|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Decorontwerp voor de Komische opera in drie bedrijven van de Tsjechische componist Bohuslav Jan Martinu uit 1954. Speellijst 2010: 15 december, Kampen (try-out); 19 december, Enschede (try-out); 23 december, Haarlem (Nederlandse première). Speellijst 2011: 6 januari, Rotterdam; 8 januari, Amsterdam; 24 januari, Utrecht; 27 januari, Amstelveen; 1 februari, Groningen; 5 februari, Leiden; 6 februari, Heerenveen (matinee).
De esthetiek van de opera’s van Martinu, in tegenstelling tot die van Janácek, is – volgens de componist zelf – gericht op het theatrale: Opera moet worden bevrijd van zijn verstarde conventies en teruggevoerd naar zijn oorspronkelijke theatrale fundamenten. Mirandolina, Martinu’s enige opera in de Italiaanse taal, gecomponeerd in 1954 te Nice, vormt een bijna ideale illustratie van dit uitgangspunt. Deze dramatische laatkomer is zowel een hommage aan de Commedia dell’Arte van de achttiende eeuw in zijn geheel, als aan Carlo Goldoni in het bijzonder, omdat hij eer bewijst aan een van zijn grootste komedies: La Locandiera.
Het verhaal – één van de beroemdste komedies van de Italiaanse toneelvernieuwer - is snel samengevat: De mooie herbergierster Mirandolina wordt het hof gemaakt door een aan lager wal geraakte markies en een rijke graaf. Terwijl een vrouwhatende ridder de twee aanbidders bespot, besluit de gekrenkte heldin zich op de ridder te wreken. De ridder kan Mirandolina’s verleidingskunsten niet weerstaan en gaat onder haar avances overstag. Volgt een driedubbele jacht door de drie heren, die leidt tot een ontknoping waarin Mirandolina het chique drietal voor aap zet door uiteindelijk voor haar ober te kiezen.
Het door Martinu zelf samengestelde libretto vraagt om een direct en ‘theatraal’ muzikaal idioom en voldoet daarmee aan een cruciale voorwaarde: de actie komt niet voort uit psychologische verwikkelingen, maar uit concrete spelsituaties die vanuit de ontmoetingen tussen de zeer diverse karakters in de herberg ontstaan.
Door de gebeurtenissen als een opeenvolging van losse momenten te zien, schept Martinu een vrije ruimte voor de muziek, die je ook uit zijn andere opera’s kent. Ver van een symfonisch totaalconcept, lijkt de muziek te worden geboren uit iedere afzonderlijke fase van het verhaal: de dwingend directe verwevenheid van de muziek met de actie op het toneel is grenzeloos. Zoals het libretto zich bedient van de theatrale bouwstenen van de 18e eeuw, zo speelt de muziek met de codes van de opera. De grote aria van Mirandolina, voorafgegaan door een recitatief, roept associaties op aan de wraakaria zoals bijvoorbeeld Mozarts Koningin van de Nacht die zingt, terwijl de Saltarello beelden oproept van de gedanste tussenspelen uit opera’s van nog vroeger tijden.
Martinu speelt met traditionele vormen, zonder die tot basis van zijn werk te maken. Op zoek naar wat hij waarachtig theater noemt, bedient hij zich van stijlcitaten; maar met zijn wens om de geërfde vastgeroeste structuren met hun eigen middelen omver te werpen, staat Martinu midden in de twintigste eeuw. Met zijn keuze om een stuk van Goldoni als uitgangspunt te nemen, voegt hij zich bij een illustere reeks voorgangers. Eerder hebben (onder andere) Pergolesi, Vivaldi, Haydn, Salieri en Mozart al teksten van deze grootmeester getoonzet.
David Prins
OT BEWIJST BESTAANSRECHT MET 'MIRANDOLINA'
http://www.operanederland.nl, 27 december 2010
DOOR MARK DUIJNSTEE
Opera Trionfo brengt kleinschalig muziektheater en heeft een voorkeur voor origineel en vaak niet eerder in Nederland uitgevoerd repertoire. In haar jubileumjaar - het gezelschap bestaat 12 1/2 jaar - laat zij het Nederlandse publiek kennis maken de opera 'Mirandolina' van Bohuslav Martinu. Het is niet het sterkste werk van de Tsjechische componist, maar Opera Trionfo biedt een muzikaal sympathieke en scenisch onderhoudende voorstelling.
Slechts twee maal eerder werden in Nederland opera's van de Tsjechische componist Bohuslav Martinu (1890 - 1959) op het toneel gezet. In 1983 ensceneerde regisseur Jan Bouws in het Rosa Spier Huis te Laren de opera 'Veselohra na moste' in een Engelse bewerking als 'Comedy on the Bridge' en in 1998 bracht Opera Zuid een bejubelde productie van 'Julietta'. Nu is het de beurt aan Opera Trionfo (OT) die dit jaar haar twaalf en half jarig jubileum viert - om het Nederlandse publiek kennis te laten maken met Martinu's opera 'Mirandolina '.
'Mirandolina' ging een half jaar voor Martinu's dood in Praag in het Tsjechisch in première. De komische opera is niet het meest sterke werk van Martinu. Het is licht, vrolijk en ongecompliceerd en een hommage aan de commedia dell' arte van de achttiende eeuw. De kleur van de muziek - hoe veelzijdig ook - is door de hele opera heen dezelfde. Het bezit ook niet de fascinatie van 'Julietta ' of het meeslepende van 'The Greek Passion', maar met de avontuurlijke harmonieën en vocale lijnen, die soms het midden houden tussen zang en spraak, is het origineel en onderhoudend.
Van de helft van zijn 14 opera's vervaardigde Martinu het libretto zelf. 'Mirandolina' is daarvan de enige, die hij oorspronkelijk in het Italiaans schreef en OT voert het werk in het Italiaans op. Het verhaal gaat over de herbergierster Mirandolina, die door twee bezoekers wordt aanbeden en in haar ijdelheid een derde bezoeker zover probeert te brengen. Regisseur David Prins besprenkelt de enscenering met een vleugje commedia dell'arte. De Graaf is vol slank, de Markies heeft kromme benen, de Ridder loopt op plateauzolen en de spelers wachten voor hun opkomsten aan de zijkanten van het toneel. In de eerste twee akten houdt Prins het midden tussen ernstig en geestig, maar pas vanaf de saltarello voor de derde akte krijgt de voorstelling kracht door de vorm van een klucht. Het wordt theatraal, speels en slapstick. Het decor is strak en eenvoudig en met belichting erg goed gedaan.
De partituur van 'Mirandolina' is bewerkt voor het Nieuw Ensemble door Bart Visman en Anthony Fiumara. Het strijkorkest is enorm uitgedund tot vier strijkers, waardoor de balans te zeer doorslaat naar de koperblazers. De sfeer van kamermuziek blijft echter behouden. 'Mirandolina' is koren op de molen van dirigent Ed Spanjaard. Hij laat de mengsel van Italiaanse en Tsjechische kleuren in de veelzijdige samenstelling van Martinu's muziek - met invloeden van jazz, barok, vaudeville, Stravinsky en de 'Groupe de Six' - opbloeien. Spanjaard houdt het luchtig, fris en geeft het geheel vaart.
De solisten zetten een knappe prestatie neer van Martinu's moeilijk telbare muziek. De zieke coloratuursopraan Pamela Heuvelmans speelde de petieterige Mirandolina fantastisch. Zij geniet en is manipulatief, arrogant, dominant en stralend. Tenor Jan-Willem Schaafsma is opvallend vol en lyrisch en sympathiek als Fabrizio. Bariton Jan Willem Baljet is een ruwe ridder. Francis van Broekhuizen spat natuurlijk van het toneel af als Ortensia en haar grote, ronde sopraan domineert. De solisten bieden prachtig ensemblespel in de grote scènes à la Mozart.
Tegelijkertijd met de première van 'Mirandolina' werd in het Concertgebouw te Amsterdam het tweede vioolconcert van Martinu gespeeld. OT draagt met haar productie dan ook bij aan de revival van deze ondergewaardeerde componist en bewijst hiermee haar bestaansrecht.-
LEZERSREACTIE vrijdag 24 december 2010 om 12:52
http://www.operamagazine.nl/binnenkort/9671/voor-het-eerst-in-nederland-mirandolina/,
MARIA ZEI: Gisteravond in Haarlem de voorstelling gezien. Erg leuk. Mooie muziek ook trouwens met een heerlijke Mirandolina als middelpunt. En zo simpel vorm gegeven. Een paar deuren, een strijkplank en een gedekte tafel en we zaten helemaal in een Italiaanse herberg. Op Tjechische muziek. Mooie combinatie.
NOS NIEUWS OP RADIO, woensdag 22 december 2010, 23:00
Morgen gaat de komische opera Mirandolina in première van Opera Trionfo.
Jeanne Companjen geeft daarmee jonge talenten de kans. Vraaggesprek door Clairy Polak met Jeanne Companjen en Simone Riksma.
Muziek: Bohuslav Martinu; libretto: Bohuslav Martinu, gebaseerd op het Italiaanse toneelstuk La locandiera geschreven in 1753 door Carlo Goldoni; regie: David Prins; muzikale leiding: Ed Spanjaard; decorontwerp: Arnold Schalks; kostuumontwerp: Jookje Zweedijk; lichtontwerp: David Prins & Arnold Schalks; kap en grime: René Melisse; voorstellingsleiding: Anne Slothouwer; techniek: Paddy Dawson; decorbouw: Fred Höppener-Petruk; productie: Opera Trionfo-Jeanne Companjen; uitvoerend producent: Joanne de Roest; uitvoerend ensemble: Nieuw Ensemble; bewerking partituur: Bart Visman en Anthony Fiumara. Rolverdeling: Mirandolina - Pamela Heuvelmans; Ortensia - Francis van Broekhuizen; Deianira - Ekaterina Levental; Fabrizio - Jan-Willem Schaafsma; Il Conte d’Albafiorita - Matevz Kajdiz; Marchese di Forlimpopoli - Zenhua Chang; Cavaliere di Riperfratta - Jan Willem Baljet.