketje dat ze ergens moest afgeven en waarvan ze niet wist wat erin zat. Minderjarigen krijgen in Suriname voor een vergelijkbaar vergrijp vaak langere straffen dan volwassenen, omdat de rechter hun detentie beschouwt als heropvoeding.
UURTJE OEFENEN
Alida Neslo (55) remigreerde drie jaar geleder naar Suriname. Nog vóór de onafhankelijkheid (1975) vertrok ze naar België voor een carrière in het theater. Eerst trok ze de wereld rond met theatergezelschappen, later werd ze de eerste zwarte tv-persoonlijkheid in Vlaanderen. In de jaren negentig trad ze aan als artistiek leider van toneelgezelschap De Nieuw Amsterdam en in 2000 volgde ze Ritsaert ten Cate op als directeur van DasArts, de tweede fase-opleiding voor theatermakers in Amsterdam. Daarna wilde ze terug naar haar geboorteland, omdat ze daar voor haar gevoel veel dichter bij de oorsprong van haar vak staat. 'Hier zij n theatervormen vooral een mogelijkheid om je te uiten, je verbeelding te gebruiken en de werkelijkheid in al zijn facetten te ontdekken.'
Vorige zomer begon ze met het project in de gevangenis. Met schrijvers, tekenaars, schilders en muzikanten probeert ze de jonge gedetineerden te laten ontdekken dat ze ook ergens goed in kunnen zijn. Dat gaat geleidelijk: 'Eerst vroegen ze waar dat voor nodig was, dat schrijven. Nu maken ze gedichten.'
Haar aanpak werkt. Henry Tempico, commandant van het JOG, merkt dat zijn pupillen rustiger zijn geworden. 'Ze mogen elke dag een uurtje oefenen met muziek, tekenen of sport. Hun agressie wordt minder.'
Een week later gaat het doek op in theater Thalia, Paramaribo. Aan weerskanten van het podium zitten veertig hoofdrolspelers. Een enkeling zwaait aarzelend naar een familielid in de zaal. Beheerst zetten de basgitarist en de drummer in en de reggae rolt de goed gevulde zaal in. Sommige rappers klinken nog altijd vals, maar ze zijn ditmaal wel te verstaan. De timing, danspassen en mimiek van een paar anderen doen niet onder voor die van professionals op MTV. De zaal zingt mee: 'Ik ben geen crimineel' en 'Er is war in de wereld'. Daarna oogsten vooral de dance battle en de zelf geschreven gedichten bijval. Een van de meisjes vraagt voor haar optreden aan haar moeder die ze in de zaal heeft zien zitten of ze haar wil blijven 'poweren'. Trafassi-zanger Edgar Burgos ('Kleine wasjes, grote wasjes') hoeft het publiek allang niet meer op te zwepen in de toegift.
Na afloop zien drie ambtenaren van justitie dat het goed is. Het plaatsvervangend hoofd Delinquentenzorg spreekt de hoop uit dat deze kinderen flink blijven oefenen. Maar of er ook extra geld komt om Neslo's project een vervolg te geven? Tja, dat is aan de minister.
(bron: Vrij Nederland, 22 augustus 2009 / buitenland, pag. 17)
NIETS IS TE OUD OM OPNIEUW TE WORDEN UITGEVONDEN
Alida Neslo in gesprek met Arnold Schalks. Amsterdam, 30 augustus 2009
Alida Neslo (Paramaribo, 1954) noemt zich liever 'speler' dan 'actrice'. Ze studeerde theater en dans in België en Senegal. Al spelend reisde ze de wereld af. In België en Nederland werkte ze voor radio en TV. Vanaf 1993 richtte ze haar aandacht op het zoeken naar meer interculturele vormen van theateropleiding voor acteurs en dansers. Naast haar theaterwerkzaamheden zette ze zich in voor de interne en externe culturele relaties tussen Nederland, Vlaanderen en Suriname. In 2006 keerde Neslo terug naar Suriname om haar kennis te delen met, onder meer, kansarme jongeren. Ze is sinds 2007 betrokken bij het ArtRoPa-project.
Als kind hield Alida Neslo al van dans. Ze had het geluk dat haar oom choreograaf was: ze kreeg balletles, maar maakte ook kennis met Indiase en Javaanse dans. Het begrip dat er niet één klassieke dans bestond werd haar met de paplepel ingegoten. Ze groeide op in een Surinaams juristenmilieu: "Mijn vader had het altijd over rechtvaardigheid. Daarbij dacht hij niet zozeer aan zichzelf, maar vooral aan anderen. Hij vond, dat hij zonder vooroordeel voor iedereen moest kunnen werken, "Want," zo zei hij, "ik werk voor Suriname." "
Alida las kinderboeken uit Nederland en daarin zaten meisjes die allemaal op het lyceum zaten. Daar wilde ze ook naartoe. Alleen, er was in Paramaribo geen lyceum. "Uitgerekend in het jaar dat ik twaalf werd, werd in Suriname de Mammoetwet ingevoerd en daarmee een nieuw type Lyceum. Dat was fantastisch! Er was plaats voor ongeveer 200 kinderen. Je moest toelatingstentamen doen. Ik heb me zes weken lang opgesloten –wat in Suriname heel erg is– en ik heb het gehaald! We hadden docenten uit Nederland en België, maar ook drie Surinaamse waaronder de huidige president, die wiskunde gaf. Omdat wij de eerste leerlingen waren werden we van begin tot einde gevolgd. Dat gaf mij de smaak anders dan anderen te zijn."
In 1973 vertrok Alida naar Antwerpen om te studeren. De meeste Surinaamse studenten gingen naar Nederland. Omdat zij geen schaap wilde zijn koos zij voor België. "Mijn motief om te vertrekken was, plat gezegd: Weg is weg! Ik wilde weg omdat mijn vader in mij zijn opvolger zag: ik moest óók rechten studeren. Maar daar had ik helemaal geen zin in. Ik wilde advocaat SPELEN. Alleen die ballet-oom begreep een beetje mijn liefde voor de andere weg."
Alida heeft drie jaar braaf op de universiteit gezeten. Omdat er ergens protest moest zijn, studeerde zij geen rechten maar moderne talen en linguïstiek. "Dat is mij later nog van pas gekomen, maar toen beschouwde ik het als drie verloren jaren."
Tijdens die studie schreef Alida stukjes over Suriname voor het studentenblad. De hoofdredacteur vond dat ze veel te mooie verhalen schreef over haar land. Hij wilde linkse, boze, negatieve verhalen, maar die had Alida niet. "Hij verweet me, dat mensen als ik het vaderland vergaten en de barricades verlieten. De Europeanen zouden 'ons' wel even voordoen hoe het moest. Ik heb hem toen het voor mij historische antwoord gegeven: 'Als jij later met vrouw, kind en auto gesetteld bent op het Vlaamse platteland, dan sta ik nog op de barricade!' Ik heb hem jaren later weer ontmoet. Hij zag me, werd helemaal rood en zei tegen me: 'Je hebt gelijk gehad.' Ik was en bén nog steeds bezig met de materie. Dat 'huisje, boompje, beestje' ben ik totaal vergeten."
Na haar kandidaatsexamen zei een professor tegen Alida: "Jij hoort hier niet, jij moet naar de theaterschool."
Er waren twee theateropleidingen in Antwerpen: het Conservatorium, waar de kunst van het woord uitgangspunt was en Studio Herman Teirlinck die van de beweging uitging: "Daar werd gewerkt 'vanuit den buik': niet teveel analyses, maar al improviserend meteen de vloer op gaan, kijken wat je alvast met je lichaam kunt zeggen. Pas daarna kwam het woord." Neslo koos voor Teirlinck omdat zij zijn idee, dat theater als jazz moest zijn, geweldig vond: "Je hebt een thema en iedereen krijgt de kans en de ruimte om zijn eigen weg te gaan."
In 1959 schreef Teirlinck in zijn 'Dramatisch peripatetikon':
"De kunstenaar die teniet gaat heeft zichzelf verbeurd [...] Hij bleef benieuwd, gedwee, angstig naar de buitenopinie uitzien. Hij kon alleen nadoen. Hij is vee. De kunstenaar zou in de samenleving een weerstandig verzamelcentrum moeten zijn, een vreemdsoortig vorst die niet heersen wil, een man als een rots. Hoe zou hij anders kunnen dan storen? Hij is een hinderpaal."
Op haar twintigste moest Alida Teirlinck's boek lezen voor een tentamen. "Ik heb er toen geen bal van begrepen, nu is het een beetje mijn Bijbel. Ik heb moeten kiezen tussen vee en hinderpaal. Ik heb voor de laatste gekozen. Die houding is intussen organisch geworden. Het heeft te maken met mijn fundamentele nieuwsgierigheid, zoals een kind een stuk speelgoed uit elkaar haalt, niet uit technische honger, maar om elke keer weer een nieuwe laag te ontdekken. Ik hou van het worden en niet zozeer van het zijn."
Terwijl Alida bij Teirlinck studeerde, heeft ze ook nog een half jaartje onder een valse naam op het Conservatorium gezeten. Je mocht niet op twee scholen tegelijk ingeschreven staan. "Ik kon van alles bedenken over de studie op het Conservatorium, maar het waren allemaal vooroordelen en dus wilde ik weten of mijn oordeel juist was. Daar ga ik heel ver in, desnoods onder een valse vlag. Ik heb me op het Conservatorium vreemder gevoeld dan in de Studio. Ik kreeg in de Studio kans om mijn eigen nis te verkennen, en dan nog steeds buitenissig te zijn. Bij Teirlinck waren we allemaal paradijsvogels dus viel dat niet zo op. Al die kleuren waren voor mij als Surinaamse natuurlijk. Ik besefte toen nog niet hoe bijzonder Suriname was daarin."
Na haar opleiding reisde Alida door Europa, Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Dat heeft haar niet onberoerd gelaten: "Als je van de ene naar de andere plek gaat ben je emotioneel in de war. Je gaat nadenken over het concept 'thuis'. Wat is vertrouwd, wat is loslaten en opnieuw beginnen? Je komt erachter dat je niet alles hoeft weg te gooien als je opnieuw begint, maar je vult jezelf ook niet zover dat er niets anders meer bij kan. Mijn latere kunstonderwijs sluit daarop aan. Ik vind het belangrijk dat studenten consequent van context veranderen. Ik wil ze uit hun comfort zone halen. Dat heeft een enorme invloed op hun werk en levensvisie. Ze moeten elke keer een nieuwe ruimte creëren en soms begrijpen ze niet eens wat dat is. Maar al doende merken ze dat, mét hun werkruimte, hun geestelijke ruimte verandert."
Alida heeft zich altijd ingespannen om verbindingen te leggen tussen jong en oud, arm en rijk, hoog en laag. Waarover moet een bruggenbouwer in Suriname beschikken? "Wat ik door schade en schande heb ontdekt is, dat je je bevindingen niet meteen op tafel moet leggen, maar dat je eerst moet kijken en luisteren. De situatie in een jong land verandert snel en voortdurend. Je moet niet te ver vooruit plannen of populair willen zijn. In een kleine gemeenschap is het bovendien lastig om het persoonlijke van het zakelijke te scheiden. Je moet om kunnen gaan met mensen die niet dezelfde 'voordelige' achtergrond hebben gehad en niet hetzelfde normaal vinden als jij. Het protocol neemt vaak de plaats in van de inhoud."
Haar wens zal vervuld zijn als er structureel kunstonderwijs wordt ingevoerd op lagere en middelbare scholen: "Je brengt de jeugd een besef bij wat cultuur is, wat de verschillende disciplines zijn en dat kunst een serieus vak is. Kunstonderwijs moet caleidoscopisch zijn: Je moet zoveel mogelijk kunstgeschiedenissen en talen onderwijzen. Kinderen van nu hebben niet alleen een nationaal maar ook een internationaal erfgoed. Daarnaast moet er aandacht aan karakterontwikkeling worden besteed: aan concentratie, training, verdieping, afzien en aan offers brengen. In Suriname meet men talent nog teveel af aan populariteit, maar karakter is veel belangrijker. In Suriname heb je ook nog geen kritische omgeving. Die ontstaat pas later. Als ik nu kritieken lees, is bijna alles 'goed'. De bedoeling is goed, maar het helpt ons niet vooruit. Wat je in Nederland kunt zeggen is in Suriname -en Vlaanderen- bot. Hoe we 'het' dan wel moeten zeggen moeten we zien uit te vinden. Er is nog een lange weg te gaan. Pas als zaken gemeengoed worden moet je oppassen dat er geen zelfgenoegzaamheid ontstaat. Je moet jezelf vragen blijven stellen. En, als je omgeving niet kritisch is, moet je zelf de discipline hebben om kritisch te zijn om te voorkomen dat je, in de woorden van Teirlinck, 'vee' wordt. Wat een beetje ontbreekt is de verwondering: het kijken naar de dingen om te proberen te doorgronden wat ze werkelijk zijn en te zeggen hebben."
Voor culturele ontwikkeling moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan: "Voor mij is het belangrijk, dat je geen angst hebt voor het onbekende en dat je ruimte ziet als iets mobiels. Dat je niet zegt: dit is mijn territorium en dat verandert nooit meer. Een andere voorwaarde is, dat je leert uitgaan van wat je hebt, en niet van waarnaar je verlangt. Dat is in ontwikkelingslanden een cruciaal iets."
In 2008 geeft Alida vorm aan een resocialisatieproject Beeldende Kunst en Theater met jeugdige delinquenten in het Jeugdopvoedingsgesticht Santo Boma. Dat project mondt in 2009 uit in een expositie, een boekje, een muziek CD en de live-presentatie daarvan in Theater Thalia in Paramaribo. Dat ze dat voor elkaar heeft gekregen is buitengewoon. "De jongens met wie ik op Boma werkte schaamden zich aanvankelijk om op omgekeerde emmers te drummen. Ze hadden geen percussieinstrumenten. Het was een kale omgeving met niks. Maar er is nooit helemaal niks. Je hebt altijd jezelf. Begin dan bij jezelf, waar je bent, zonder schaamte, zonder een vergelijkingsmodel in je kop. Dan kom je ergens. Dat hebben de jongens uiteindelijk ondervonden. Daarom ben ik ook zo trots op ze: ze hebben vanuit zichzelf een eerste stap gedaan voor iets waar ze in het begin niet eens in geloofden."
Een duidelijk beeld van hoe Suriname er over vijf jaar voor staat heeft Alida niet. "We zijn pas 34 jaar onafhankelijk. Op veel gebieden is nog onvoldoende stabiliteit om iets te kunnen voorspellen. Eén verkeerde persoon op een belangrijke plaats kan veel verpesten in onze kleine gemeenschap. Op het gebied van cultuur en kunsten is het voor mij belangrijk dat er mensen zijn die bereid zijn om het vormen van een eigen idee te bevechten, maar zonder agressie. Met bevechten bedoel ik strijden met intellect en vooral kunde, vandaar ook het belang van die investering in het onderwijs. In Suriname denken we automatisch pluralistisch: niet vanuit één cultuur, maar vanuit alle. Suriname zou voor mij, mede door haar unieke mix van oosterse, westerse en zuidelijke componenten, meer dan welk land in het Caraïbisch gebied een pilot kunnen zijn, een broedplaats van wat de wereld uiteindelijk kan zijn 'with nothing so old, that it could not be reinvented,' zoals Derek Walcott treffend formuleerde.
Over de toekomst van de kunstenaar is Teirlinck duidelijker:
"Door dit alles begrijpt men dat de kunstenaar niet gehoorzamen kan aan anderen, noch aan zeden, wetten, machten en belangen, kortom aan geen hoegenaamde Staatsrede. [...] De kunstenaar derhalve vreest de openbare mening, hij vreest ervan te gaan houden en ze te eerbiedigen [...]. Aldus is tegelijk de kunstenaar een vereenzaamd mens, maar humaan, universeel en meer dan welke mens ook broeder van alle mensen. Hij zoekt geen zeldzaam idee, veeleer wil hij op een zeldzame, hem eigen wijze een gemeen idee brengen, gemeen aan allen, want tot allen gaat hij spreken."
(bron: 'de Surinoemer', 3e jaargang | No. 3 / pagina 2-6 / 11 november 2009)
[...] REGGAE EN DE BIJBEL
Het afgelopen jaar heb ik gewerkt op een niet-alledaagse plek: in een gevangenis, ver buiten Paramaribo. Daar mocht ik voor het ministerie van Justitie een project doen getiteld 'Resocialisatie door middel van de kunsten'. Ik werkte er met veroordeelde jongeren van dertien tot achttien jaar.
Die jongeren kwamen veelal uit de onderste laag van de samenleving, en ze konden nauwelijks lezen en schrijven op het niveau dat hun leeftijd vereist, maar wat bleek? Velen van hen waren taalvirtuoos. Vaak spraken ze drie tot vier talen (al dan niet door elkaar), en ze koppelden taal nogal eens aan beweging. Maar er was nóg iets: verbeelding. Doordat ze prikkels van buiten ontbeerden, kwam alles vanuit de eigen fantasie. Die drie-eenheid van taal, beweging en verbeelding was het enige waarmee ze zich persoonlijk konden onderscheiden.
Hun inspiratiebronnen waren reggae en de Bijbel (het enige boek dat ze zonder toestemming van de autoriteiten mochten lezen). Een paar uitdrukkingen - die dus ontstaan zijn vanuit de Bijbel, gelezen door een rastabril - heb ik genoteerd in de tijd die ik met hen doorbracht:
Er is war in het leven. ('Het is een gevecht om te overleven in een harde wereld', naar het Engelse war, 'oorlog'.)
Ik ben een rapster. ('Ik ben anders, en druk me uit via raprijm.')
Ik ben een kantjesman. ('Ik ben een man die aan de kant van het goede staat.')
Jij bent een vampaja. ('Je bent een slecht mens'; van het Engelse vampire, 'vampier'.)
Ik ben loktop. ('Ik ben opgesloten'; van het Engelse locked up.)
Jij bent wiekiet. (Jij bent boosaardig'; van het Engelse wicked.)
Aipas me niet. ('Geef me niet het boze oog'; van het Engelse eye, 'oog' en pass, 'geven'.)
Ik ben een lajan. ('Ik ben een moedig mens'; van het Engelse lion, 'leeuw'.)
Bos bos aas. ('Homo'; letterlijk: 'kont (van het Engelse ass) kussend (van de Srananwoorden bos bos)'.)
Een meid lof. ('Een vluggertje'; van het Engelse make love, 'de liefde bedrijven'.)
Dja dja. ('God', van het Jamaicaanse Jah, Jehovah; dja dja is ook het Srananwoord voor 'heel sterk'.)
Ik vond hun taalgebruik zó opvallend - veel meer dan dat van de stadsjongelui - dat ik samen met de jongeren een boekje en een cd heb gemaakt, die echter op last van het ministerie van Justitie niet verspreid mochten worden, omdat men de taal niet 'netjes' vond.
In ieder geval heb ik veel van datgene wat ik heb geleerd van deze jongeren, doorgegeven tijdens de lessen die ik verzorg op het Instituut voor de Opleiding van Leraren te Paramaribo. De toekomstige docenten moeten voeling blijven houden met de taal die toekomstige studenten gebruiken om zich uit te drukken, vind ik. [...]
MI ROWSU
Tot in Nederland is de opmars van het Sranan merkbaar. Denk maar aan het succes van het half Nederlands-, half Sranantalige lied 'Mi rowsu' (Tuintje in mijn hart) van Jan Smit en de Surinaamse rapper Damaru, dat nota bene onderscheiden werd met de Sterren.nl Award voor het beste (Nederlandstalige) lied.
En ook de jonge Surinamers in Nederland gebruiken graag Sranan. Ze kunnen zich ermee onderscheiden van autochtone Nederlanders, (en andere groepen), en het biedt ze de kans zich onverstaanbaar uit te drukken als het handig uitkomt. In die kringen zijn ook de huidige toepassingen van woorden als doekoe ('geld'), smaatje ('Iekker ding') en mocro ('Marokkaan) ontstaan - dus niet, zoals wel gedacht wordt, in Suriname zelf. Daar waren ze aanvankelijk onbekend, maar inmiddels is dat anders. Dankzij Nederlandse toeristen kwamen ze ook in Suriname terecht, en daar verliep het volgens het beproefde recept: ze werden er direct opgenomen in het grenzenloos gastvrije Surinaamse Sranan.
ALAKONDRE
Die open houding van de Surinaamse samenleving laat zich prima samenvatten met één enkel Srananwoord: alakondre. Letterlijk betekent het 'alle landen' (kondre komt van het Engelse country), maar het werkelijke begrip omvat veel meer dan dat. Bij alakondre verdwijnt de scheidslijn tussen landen, volkeren, kleuren, culturen, gemoedstoestanden - tussen het 'vreemde' en het 'eigene'- zonder dat het door iemand wordt opgelegd. Het is het tegengestelde van apartheid, dat Afrikaanse woord dat ook wereldberoemd is geworden.
Namens Suriname bied ik Nederland dit grenzenloze woord alakondre aan. Niet als woord van het jaar, waar men in Nederland zo verzot op is. Maar als woord van de toekomst. Ik wens het Nederland uit de grond van mijn hart toe.
(bron: maandblad 'Onze Taal', nummer 2/3 2010, blz. 52-53)
Report of the private closing presentation of the JOG Resocialization Project with texts, compositions, and drawings by the pupils of the JOG at Theater Thalia in Paramaribo / August 2009 & the report of Sroto, a musical performance for three players as part of the ParamariboSPAN Art Manifestation. Ring binder, laser print, 210 x 297 cm. 24 pages. Published in Rotterdam on February 26, 2010. © 2009-2010, Rotterdam, Arnold Schalks.
Verslag van de besloten slotpresentatie van het Resocialisatieproject JOG met teksten, composities en tekeningen van de pupillen van het JOG in theater Thalia in Paramaribo / augustus 2009 & het verslag van Sroto, een muzikale performance voor drie spelers in het kader van de Kunstmanifestatie ParamariboSPAN. © 2009-2010, Rotterdam, Arnold Schalks.