IK WIL GEEN STRAND ZIJN • MC TORI – R. Dobru (Paramaribo, 29 maart 1935 - aldaar 17 november 1983), pseudoniem van Robin Ewald Raveles is een Surinaams dichter, schrijver en politicus (Statenlid voor de PNR en na 1980 een half jaar onderminister voor Cultuur). Zijn pseudoniem betekent: dubbele R, een verwijzing naar de initialen van zijn voor- en achternaam. Als dichter en voordrachtskunstenaar was R. Dobru dé representant van het nationalisme, met name met het gedicht ‘Wan’ (de meeste mensen noemen het ‘Wan bon’ - Eén boom) uit zijn debuutbundel 'Matapi' [Cassavepers] (1965), een gedicht dat door zijn eenvoudige woordkeus en structuur gemakkelijk gememoriseerd kan worden en dat veel Surinamers dan ook van buiten kennen. Het werd in veel talen vertaald.
IK WIL GEEN STRAND ZIJN
Theater
Videobijdrage aan de MC TORI onder leiding van Alida Neslo. Verschijningsdatum: 7 oktober 2012, MC-theater Amsterdam.
'Tori' is het Surinaamse woord voor verhaal, de MC Tori is een warme zondagmiddag waar een (theater)maker het podium van MC overneemt. Geïnspireerd op de actualiteit en persoonlijke fascinaties zal de maker verschillende kunstenaars uitnodigen om de middag in te vullen; muzikaal, theatraal en poëtisch.
Alida's TORI had als thema 'daghengsten'. Alle gasten van Alida hebben ooit met haar gewerkt in Suriname. Ze weten allemaal hoe lastig het kan zijn om je project daar van de grond te krijgen. Nachtmerries rond het onderwerp 'Suriname' zijn bekend. Maar Alida wilde een persoonlijke positieve link met Suriname. Dat moeten dan wel 'daghengsten' zijn, als perfecte tegenhanger van 'nachtmerries'.
Ik heb 'daghengsten' als werkwoord opgevat en maakte een vrije interpretatie van het gedicht 'Ik wil geen strand zijn' van de Surinaamse dichter Dobru. Aanleiding voor de videobijdrage is mijn deelname aan het resocialisatieproject Beeldende Kunst en Theater dat Alida in 2008 startte met jeugdige delinquenten in het Jeugdopvoedingsgesticht Santo Boma. Dat project mondde in 2009 uit in een expositie, een boekje, een muziek CD en de live-presentatie daarvan in Theater Thalia in Paramaribo.
"De jongens met wie ik op Boma werkte schaamden zich aanvankelijk om op omgekeerde emmers te drummen. Ze hadden geen percussieinstrumenten. Het was een kale omgeving met niks. Maar er is nooit helemaal niks. Je hebt altijd jezelf. Begin dan bij jezelf, waar je bent, zonder schaamte, zonder een vergelijkingsmodel in je kop. Dan kom je ergens. Dat hebben de jongens uiteindelijk ondervonden. Daarom ben ik ook zo trots op ze: ze hebben vanuit zichzelf een eerste stap gedaan voor iets waar ze in het begin niet eens in geloofden," aldus Alida in een interview in nieuwsblad 'de Surinoemer'.
Ik wil geen strand zijn
waarop de golfslag streelt
en weer verdwijnt
maar een strand van rotsen
waarop de storm woedt
zonder eind.
Ik wil geen vlam zijn
van een lucifer
die eenmaal gloeit en sterft
maar een brand in een oliemijn
een zon met een eeuwige schijn.
Ik wil geen bries zijn
met een zucht
maar een orkaan met een vlucht
om te gieren langs het leven
bezeten van geluk
om het uit te gillen.
Ik wil geen viool zijn
maar een drum
om te roffelen
door de aderen van mijn volk
en met ritme
de toekomst te voorspellen.
Ik wil geen druppel zijn
maar een Waterval
om met geraas te storten
in de hersenen van de Natie
en de bast der blindheid
te verscheuren
in naam van de Waarheid.
Ik wil een hamer zijn
om te beuken
op konservatisme en
kolonialisme
in naam van progressie
en nationalisme.
R. Dobru (1935-1983)
(Uit: 'Wortoe d'e tan abra'. Bloemlezing uit de Surinaamse poëzie vanaf 1957. Samengesteld door Shrinivasi, Paramaribo 1970)