|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Samenstelling, vormgeving en productie van een evenement in OCW, een ongesubsidieerd Rotterdams podium voor kleinschaligheden. Eerste aflevering van de crimmp-reeks, waarbij reductie als een meerwaarde wordt beschouwd. De zes letters van 'crimmp' staan dan ook voor: ‘creatieve reductie in de multi-mediale praktijk’. Bijdragen van: Jozef van Rossum, Maarten van Gent, Van Reek & Ten Bosch (banketje design) & Cora Schmeiser. Voorstellingen op 20, 21 & 22 november 2009. 99 personen woonden de evenementen bij. Podium OCW, Osseweistraat 35, Rotterdam.
SCHIJNBEWEGING was het eerste wapenfeit van OCW, een nieuw Rotterdams podium voor kleinschaligheden. Het ruim 75 minuten durende programma was te zien op vrijdagavond 20, zaterdagavond 21 en zondagavond 22 november 2009 en bestond uit bijdragen van Jozef van Rossum, Maarten van Gent, Harriët van Reek & Geerten Ten Bosch (banketje design) en Cora Schmeiser. Arnold Schalks verzorgde de techniek en deed een poging tot horeca. De drie avonden waren ruim vóór de première volgeboekt. Bezoekers van de vrijdagavondvoorstelling verdienden een bonus: ter verwelkoming zong een splintergroep van het vocaal ensemble Adh’octet het publiek toe vanachter de balusters van de trap naar de OCW-speelruimte. Het ensemble voerde twee madrigalen uit van de Italiaanse componist Cristofano Malvezzi (1547-1599): ‘Noi che cantando’ & ‘Dal vago e bel sereno’. De stemmen behoorden toe aan: Caroline Pijpker & Josta Stoopman van Rigteren (sopraan), Ellen Bulder (alt), Arnold Schalks & Carlo Sihasale (tenoren), Dick van Soest & Frank Stoopman. (bassen)
goochel-act voor gepelde mandarijn en vochtegge doekjes op de klanken van een onbekend beatles nummer.
De dichter/schrijver Jozef van Rossum borduurde door middel van een lezing voort op het thema Schijnbeweging. Kruissteeksgewijs reeg hij de onderwerpen cinéma, muziek, de literatuur, het internet en de beeldende kunst aan één rode draad. Verder vertelde van Rossum over vochtige doekjes of, zoals hijzelf zegt: vochtegge doekjes (omdat die meestal door ongeletterden worden gebruikt). Hij sloot zijn betoog af met een goochel-act. De kostumering kwam uit de handen van Barbara Witteveen
DE SCHIJNBEWEGING IN DE CINÉMA
Bij het licht van een bewegend schijnsel uit een defecte filmprojector haalt van Rossum cinématografische herinneringen op.
DE SCHJNBEWEGING IN DE MUZIEK
Van rossum speelt een opname van de Vorsetzer (een piano spelende automaat) af, die Opus 51 no. 3: 'gevleugeld gedicht' van Alexander Skrjabin afspeelt
DE SCHIJNBEWEGING IN DE LITERATUUR
Van Rossum misleidt de luisteraars van Radio Centraal in Antwerpen door het gedicht 'Havenpoësie 2' met een electronisch vervormde stem voor te dragen vanuit de warme studio en niet vanuit de gesuggereerde kille telefooncel. (Uitzending 'Universeel Programma' van Jozef van Rossum en Hewald Jongenelis op 20 december 1987.)
DE SCHIJNBEWEGING IN DE BEELDENDE KUNST (Oud en nieuw)
En ik wil het dus niet hebben over die schedel in het Rijksmuseum, die dure, met die briljanten etcetera, want laatst hoorde ik Ruud Lubbers in een reclamespotje op de radio. Met zijn typische, raspende stem leek ook het geknars van een langspeelplaat mee te tikken. Het geknars van de vergetelheid. Flarden uit vroeger tijd kwamen boven... zoals, heel simpel: het duizend-dingen-doekje.
Duizend? Zesduizend: onlangs is de koninklijke subsidie uitgereikt aan weer nieuwe namen, onbekende, nu wat bekender. Zo zal het enkelen van hen vergaan over pakweg dertig jaar: als vanzelf klinkt bij het zien van hun werk monofoon bonkende rap mee. Het gebonk van de vergetelheid in dat geval. Zucht u even mee met die vergetelheid, die tijd en die eeuwige dood? Neem de tijd of de dood als onderwerp en je bent klaar. Immers, de dood knaagt aan ons en de snelheid wordt aangegeven door de tijd die je nog rest, niemand ontkomt daar aan.
Een klein tekeningetje komt me nu voor de geest, een heel bescheiden werkje, meer een aantekeningetje. Het is van James Ensor getiteld ‘Ikzelf in 1970’ en het stelt een lachend geraamte voor, geleund tegen een boom.
Ik wilde het er niet over hebben, maar het is best een goed ding: For the Love of God, zo heet die schedel toch: het heeft de dood als thema en het ligt geheel in lijn met het ultieme materialisme dat velen tegenwoordig najagen. Zo’n ding kan ook alleen maar opborrelen in een wereld waar van alles scheef zit. Een gouden kalf. Hele volksstammen begrijpen het. Zelf zou ik een kermisversie hebben gemaakt, gewoon van plastic met nepstenen, dan zou het pas échte kunst zijn. Niemand ziet het verschil. Wat zou die schedel een pret hebben om de zich vergapende meute. Ik zou met hem mee willen kijken voor één dag, niet langer, want ik moet als iedereen weer verder...
En nu, nu de herfst met de blaren speelt, is de sterfelijke natuur weer ons deel. De bomen worden kaal, of naakt, geven zich prijs, hoe je het maar wil. Sommigen zijn ons ontvallen, zoals recent een dierbare vriendin. Dat mocht niet gebeuren, maar het is desondanks gebeurd. Ook mijn naam zal eens met automatisch geruis opklinken en tot dan zeg ik: ‘on-no-duy-ve-né-de-wit*’. Ik zie u denken: wie was dat ook weer? Of bent u hem vergeten?
* Onno Duyvene-de Wit: voormalig nieuwslezer van de Nederlandse Omroep Stichting (NOS).
Jozef van Rossum
(Uit: de kantlijn / kunstjournaal uit de zuidelijke nederlanden / jaargang 3, nr. 09 / pagina 20)
De chef buitendienst en performer/muzikant Maarten van Gent plaatste één en ander in con-text 5.1: een installatie waarin hij als een con-artist tekst en geluidsfragmenten in een 5.1 surround omgeving liet weerklinken, verknippen, vervormen of verhaspelen. Cut it out! Cut it up!
De theatermakers Harriët van Reek & Geerten Ten Bosch (banketje design) experimenteerden met de projectie van animatie op stof: ze presenteerden een voorproefje van hun ministofinstallatieperformance waarin een beamer, een dvd speler en een decor, bestaande uit een lundia-boekenkast op een tafel een rol spelen.
De sopraan Cora Schmeiser zette haar verkeerde been voor. Ze bracht een vocaal programma met geënscèneerde interpretaties van de teksten van Daniil Charms, Velemir Chlebnikov, Georges Aperghis en Christian Morgenstern. Middels benarde posities op het slappe koord van de notenbalk toonde zij aan dat tijd een omkeerbare schijnbeweging is en dat ‘dit nu’ samenvalt met ‘dat nu’. Alsof er niets gebeurt/gebeurd is. _Vormgeving en techniek: Arnold Schalks.
'Ein Knie geht einsam durch die Welt. Es ist ein knie, sonst nichts!...'
DE KNIE | een knie loopt eenzaam door de wereld. / het is een knie, meer niet! / het is geen boom! Het is geen tent! / het is een knie, meer niet! | in oorlogstijd werd ooit een man / van top tot teen doorzeefd. / alleen de knie bleef ongedeerd– / als was 't een heiligdom. | sindsdien loopt ze eenzaam door de wereld / het is een knie, meer niet. / het is geen boom, het is geen tent. / het is een knie, meer niet.
Programmaboekje bij de eerste schijnvertoningen in OCW, podium voor kleinschaligheden. Laserprint, afmetingen (b x h): 148,5 x 210 mm, 12 pagina's, 4 zwartwit afbeeldingen, handgebonden. © 2009, Rotterdam. Arnold Schalks.